T U S S E N O N S · L E S 5 V A N 6
Ruzie? Opgelost!
Afkoelen, uitpraten en samen verder.
Sociale vaardigheden voor de onderbouw
Niet waar, ik zat hier eerst!
Hé, dat is mijn plek!
Lesson by Tussen ons
This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.
T U S S E N O N S · L E S 5 V A N 6
Ruzie? Opgelost!
Afkoelen, uitpraten en samen verder.
Sociale vaardigheden voor de onderbouw
Niet waar, ik zat hier eerst!
Hé, dat is mijn plek!
Les 5 van Tussen ons, de reeks over sociale vaardigheden voor leerjaar 1 en 2. Duur: ongeveer 50 minuten.
Leerdoelen
De leerling herkent hoe een ruzie oploopt en wat boosheid met je lichaam doet.
De leerling kan afkoelen voordat hij of zij een ruzie uitpraat.
De leerling kan een ruzie uitpraten in vier stappen en een gemeend sorry zeggen.
Deze les gaat over gewone ruzies tussen leeftijdgenoten, niet over pesten. Pesten is iets anders: daar is sprake van ongelijke macht en gebeurt het herhaaldelijk. Dan is uitpraten niet de oplossing en moet een volwassene ingrijpen. Zeg dat er gerust bij als leerlingen voorbeelden noemen die eigenlijk over pesten gaan.
Voor het rollenspel werken leerlingen in drietallen. Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0) Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0)
T U S S E N O N S · L E S 5
Na deze les...
1
Herken je hoe een ruzie oploopt, en wat boosheid met je lijf doet.
2
Weet je hoe je afkoelt voordat je gaat praten.
3
Kun je een ruzie uitpraten en sorry zeggen op een manier die gemeend overkomt.
Je kunt vertellen dat ruzie heel normaal is: mensen die veel met elkaar optrekken, botsen weleens. Het gaat erom hoe je eruit komt.
P E I L I N G
Wat doe jij meestal als je ruzie hebt?
Ik word boos
Ik loop weg
Ik praat het meteen uit
Ik doe alsof er niks is
Geen enkel antwoord is fout. Weglopen kan juist slim zijn om af te koelen, zolang je later terugkomt om het uit te praten. Alsof er niks is doen, werkt vaak maar even: de ruzie blijft dan onder de oppervlakte.
T U S S E N O N S · L E S 5
Zo loopt het op
H e t b e g i n t k l e i n
Eh, daar zit ik altijd.
H e t w o r d t g r o t e r
Nou en? Er staat geen naam op.
E n n u ?
Doe niet zo stom! Ga weg!
Waar had dit gesprek een andere kant op kunnen gaan?
Laat de klas zien hoe snel een ruzie oploopt: elke reactie is net iets feller dan de vorige. Vraag waar het had kunnen kantelen. Bijvoorbeeld als Mo had gezegd: "O, wist ik niet. Kunnen we allebei hier zitten?" Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0) Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0) Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0)
T U S S E N O N S · L E S 5
Eerst afkoelen
Merk het op
Een warm hoofd, gebalde vuisten, snel ademen, harde stem. Je lijf zegt: ik ben boos.
Druk op pauze
Adem rustig in en uit, tel tot tien of zeg: "Ik kom zo bij je terug." En loop even weg.
Praat later
Als je rustig bent, praat je het uit. Boos praten maakt het meestal erger.
Weglopen om af te koelen is niet laf. Het is slim, als je maar terugkomt.
Vraag leerlingen waar zij boosheid in hun lijf voelen. Iedereen voelt het anders. Laat de klas eventueel samen drie keer rustig in- en uitademen. Benadruk dat weglopen om af te koelen iets anders is dan weglopen om de ruzie te ontwijken.
T U S S E N O N S · L E S 5
Praten in vier stappen
1 Vertellen
Wat gebeurde er? Ieder vertelt zijn kant. De ander luistert en onderbreekt niet.
2 Voelen
Hoe voelde dat? Gebruik een ik-boodschap: "Ik baalde, want..."
3 Willen
Wat heb je nodig om het weer goed te maken?
4 Afspreken
Kies samen een oplossing waar jullie allebei mee kunnen leven.
Hier komen de vaardigheden uit de vorige lessen samen: luisteren uit les 2 en de ik-boodschap uit les 3. Wijs daarop als je die lessen hebt gedaan.
O P V O L G O R D E
Zet de stappen om een ruzie op te lossen in de goede volgorde.
Afkoelen
Ieder vertelt wat er gebeurde
Samen een afspraak maken
Zeggen wat je wilt
Zeggen wat je voelde
Een korte herhaling van de vier stappen, met afkoelen ervoor. Bespreek waarom afkoelen eerst komt: als je nog boos bent, luister je slecht.
W A T D O E J I J ?
Noor is boos omdat Daan haar geheim heeft doorverteld. Wat is de beste eerste stap?
Meteen ook een geheim van Daan doorvertellen.
Eerst afkoelen, en daarna rustig met Daan praten.
Een boos bericht in de klassengroep zetten.
Nooit meer met Daan praten.
B geeft Noor de tijd om rustig te worden voordat ze praat. A en C maken de ruzie groter, en C maakt hem ook nog openbaar. D is begrijpelijk, maar dan hoort Daan nooit wat hij heeft aangericht en blijft Noor met haar boosheid zitten. Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0)
T U S S E N O N S · L E S 5
Iedereen een beetje winnen
Ik win, jij verliest
Milan krijgt zijn plek, Mo moet weg. Mo blijft boos.
Jij wint, ik verlies
Mo blijft zitten, Milan druipt af. Nu is Milan boos.
We winnen allebei
Ze schuiven een stoel bij, of spreken af om de beurt. Allebei tevreden.
Een goede oplossing is er een waar jullie allebei mee verder kunnen.
Gebruik het voorbeeld van de strip. Laat de klas nog meer win-winoplossingen verzinnen. Het gaat er niet om dat iedereen precies krijgt wat hij wil, maar dat niemand zich de verliezer voelt.
T U S S E N O N S · L E S 5
Sorry zeggen, zo doe je dat
Zeg wat je deed
"Ik heb je geheim doorverteld."
Zeg dat het je spijt
"Dat was niet oké, en het spijt me."
Zeg wat je anders doet
"Ik vertel het nooit meer door."
Een sorry met "maar" erin, zoals "Sorry, maar jij deed ook...", voelt niet als een sorry.
Bespreek het verschil tussen een snelle sorry ("Sorry hoor") en een gemeende sorry. Een gemeende sorry laat zien dat je snapt wat je deed. Benadruk ook dat de ander niet meteen hoeft te zeggen dat het oké is: vergeven mag tijd kosten.
W A T D O E J I J ?
Welke sorry komt het meest gemeend over?
"Sorry, maar jij deed ook stom."
"Sorry hoor."
"Ik zeg toch sorry? Doe normaal."
"Sorry dat ik je geheim doorvertelde. Dat was niet oké, ik doe het niet meer."
D heeft alle drie de onderdelen. A schuift de schuld door, B is kort en klinkt makkelijk weg en C maakt de ander verantwoordelijk voor jouw sorry. Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0)
A A N D E S L A G
Rollenspel in drietallen
1
A en B kiezen een ruzie en spelen het begin ervan.
2
C is bemiddelaar en stelt de vier vragen.
3
A en B zoeken samen een oplossing.
4
Wissel van rol en kies een andere ruzie.
Ruzies: de plek in de kantine, een deel dat niet af is, een foto die zonder vragen is gedeeld.
minute
second
De bemiddelaar heeft een belangrijke rol: hij of zij zorgt dat de stappen gevolgd worden en dat A en B elkaar laten uitpraten. Loop rond en let erop dat het rollenspel niet ontspoort. Laat na elke ronde de bemiddelaar vertellen welke oplossing er kwam.
D E N K N A
Denk aan een ruzie die goed afliep. Wat hielp toen?
Leerlingen hoeven geen details te delen of namen te noemen. Verzamel wat hielp: tijd nemen, erover praten, iemand die bemiddelde, een sorry. Koppel het terug aan de stappen van vandaag.
W A T N E E M J E M E E ?
Hoe zeker voel jij je nu om een ruzie uit te praten?
Vindt een deel van de klas het nog spannend, dan is dat heel normaal. Vertel waar leerlingen terechtkunnen als een ruzie niet lukt om zelf op te lossen: bij jou als mentor, of bij de vertrouwenspersoon van school.
Wil je verder? Via de link vind je de kant-en-klare themalessen van LessonUp. Image credit: Open Peeps, Pablo Stanley (CC0)