Les 002

Welkom!
literaire termen 
introductie boek



1 / 32
next
Slide 1: Slide
NederlandsEnseignement Secondaire

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom!
literaire termen 
introductie boek



Slide 1 - Slide

Literaire termen

Slide 2 - Slide

Roodkapje
Hoofdpersoon = protagonist
tegenstander = antagonist




Slide 3 - Slide

Roodkapje
Wie is volgens jou de hoofdpersoon / protoganist?
Wie of wat is de tegenstander / antagonist?
Welke gebeurtenis zorgt ervoor dat het verhaal echt begint?
Wat is het spannendste moment?
Hoe loopt het verhaal af?
Waar gaat het verhaal eigenlijk over, behalve over een meisje en een wolf?



Slide 4 - Slide

context
aanleiding
climax
verhaallijn
afwikkeling
protagonist
personages
ontknoping
thema
antagonist
spanningsopbouw
Het moment waarop de spanning het hoogst is.
De persoon om wie het verhaal vooral draait.
De grotere boodschap of het onderwerp achter het verhaal.
De gebeurtenissen die na het belangrijkste moment plaatsvinden.
Tijd, plaats en omstandigheden van het verhaal.
De gebeurtenis waardoor het belangrijkste probleem begint.
Alle mensen of figuren die in het verhaal voorkomen.
De manier waarop de gebeurtenissen in het verhaal elkaar opvolgen.
De persoon of kracht die de hoofdpersoon tegenwerkt.
De gebeurtenissen waardoor de spanning steeds verder toeneemt.
Het einde waarin duidelijk wordt hoe het verhaal afloopt.

Slide 5 - Drag question

Roodkapje
context → aanleiding → spanningsopbouw → CLIMAX → afwikkeling → ontknoping



Slide 6 - Slide

Roodkapje
Context: 
Aanleiding: 
Spanningsopbouw: 
Climax: 
Afwikkeling: 
Ontknoping: 



Slide 7 - Slide

Roodkapje
Context: Roodkapje woont met haar moeder in de buurt van een bos.
Aanleiding: Haar moeder vraagt haar eten naar haar oma te brengen.
Spanningsopbouw: Ze ontmoet de wolf. De wolf gaat naar oma. Hij vermomt zich als oma.
Climax: Roodkapje ontdekt dat oma eigenlijk de wolf is.
Afwikkeling: De wolf wordt verslagen.
Ontknoping: Roodkapje en oma zijn weer veilig.



Slide 8 - Slide

The present
Opdracht bij The Present
Bekijk eerst het filmpje helemaal. Vul daarna het schema in.

https://docs.google.com/document/d/1Qmp7nnE_KxktpWilAFXMlaEDxFAx6Pm4FnufDrsTT3k/edit?usp=sharing



Slide 9 - Slide

De jongen in de gestreepte pyjama
Perspectief - Bruno - 9 jaar
Context en setting -  Tweede Wereldoorlog
Holocaust

Slide 10 - Slide

Verhaalanalyse 
Doel: 

Je leert wat thema’s in een verhaal zijn. 
Je leert wat motieven zijn.

Slide 11 - Slide

Begrippen verhaalanalyse
  • Perspectief
  • personages
  • Tijd en opbouw
  • Spanning
  • Thema's en motieven, onderwerp
  • ruimte en sfeer
  • Structuur van een boek

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Onderwerp

Het onderwerp van het verhaal is, vergelijkbaar met het onderwerp van een leestekst, waar het verhaal ongeveer over gaat in een paar woorden.​

Slide 14 - Slide

Thema

Het thema van het verhaal is de boodschap die de schrijver duidelijk wil maken met zijn verhaal. ​Het thema is altijd een zin.

Voorbeeld: misdaad, Tweede Wereldoorlog, ruzie

Slide 15 - Slide

Thema van een verhaal
Een thema is de kortst mogelijke samenvatting van een verhaal:
- sprookje —> thema is: een wijze les (eerlijk en eenvoud is belangrijk).
- Harry Potter —> thema: de strijd tussen goed en kwaad (Harry Potter moet Voldemort bestrijden). 

Slide 16 - Slide

Bepalen van een thema
Onderwerp van een verhaal kun je vaak omschrijven in 1 woord.
Als je nauwkeuriger het verhaal wilt omschrijven, dus het thema wil verwoorden, heb je vaak meer woorden nodig. Vaak gebruik je hiervoor een korte zin. 

Stel jezelf altijd de volgende vragen;
- wat is de ‘wijze les’ van dit verhaal?
- wat wil de schrijver meegeven over het onderwerp?
- Wat ontdekt de hoofdpersoon in de loop van het verhaal? Verandert hij/zij in de loop van het verhaal van mening?

Oefenen een de hand van drie filmtrailers. 

Slide 17 - Slide

Meerdere thema's
Een verhaal kan meerdere thema’s hebben, maar er is er altijd 1 die de overhand neemt. Die het belangrijkste is:
bijv: Een weeffout in onze sterren - John Green.
Twee tieners die verliefd op elkaar worden, maar ook ernstig ziek zijn. 
Thema: vriendschap, ziekte en dood. 

Slide 18 - Slide

Een genre is:
A
onderwerp van een verhaal
B
personages in een verhaal
C
waar het verhaal zich afspeelt
D
soort verhaal

Slide 19 - Quiz

Personages kun je verdelen in:
A
Innerlijk
B
uiterlijk
C
Typen
D
Karakters

Slide 20 - Quiz

Een karakter is veelal:
A
Iemand die het hele verhaal hetzelfde blijft
B
Iemand die gedurende het verhaal een ontwikkeling doormaakt
C
Een hoofdpersoon van een verhaal
D
Ziet er in een verhaal altijd hetzelfde uit.

Slide 21 - Quiz

Welk(e) thema(’s) zou je dit verhaal geven?

Slide 22 - Mind map

Slide 23 - Video

Welk(e) thema(’s) zou je dit verhaal geven?

Slide 24 - Mind map

Slide 25 - Video

Welk(e) thema(’s) zou je dit verhaal geven?

Slide 26 - Mind map

Motief
  • Motieven zijn vaak voorkomende woorden, gevoelens of dingen die terugkomen​.
  • Zo kunnen emoties of situaties die het hele verhaal een grote rol spelen een motief zijn (denk aan oorlog, jaloezie, liefde of misbruik), maar ook heel concrete voorwerpen (denk aan dobbelstenen, ogen of getallen). ​
  • Als motieven concrete voorwerpen zijn, hebben ze vaak een symbolische waarde.
  • Wat bedoelen we met ‘symbolische waarde’?

Slide 27 - Slide

Niet hetzelfde
Motief en thema niet hetzelfde
Goed om te weten is dat motieven en thema’s niet hetzelfde zijn. 
Het is dus goed om deze twee van elkaar te onderscheiden. Een motief is vaak een aanleiding tot en dus niet het thema. 

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Video

Motieven gezien?

Slide 30 - Mind map

Wat is het thema?

Slide 31 - Open question

Les 002

Slide 32 - Slide