Les 28 taal PABO, 22 mei 2026

Les 28 | Taal OK.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les 28 | Taal OK.
  1. Inchecken: Hoe voel je je?
  2. De vorige les
  3. Opwarmertje
  4. Instructie
  5. Zelfstandig werken
  6. Evaluatie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inchecken; Hoe voel je je nu?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoe voel je je?

Blij, enthousiast of..
Normaal, rustig of...
Moe, nerveus, verdrietig of...

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Vraag over eerdere behandelde leerstof. | Geef antwoord op onderstaande vraag.

Volgens Van Norden (2017) heeft de inhoud van een schrijfopdracht invloed op de motivatie van kinderen om te schrijven. Leg uit waarom betekenisvolle en functionele schrijfopdrachten vaak motiverender zijn dan gesloten schrijfopdrachten. Gebruik in je antwoord minimaal twee didactische kenmerken uit de theorie.

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

De vorige les.
Taal OK.
Lesdoel(en):
  • Ik leer spellingsprincipes en -strategieën.
  • Ik leer drie didactieken voor werkwoordspelling.
  • Ik leer wat taaltoetsend en taalontwikkeld spellingsonderwijs is.
  • (Werkwoord)spelling: hoe leer je dat aan?
  • Spelling op tablet.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Een leerling schrijft het woord hont in plaats van hond.

Leg uit welk spellingsprincipe hier onvoldoende wordt toegepast en beschrijf welke spellingsstrategie de leerling kan gebruiken om tot de juiste spelling te komen.

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Bij werkwoordspelling worden drie didactieken onderscheiden: regeldidactiek, analogiedidactiek en algoritmedidactiek.

Leg van elke didactiek uit hoe leerlingen hiermee werkwoordspelling leren en geef van iedere didactiek een concreet voorbeeld.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Een leerkracht laat leerlingen een werkblad invullen met losse spellingwoorden die ze correct moeten overschrijven. Een andere leerkracht laat leerlingen samen een betekenisvolle tekst schrijven en daarna reflecteren op hun spellingkeuzes.

Leg uit welk voorbeeld taaltoetsend onderwijs is en welk voorbeeld taalontwikkelend onderwijs. Licht je antwoord toe.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Een leerkracht gebruikt drie verschillende digitale spellingoefeningen in groep 6:

Oefening A: leerlingen maken meerkeuzevragen met fout gespelde antwoordopties.
Oefening B: leerlingen klikken ontbrekende letters aan in woorden die zij meestal al goed schrijven.
Oefening C: leerlingen luisteren naar woorden, spreken deze hardop uit, typen ze in volledige zinnen en krijgen later adaptieve herhaling van moeilijke woorden.

Leg per oefening uit of er sprake is van een negatief effect, geen of beperkt effect, of een positief effect op spellingontwikkeling. Licht je antwoord telkens toe.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Instructie.
Taal OK.
Lesdoel(en):
  1. Ik leer wat onderwijs in tekststructuren inhoudt.
  2. Ik leer hoe ik kan zorgen voor rijke gesprekken (MTV) in de klas.

MTV = mondelinge taalvaardigheid.



Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Tekststructuren.
 Afgelopentijd is er veel aandacht voor rijke teksten en rijke opdrachten die het
tekstbegrip vergroten. Daarnaast is er veel aandacht voor lezen om te leren i.p.v.
leren om te lezen.

Onderwijs in tekstructuren is hierdoor (onbedoeld) soms in een wat minder goed
daglicht komen te staan.

Het is niet of of, maar en en! Naast het gebruik van rijke teksten is onderwijs in
tekststructuur zinnig en nodig (Bogaerds-Hazenberg, 2022).

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Tekststructuren.
Expliciete kennis van tekststructuur helpt leerlingen om:
• de ordening van hoofdgedachtes en details te herkennen;
• de tekstinhoud actief te verwerken (bijvoorbeeld nadenken over tijdsvolgorde);
• de tekstinhoud beter te onthouden en samen te vatten;
• zelf een vergelijkbare tekst te schrijven (Meyer & Ray, 2011).

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Tekststructuren.
Het is belangrijk dat kinderen de structuur van een tekst herkennen. Blijf niet hangen
op zinsniveau en signaalwoorden, maar zoom uit naar het niveau van de alinea en/of
de tekst.

Zo kunnen ze hun leesstrategie flexibel inzetten op basis van de tekststructuur.

Grafische schema's kunnen leerlingen helpen de structuur van een tekst te doorzien.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Activiteiten tekststructuren.
Geschikte activiteiten voor herkennen van tekststructuur
  1. sorteertaken: leg tekst(fragment)en met dezelfde tekststructuur bij elkaar op een stapel;
  2. markeertaken: onderstreep de belangrijkste signaalwoorden en kernzinnen in teksten;
  3. specifieke vragen: stel specifieke vragen afgestemd op de vaste onderdelen van de tekststructuur. Bijvoorbeeld bij een probleem-oplossingstekst: Wat is het probleem? Welke oplossingen zijn er voor dat probleem? Welke voor- en nadelen heeft elke oplossing?;
  4. annotatie: noteer structuuronderdelen in de kantlijn van een tekst; bijvoorbeeld er is een probleem: Opl1 (oplossing 1) bij de eerste oplossing en Opl2 bij de tweede oplossing.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Tekststructuren, rijke teksten.
Tekststructuren, rijke teksten en rijke opdrachten;
  1. Voor goed onderwijs in tekstbegrip zijn rijke, gestructureerde teksten nodig i.c.m. rijke opdrachten.
  2. Aandacht aan kennis opbouwen aandacht voor leesvaardigheid gezamenlijk bevorderen.
  3. Inhoudsdoelen: zaakvakteksten, functionele teksten en jeugdboeken.
  4. Leesdoelen: tekststructuur bepalen en daarop strategie afstemmen.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Instructie.
Rijke gesprekken (MTV).
Zes didactische sleutels
  1. Geef rijke gesprekken een duurzame plek in je curriculum.​
  2. Creëer de juiste voorwaarden voor rijke gesprekken in je klas.​
  3. Bereid rijke gesprekken voor.​
  4. Vul je eigen gereedschapskist met vaardigheden.​
  5. Vul de gereedschapskist van je leerlingen met vaardigheden.​
  6. Reflecteer op de gesprekken.​

Zie interactievaardigheden leerlingen in bijeenkomst 5 slide 14.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
  1. Ik leer wat onderwijs in tekststructuren inhoudt.
  2. Ik leer hoe ik kan zorgen voor rijke gesprekken (MTV) in de klas.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Een leerkracht laat leerlingen een informatieve tekst lezen en daarna een grafisch schema maken waarin ze de hoofdgedachte en ondersteunende details ordenen. De leerlingen blijken de tekst beter te begrijpen en kunnen deze ook beter samenvatten.

Welke verklaring sluit het best aan bij de werking van deze aanpak volgens de theorie over tekststructuren?

A. Leerlingen oefenen vooral hun technische leesvaardigheid doordat ze de tekst meerdere keren lezen.
B. Het maken van een schema helpt leerlingen vooral om signaalwoorden te herkennen en toe te passen op zinsniveau.
C. Expliciete aandacht voor tekststructuur ondersteunt het ordenen van informatie op tekstniveau, waardoor begrip en geheugen worden versterkt.
D. Grafische schema’s zijn vooral effectief omdat ze de leestijd verkorten en daardoor de motivatie verhogen.

Slide 18 - Open question

Het expliciet herkennen en structureren van tekststructuren helpt leerlingen om informatie op tekst- en alinea-niveau te ordenen. Hierdoor wordt de samenhang tussen hoofdgedachte en details duidelijker, wat zowel begrip, geheugen als samenvatten ondersteunt (Meyer & Ray, 2011). De andere opties blijven hangen op zinsniveau, technische leesvaardigheid of niet-onderbouwde aannames (zoals motivatie of leestijdverkorting).
Een leerkracht wil leerlingen helpen om de structuur van verschillende teksten beter te herkennen. Ze laat leerlingen meerdere korte teksten sorteren op basis van hun tekststructuur (bijvoorbeeld probleem-oplossing, vergelijking).

Welke didactische werking van deze activiteit past het best bij de theorie over tekststructuren?

A. Leerlingen ontwikkelen inzicht in globale tekststructuren, doordat ze teksten vergelijken en categoriseren op tekstniveau.
B. Leerlingen leren vooral woordenschat uitbreiden door herhaald lezen van verschillende teksten.
C. Leerlingen oefenen vooral het nauwkeurig lezen van signaalwoorden binnen afzonderlijke zinnen.
D. Leerlingen verbeteren vooral hun snelheid van lezen door korte teksten te verwerken.

Slide 19 - Open question

Sorteertaken richten zich expliciet op het herkennen van tekststructuren op tekstniveau. Door teksten met dezelfde structuur te vergelijken, leren leerlingen de globale opbouw herkennen (bijv. probleem-oplossing of vergelijking). Dit sluit aan bij het idee dat leerlingen niet moeten blijven hangen op zins- of signaalwoordniveau, maar juist de samenhang van de hele tekst moeten doorzien. De andere opties beperken zich tot woordniveau, snelheid of algemene leesvaardigheid, en raken de kern van tekststructuurherkenning niet.
Een leerkracht kiest bij een zaakvakthema voor rijke, inhoudelijke teksten en laat leerlingen opdrachten maken waarbij zij zowel kennis uit de tekst verwerken als de tekststructuur analyseren.

Waarom sluit deze aanpak het best aan bij effectief onderwijs in tekstbegrip?

A. Omdat rijke opdrachten ervoor zorgen dat leerlingen minder expliciete instructie over leesstrategieën nodig hebben.
B. Omdat kennisopbouw en leesvaardigheid elkaar versterken wanneer leerlingen inhoud verwerken én aandacht besteden aan tekststructuur.
C. Omdat zaakvakteksten vooral geschikt zijn om technisch lezen te automatiseren binnen betekenisvolle contexten.
D. Omdat tekststructuren alleen effectief aangeleerd kunnen worden wanneer leerlingen eerst veel feitelijke kennis hebben opgedaan.

Slide 20 - Open question

De kern van de theorie is de combinatie van rijke teksten én expliciete aandacht voor leesvaardigheid. Leerlingen bouwen inhoudelijke kennis op via betekenisvolle teksten (zoals zaakvakteksten of jeugdliteratuur), terwijl zij tegelijkertijd leren hun leesstrategie af te stemmen op de tekststructuur. Daarmee worden inhoudsdoelen en leesdoelen geïntegreerd aangeboden. De andere opties zetten kennis en strategie ten onrechte tegenover elkaar of leggen de nadruk op technisch lezen.
Een leerkracht voert regelmatig klassengesprekken, maar merkt dat steeds dezelfde leerlingen aan het woord zijn en dat de gesprekken weinig diepgang hebben. Zij besluit daarom gespreksregels expliciet aan te leren, gesprekken voor te bereiden en na afloop met leerlingen te reflecteren op de kwaliteit van het gesprek.

Welke visie op rijke gesprekken komt hierin het duidelijkst naar voren?

A. Mondelinge taalvaardigheid ontwikkelt zich vooral spontaan wanneer leerlingen veel met elkaar praten.
B. De kwaliteit van rijke gesprekken hangt voornamelijk af van de motivatie van leerlingen om actief deel te nemen.
C. Reflectie op gesprekken is vooral bedoeld om leerlingen bewuster te maken van hun spreektempo en articulatie.
D. Rijke gesprekken vragen om doelgerichte didactische ondersteuning van zowel de leerkracht als de leerlingen.

Slide 21 - Open question

De zes didactische sleutels benadrukken dat rijke gesprekken niet vanzelf ontstaan, maar structurele en doelgerichte ondersteuning vragen. Zowel de leerkracht als de leerlingen hebben een “gereedschapskist” met vaardigheden nodig, en voorbereiding plus reflectie zijn essentieel om gesprekken inhoudelijk rijker te maken. De andere opties versmallen rijke gesprekken tot spontaniteit, motivatie of technische spreekvaardigheid.
De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
  • Ik leer de interactievaardigheden van leerlingen.
  • Ik leer hoe ik een taaldenkgesprek kan voeren én kan begeleiden;​
  • Ik leer passende MTV-werkvormen te bedenken bij een zaakvakles. 
  • Ik leer wat stiftdichten is.

Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.



Slide 22 - Slide

This item has no instructions