Les 6 - V4 - terminar el lugar y aprender el imperfecto regular

Vas a ver un vídeo de la fiesta de la Vendimia.
¿Qué se celebra en la fiesta?
1 / 24
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vas a ver un vídeo de la fiesta de la Vendimia.
¿Qué se celebra en la fiesta?

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

¿Qué se celebra en esta fiesta?

Slide 3 - Slide

Las clases de la semana pasada
Habla con tu compañero de clase
  1. ¿Qué gramática hemos repasado?
  2. ¿Cómo habéis repasado esta gramática?
  3. ¿Sobre qué parte de la presentación habéis escrito un texto?
  4. ¿Qué gramática es importante para esta parte?
  5. ¿Has terminado este texto?

Slide 4 - Slide

Los deberes para hoy
Leren
ser, estar, hay + perfecto (zie aantekeningen en bijlagen)
vocabulario p. 26/27 (esp-hol y hol-esp)

Doen
Informatie opzoeken over kleding die de mensen droegen tijdens het feest. Moet je uitgebreid kunnen beschrijven in je presentatie.Mag je tijdens de les niet opzoeken. OOk wat jullie zelf droegen.

Slide 5 - Slide

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
escribe la palabra en la pizarra

el jersey - la camisa - la bufanda - la camiseta - la blusa

timer
0:20

Slide 6 - Slide

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
escribe la palabra en la pizarra

la falda - los pantalones - los vaqueros - el chandal - los guantes

timer
0:20

Slide 7 - Slide

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
escribe la palabra en la pizarra

castaño - amarillo - rosa - morado - rojo

timer
0:20

Slide 8 - Slide

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
escribe la palabra en la pizarra

las chanclas - los pendientes - las botas - los zapatos - las zapatillas
timer
0:20

Slide 9 - Slide

Welk woord hoort niet in het rijtje thuis?
escribe la palabra en la pizarra

de lana - de flores - de algodón - de cuero - de seda
timer
0:20

Slide 10 - Slide

Escribe la forma correcta de ser, estar o hay
timer
6:00

Slide 11 - Slide

Objetivos de la clase
Mejorar el texto sobre el lugar de la fiesta
Aprender un nuevo tiempo del pasado

Slide 12 - Slide

Feedback de tu compañero
  1. Markeer zelf alle vervoegingen van ser, estar en hay in jullie tekst.
  2. Jullie tekst wordt opgehaald.
  3. Je kijkt de tekst van een ander duo na
  4. Let alleen op of ser, estar en hay goed gebruikt worden.
  5. Staat er 2x hay, 2x een vorm van ser en 2x van estar in de tekst?


Slide 13 - Slide

Practicar a presentar

Con otro dúo

¿Hay errores de pronunciación?
El otro grupo escucha muy bien y escibre en la pizarra los errores que escucha
2x 1 minuto
timer
1:00

Slide 14 - Slide

Un nuevo tiempo del pasado 
El imperfecto

Verbind de beschrijvingen aan de afbeeldingen.
Doe dit op het wisbordje
Schrijf de vervoegde werkwoorden in je schrift

Slide 15 - Slide

Los chicos llevaban camisas blancas y un pañuelo rojo
Las familias preparaban altares con flores y velas
Las mujeres llevaban vestidos de colores
Los chicos tiraban tomates
Los españoles comían paella en la calle

Slide 16 - Drag question

Descubrir las formas del imperfecto
In tweetallen - hoja de la profe
a) Onderstreep in elke zin het vervoegde werkwoord
b) Schrijf deze vervoegde werkwoorden in het schema.
c) Markeer de uitgang (het gedeelte na de stam)
d) Zet in de rij daarnaast de infinitivo en daarnaast de persoon waarin het werkwoord vervoegd is.
e) Schrijf tenslotte het rijtje van de imperfecto van een werkwoord op -ar op je bordje

Slide 17 - Slide

El imperfecto regular
Leerwerk

Slide 18 - Slide

El uso del imperfecto
Bij het BESCHRIJVEN van gewoontes/herhalingen uit het verleden.
Bij het BESCHRIJVEN van mensen / dingen / situaties uit het verleden
Bijvoorbeeld:
Bij het feest waren veel toeristen.
De straten waren vol met mensen.
Het was toen mooi weer.
De standbeelden waren mooi versierd
Bij San Fermin droegen de mensen een wit t-shirt met een rood sjaaltje
Leerwerk

Slide 19 - Slide

Los marcadores del imperfecto
antes = vroeger
muchas veces = vaak
cada día  = elke dag
todos los días = elke dag
generalmente = normaalgesproken
nunca = nooit
a veces = soms
de vez en cuando = soms
todas las semanas = elke week
normalmente = normaalgesproken
siempre = altijd
en aquellos días = in die dagen, toen
mucho = veel
de joven = toen .. jong was
porque = omdat

Leerwerk

Slide 20 - Slide

Estudiar el imperfecto regular en clase
timer
6:00

Slide 21 - Slide

Practicar el imperfecto
Traduce las frases al español y escríbelas en tu cuaderno
  1. De mensen aten paella op de straat.
  2. Er waren veel bloemen in de stad. (haber)
  3. De vrouwen droegen kleurrijke jurken (van veel kleuren)
  4. De kinderen dansten op het plein.
  5. Er was altijd veel eten en muziek.
  6. De mannen zongen in de straten.
7. De toeristen dronken wijn in de casetas. 

De jongeren lachten en speelden samen.

Slide 22 - Slide

La evaluación

Escribe en la pizarra
  1. Wat ik al goed kan is .....
  2. Wat ik vandaag nieuw heb geleerd is .....
  3. Wat ik nog moeilijk vind is ......

Slide 23 - Slide

Los deberes
Leren
el imperfecto regular + irregular (aantekeningen)
vocabulario p. 26/27 (esp-hol y hol-esp)

Doen
Informatie opzoeken over kleding die de mensen droegen tijdens het feest. Moet je uitgebreid kunnen beschrijven in je presentatie.Mag je tijdens de les niet opzoeken. OOk wat jullie zelf droegen.

Slide 24 - Slide