Lesson 21: Trappen van vergelijking + 2.5 writing

1 / 25
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesson aims:
- I have practised my reading skills
- I know how to use comparison and superlatives
- I have finished 2.4 reading 1 til 14

Slide 2 - Slide

Degrees of Comparison

Slide 3 - Slide

Basisregel

- Vergrotende trap: woord +  -er
- Overtreffende trap: woord + -est
old
older
oldest

Slide 4 - Slide

Trappen van vergelijking
Words with 3 or more syllables
(Woorden van 3 lettergrepen of meer):
- Vergrotende trap: more 
- Overtreffende trap: most 
expensive
 more expensive than
the most expensive

Slide 5 - Slide

-er / -est
Bij woorden van één lettergreep gaan de trappen als volgt:
big - bigger than - the biggest
tall - taller than - the tallest
white - whiter than - the whitest

Bij woorden die eindigen op -y:
Happy - happier than - the happiest
Busy - busier than - the busiest


Slide 6 - Slide

more / most
Bij woorden van twee of meer lettergrepen gaan de trappen als volgt:

beautiful / more beautiful than / the  most beautiful
interesting / more interesting than / the most interesting
stunning / more stunning than / the most stunning

Slide 7 - Slide

Uitzonderingen
Goed - beter - best                                 Good - better - best
Slecht - slechter - slechtst                 Bad - worse - worst 
Weinig - minder -  minst                       Little - less - least

Slide 8 - Slide

Spot
Brownie

Slide 9 - Slide

Comparative Form
Superlative Forms
cheaper than
more often than
the shortest
the most sociable
the friendliest
more dangerous than

Slide 10 - Drag question

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
easy?
A
easier - easiest
B
more easy - most easy
C
easyer - easyest
D
easyr - easyst

Slide 11 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
bad?
A
badder - baddest
B
worse - worst
C
bader - badest
D
more bad- most bad

Slide 12 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
good?
A
gooder - goodest
B
beter - best
C
better - best
D
more good - most good

Slide 13 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
big?
A
bigger - biggest
B
more big - most big
C
biger - bigest
D
bigier - bigiest

Slide 14 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
Tall?
A
taller-tallst
B
taller-tallest
C
more tall-most tall
D
tallier-talliest

Slide 15 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
famous?
A
famouser- famousest
B
more famous- most famous
C
famousser - famoussest
D
more famouser - most famousest

Slide 16 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
important?
A
importanter -importantest
B
more important - most important
C
more importanter - most importantest
D
importantly - importantliest

Slide 17 - Quiz

Wat gebruik je bij de trappen van vergelijking van woorden van drie lettergrepen of langer?
A
er/est
B
more/most

Slide 18 - Quiz

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
little?
A
littler - littlest
B
more littler - most littlest
C
more little -most little
D
less - least

Slide 19 - Quiz

Give the degrees of comparison for
: small

Slide 20 - Open question

Give degrees of comparison for
: serious

Slide 21 - Open question

Slide 22 - Slide

Please make Unit 2.5 writing in your student book.
What?
Please make exercises 1 to 10. You are allowed talk with your neighbour. 
How?
You make these exercises alone!
Finished?
-  Learn the study box the words in your student book.
- Learn the irregular verbs.

timer
20:00

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Link

Slide 25 - Slide