Vrije tijd
Van dierentuin tot luchtvaartmuseum

Groep 5-6: De Soortenonderzoeker

Groep 5-6: De Soortenonderzoeker

Safaripark Beekse Bergen

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieBasisschoolGroep 5,6

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Groep 5-6: De Soortenonderzoeker

Safaripark Beekse Bergen

SOORTENONDERZOEKERS...

Binnenkort gaan jullie op safari in Nederland… in Beekse Bergen!

Hier worden jullie echte Soortenonderzoekers.

GOED KIJKEN!

Alle dieren hebben opvallende kenmerken. Vaak hebben deze een functie.

Een stokstaart heeft zwarte kringen om zijn ogen.

Een waterbok heeft een witte kring op zijn billen.

GOED KIJKEN!

Alle dieren hebben opvallende kenmerken. Vaak hebben deze een functie.

De kuifmangabey heeft een hele lange staart.

De Afrikaanse olifant heeft hele grote oren.

KIJK DE KUIFMANGABEY EENS KLIMMEN!

TANDEN VAN DIEREN

Dieren hebben verschillende soorten tanden. De tanden die ze hebben passen bij het eten wat ze eten. Kun jij zo meteen raden van welk dier deze tanden zijn?

Dit zijn de tanden van een vleeseter.

Dit zijn de tanden van een planteneter.

Dit zijn de tanden van een alleseter.

TANDEN VAN DIEREN




Kaapse buffel

Chimpansee

Afrikaanse leeuw

POTEN

Vleeseters hebben poten met tenen en scherpe nagels. Planteneters hebben vaak hoeven, dat zijn sterke nagels.

Een vleeseter heeft tenen met scherpe nagels

Een planteneter heeft vaak hoeven

POTEN

Jullie weten nu dat vleeseters poten hebben met tenen en klauwen. Planteneters hebben vaak hoeven. Kunnen jullie raden welke poten van vleeseters zijn en welke van planteneters?

VAN WIE ZIJN DEZE POTEN?

A

Planteneter

B

Vleeseter

VAN WIE ZIJN DEZE POTEN?

A

Planteneter

B

Vleeseter

VAN WIE ZIJN DEZE POTEN?

A

Planteneter

B

Vleeseter

VAN WIE ZIJN DEZE POTEN?

A

Planteneter

B

Vleeseter

WIE IS WIE?

Sommige dieren lijken misschien op elkaar, maar zijn toch anders. Kun jij zo de dierennaam naar het juiste dier slepen?

WIE IS WIE?



Dromedaris

Kameel

KAMEEL OF DROMEDARIS?

Een kameel heeft twee bulten, een dromedaris één. Ze leven ook in verschillende leefgebieden in het wild.


WIE IS WIE?


Breedlipneushoorn

Puntlipneushoorn

PUNTLIPNEUSHOORN OF BREEDLIPNEUSHOORN?

De puntlipneushoorn eet bladeren met zijn puntige lippen. De breedlipneushoorn heeft brede lippen om gras mee te grazen.

WIE IS WIE?



Vrouwtjes gorilla

Mannetjes gorilla

MANNETJES GORILLA OF VROUWTJES GORILLA?

Een mannelijke gorilla heeft zilveren haren op zijn rug. Een vrouwelijke gorilla heeft geen zilveren haren, zij is ook een stuk kleiner.

INFORMATIEBORDEN

In het Safaripark kun je een heleboel informatieborden vinden. Bezoekers kunnen zo wat leren over de dieren. Wat valt jullie op aan het volgende bord?

INFORMATIEBORDEN

BEDREIGDE DIEREN

Met sommige dieren gaat het niet goed in het wild. Dat komt omdat er op ze gejaagd wordt of leefgebieden verdwijnen.


Op de neushoorn wordt gejaagd vanwege zijn hoorn. Het Pater Davidshert was uitgestorven in het wild.

VOEDSELKETEN

In de natuur gaat het om eten en gegeten worden. Alle dieren moeten eten, maar sommige dieren worden opgegeten door andere dieren. Dit kun je laten zien in een voedselketen. Dat is een rijtje dat laat zien welk dier welk ander dier opeet in de natuur.

VOLGORDE VAN DE VOEDSELKETEN

1

Gras

2

Zebra

3

Leeuw

AANGEPAST AAN DE OMGEVING

Dieren leven allemaal in verschillende omgevingen. Ze hebben verschillende kenmerken die hen helpen te overleven in hun leefomgeving. Kun jij de aanpassingen van de volgende dieren raden? Werk samen in groepjes van vier en bespreek wat jullie opvalt.

AANGEPAST AAN DE OMGEVING

AANGEPAST AAN DE OMGEVING

AANGEPAST AAN DE OMGEVING

AANGEPAST AAN DE OMGEVING

ONDERZOEKSVRAAG

Voordat soortenonderzoekers op safari gaan, stellen ze een onderzoeksvraag op. Dit is wat jullie gaan doen:


Kies één dier uit in het Safaripark waar jij goed op gaat letten. Aan het einde van de dag ga je met drie klasgenoten jouw ontdekkingen over het dier delen.

TOT SNEL IN HET SAFARIPARK!