zwak: Ich habe gewohnt. – Ich bin gereist. / sterk: Ich habe geschlafen. – Ich bin gegangen.
Je gebruikt sein in de voltooid tegenwoordige tijd met werkwoorden die een beweging aangeven --> Ich bin geschwommen.
Het voltooid deelwoord van de werkwoorden die eindigen op –ieren of beginnen met ver-, be-, of ge- krijgt geen ge-. -->Ich habe eine Party organisiert.