Hoofstuk 5 mengsels met voorkennis

Herhalen H1







Scheidingsmethoden
1 / 41
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Herhalen H1







Scheidingsmethoden

Slide 1 - Slide

Voorkennis
Fases
faseovergang
stofeigenschap

Slide 2 - Slide

Welke faseaanduiding hoort er bij welke fase?
Vast
Vloeibaar
Gas
Opgelost in water
(l)
(aq)
(s)
(g)

Slide 3 - Drag question

Sleep de fase en faseovergang naar de juiste plek.
Ik kan benoemen in welke drie fasen een stof kan voorkomen.
1
Smelten
Stollen
Condenseren
Vervluchtigen
Rijpen
Verdampen
gas
vloeistof
vaste stof

Slide 4 - Drag question

stofeigenschap
geen stofeigenschap
volume
massa
dichtheid
smeltpunt
poeder
elastisch
goed oplosbaar in water
temperatuur
fase bij kamertemperatuur
kleur
geur

Slide 5 - Drag question

1.2
mengsel/zuivere stof
soorten mengsels

Slide 6 - Slide

Welk plaatje geeft een mengsel aan en welke een zuivere stof
Mengsel
Zuivere stof

Slide 7 - Drag question

dit mengsel is:
het is dus een:
dit mengsel is:
het is dus een:
helder
troebel
oplossing
suspensie

Slide 8 - Drag question

Spa rood is een
A
suspensie.
B
emulsie.
C
oplossing.
D
nevel.

Slide 9 - Quiz

Suspensie
Emulsie
Oplossing
Omschrijving
Voorbeeld
Rook
Nevel
Vaste stof die niet oplost in vloeistof
Vloeistof die niet oplost in vloeistof
Vaste stof of vloeistof die wel oplost in vloeistof
Krijt in water
Zout in water
Mayonaise
Vloeistofdruppels fijn verdeeld in een gas
Vaste deeltjes fijn verdeeld in een gas
Deodorant spray
Roetwolk uit een uitlaat van een auto

Slide 10 - Drag question

Modderwater is een
A
suspensie.
B
oplossing.
C
emulsie.

Slide 11 - Quiz

1.3
filtreren
bezinken en afgieten
centrifugeren (en afgieten)

Slide 12 - Slide

Een zuivere stof kun je scheiden met een scheidingsmethode
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

Hieronder zie je drie modellen van processen. Welk van de processen stelt scheiden voor?
A
B
C

Slide 14 - Quiz

Een tweede manier om een suspensie te scheiden
A
residu
B
destillaat
C
bezinken en afgieten
D
scheiden

Slide 15 - Quiz

Een suspensie kan ik scheiden met behulp van ...
A
Destilleren
B
Adsorptie
C
Filtratie
D
Extraheren

Slide 16 - Quiz

Waar staat de juiste omschrijving
A
A = filter B= filtraat C = residu
B
A = filtraat B = filter C = residu
C
A = filter B = residu C = filtraat
D
A = filtraat B = residu C = filter

Slide 17 - Quiz

Bezinken berust op dezelfde stofeigenschap als de scheidingsmethode:
A
Filtreren
B
Zeven
C
Centrifugeren
D
Adsorberen

Slide 18 - Quiz

Kun je een oplossing scheiden door filtreren?
A
ja
B
nee

Slide 19 - Quiz

1.4
indampen
destilleren
destillatie-opstelling

Slide 20 - Slide

Indampen is gebaseerd op...
A
... een verschil in kookpunt.
B
... een verschil in oplosbaarheid.
C
... een verschil in kooktraject.
D
... een verschil in deeltjesgrootte.

Slide 21 - Quiz

Hoe noem je dat wat achterblijft in het indampschaaltje na het indampen?
A
neerslag
B
residu
C
filtraat
D
destilaat

Slide 22 - Quiz

Wat voor soort mengsel kunnen we scheiden met extraheren?
A
Kleurstoffen.
B
Vaste stoffen.
C
Suspensie.
D
Oplossing.

Slide 23 - Quiz

scheiden mengsel twee vloeistoffen
Destillatie-opstelling





Slide 24 - Slide

Bij een destillatie-opstelling wordt koelwater gebruikt.
Waarom wordt dat gebruikt?

A
Om het mengsel af te koelen
B
Om het kookproces te verbeteren
C
Om de damp te condenseren
D
Voor het opvangen van het destillaat.

Slide 25 - Quiz

1.5
extraheren
adsorptie

Slide 26 - Slide


Welke scheidingsmethode berust op een verschil in aanhechting.
A
Filtratie
B
Extraheren
C
Indampen
D
Adsorptie

Slide 27 - Quiz

Op welk verschil in stofeigenschappen berust extraheren?
A
Deeltjesgrootte
B
Aanhechtingsvermogen
C
Oplosbaarheid
D
Kookpunt

Slide 28 - Quiz

Welke scheidingsmethode wordt gebruikt in een gasmasker om giftige gassen tegen te houden?
A
filtratie
B
extractie
C
centrifugeren
D
adsorptie

Slide 29 - Quiz

Zand lost niet op in water, zout wel. Je kunt deze stoffen van elkaar scheiden door verschil in oplosbaarheid. Dit heet...
A
adsorberen
B
bezinken
C
centrifugeren
D
extraheren

Slide 30 - Quiz

Adsorptie berust op een verschil in:
A
Oplosbaarheid
B
Dichtheid
C
Aanhechtingsvermogen
D
Deeltjesgrootte

Slide 31 - Quiz

Welke van deze twee plaatjes is adsorptie?
A
Het linker plaatje
B
Het rechter plaatje
C
Geen idee
D
Allebei

Slide 32 - Quiz

1.6
Chromatografie

Slide 33 - Slide

Bij chromatografie: Als een stof goed oplost in de mobiele fase eindigt hij .... op het chromatogram
A
hoog
B
laag

Slide 34 - Quiz

Op welke stofeigenschappen berust chromatografie?
A
oplosbaarheid en kookpunt
B
aanhechtingsvermogen en oplosbaarheid
C
kookpunt en aanhechtingsvermogen
D
deeltjesgrootte en oplosbaarheid

Slide 35 - Quiz

Bij chromatografie: Als een stof goed hecht aan de stationaire fase eindigt hij .... op het chromatogram
A
hoog
B
laag

Slide 36 - Quiz

De mobiele fase bij gas chromatografie is dus
A
Vast
B
Vloeistof
C
Gas

Slide 37 - Quiz

Alles door elkaar

Slide 38 - Slide

Dichtheid
Adsorberen
Destilleren
Bezinken en afgieten
Kookpunt
Oplosbaarheid
Verbranden
Deeltjesgrootte
Indampen
Extraheren
Filtreren

Slide 39 - Drag question

Filtreren
Extraheren
Bezinken en afgieten
Chromatografie
Adsorptie
Destilleren
Indampen
Centrifugeren
Suspensie
Oplossing
Mengsel van vaste stoffen

Slide 40 - Drag question

Filtreren
Adsorberen
Indampen
Destilleren
Extraheren

Slide 41 - Drag question