Les 9 - V4 - examen oral - tema 1

Hola V4

Objetivo de la clase
Describir y adivinar personas
1 / 42
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hola V4

Objetivo de la clase
Describir y adivinar personas

Slide 1 - Slide

Piensa 1 minuto
¿Qué exámenes tienes en periodo 3?
¿Cómo te vas a preparar para estos exámenes?

Slide 2 - Slide

Los deberes para hoy

Slide 3 - Slide

Fechas importantes

TP3 examen de textos
Examen oral es depués de TP3


Slide 4 - Slide

Preparación examen de textos
Bespreken tekst 8

Stappenplan herhalen waarmee je teksten goed kan maken

Eén tekst maken en bespreken in de les (12 minuten)

Slide 5 - Slide

Wat is de weging van de leesvaardigheidstoets in TW3?
A
5
B
10
C
15
D
20

Slide 6 - Quiz

Een goede voorbereiding is ...

Bespreek met je klasgenoot en schrijf 3 adviezen op


Slide 7 - Slide

Una buena preparación
  • practicar mucho
  • usar la estrategia
  • conocer la gramática
  • conocer muchas palabras

Slide 8 - Slide

La estrategia de textos largos
- pon en orden correcto
  1. Lees het stukje tekst waarnaar wordt verwezen in de vraag.
  2. Markeer waar volgens jou het antwoord staat.
  3. Lees de meerkeuze antwoorden en kies welke het meest lijkt op jouw antwoord.
  4. Lees/vertaal de eerste vraag, maar kijk niet naar de antwoorden
  5. Formuleer je eigen antwoord in het Nederlands (schrijf dit op)
  6. Bepaal het onderwerp (of liever hoofdgedachte) van de tekst (plaatje, titel, tussenkopjes)

Slide 9 - Slide

Textos - estrategia
  1. Bepaal het onderwerp of de hoofdgedachte van de tekst. Hiervoor kijk je naar plaatje, titel, kopjes en eventueel de inleiding.
  2. Lees en vertaal de eerste vraag (kijk NIET naar de antwoorden)
  3. Lees het stukje tekst waarnaar wordt verwezen.
  4. Bedenk je eigen antwoord en schrijf dat op.
  5. Lees de meerkeuze antwoorden.
  6. Staat jouw anterwoord daarbij? Kies dat.


Klik hier.
Maak de eerste vraag; met de strategie.

Slide 10 - Slide

Bespreken texto 8
Wat wordt verteld in de eerste alinea?
Wat wordt vertelt in de tweede alinea?
Hoeveel woorden moest je opzoeken om de vragen te kunnen maken?
De volgende woorden waren belangrijk om de tekst en de vragen te begrijpen. Ken je nu de betekenis van deze  woorden?
destinada a los animales protegidos
tener un susto
una broma
descansar
asustar

Slide 11 - Slide

Hacer texto 11
De betekenis van de volgende werkwoorden heb je nodig

identificar
negar
publicar
revelar

el descubrimiento
el lugar
la cultivación
el rasgo
timer
4:00

Slide 12 - Slide

Examen oral - 15% - después de TW3
  1. Vertellen over jezelf, je familie en vrienden (uiterlijk, karakter, familie, vrienden)
  2. Vertellen over je dagelijkse routine en vrije tijd
  3. Vertellen over school
  4. Jouw kindertijd (imperfecto)
  5. Jouw vakantieplannen (toekomende tijd)


In duo's - 20 minuten
Alle stof V2 t/m V4
Uitspraak, grammatica,  , vocabulaire en fluency

Slide 13 - Slide

Schrijf hier alle vraagwoorden die je kent in het Spaans (met de Nederlandse betekenis erachter)

Slide 14 - Mind map

Escribe 6 preguntas para el examen oral sobre el tema 1 en holandés
(información personal, aficiones, familia, físico, carácter)
timer
2:00

Slide 15 - Open question

Traduce estas preguntas al español
timer
3:00

Slide 16 - Open question

Vas a ver y escuchar una canción
del cantante David Rees
Se va a presentar y va a decir 50 cosas sobre él
Escribe la palabra que falta
timer
2:00

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

¿Qué frase está bien? Dedos
1. Tengo pelo rubio.
2. Mi hermano tiene pelo marrón.
3. Ella es pelirrojo.
4. Soy quince años.
5. Soy muy alto.
6. Yo tengo los ojos marrón.

timer
0:10

Slide 19 - Slide

El físico 
Escribe todas las palabras que sabes en español sobre el físico en un mapa mental (como la profesora) individualmente y en silencio. (Puedes usar un diccionario o tu reader)
Usa las siguientes palabras:
el pelo
los ojos
la estatura (omvang)
verbos
otras palabras

timer
2:00

Slide 20 - Slide

Describir el físico en español
timer
1:00
Escoge a una persona de la familia real y describe su físico y su ropa

Slide 21 - Slide

El carácter
timer
1:00
Elige 3 cualidades
y 2 defectos

Escribe en tu cuaderno cómo eres tú:
soy..... pero también soy...

Slide 22 - Slide


Escribe ahora en la hoja 
15 cosas de ti 
Contesta a las preguntas en español
busca en el diccionario si es necesario
timer
3:00

Slide 23 - Slide

Información personal
Pregunta ahora en español a tu compañero/a de clase
sobre información personal como en la hoja.
timer
3:00

Slide 24 - Slide

¿Qué frase no es correcta? Dedos
1. Tengo quince años.
2. La profesora De Zwart es bajita.
3. Tengo el pelo castaño.
4. Mi hermana tiene los ojos azul.

Slide 25 - Slide

Ahora sé cómo hablar del físico
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Ahora sé cómo hablar del carácter
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Ahora sé cómo hablar de mi
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Escribe las respuestas en tu cuaderno
1. Waar ben jij geboren? (gebruik indefinido)
2. Wanneer ben jij geboren? (gebruik indefinido)
3. Wie is jouw favoriete persoon en jouw familie?
4. Kan je deze persoon beschrijven?
5. Wat zijn jouw hobby’s?
6. Wat vind jij leuk om te doen in je vrije tijd (met gustar)?
7. Hoe heet jouw moeder?
8. Hoe oud is je moeder?
9. Welk beroep heeft je vader? (welk = qué)

Slide 29 - Slide

Hacer apuntes
Er komen een paar oefening langs, waar je misschien wel fouten in gaat maken.
Deze fouten zijn basisfouten en die moet je niet maken in je mondeling.
Maak daarom aantekeningen als jij denkt dat je dit fout zou kunnen doen.

Slide 30 - Slide

Elige la frase correcta
A
Mi hermano tiene pelo rubio
B
Mi hermano tiene el pelo rubio

Slide 31 - Quiz

Elige la frase correcta
A
Mi madre tiene los ojos castaños
B
Mi madre tiene los ojos marrones.

Slide 32 - Quiz

Elige la frase correcta
A
Mi padre tiene pelo castaño
B
Mi padre tiene pelo marrón
C
Mi padre tiene el pelo castaño
D
Mi padre tiene el pelo marrón

Slide 33 - Quiz

Elige la frase correcta
A
Mi hermana tiene el pelo rojo
B
Mi hermana tiene el pelirrojo
C
Mi hermana es pelirrojo
D
Mi hermana es pelirroja

Slide 34 - Quiz

Elige la frase correcta
A
Mi abuelo es largo
B
Mi abuelo es alto

Slide 35 - Quiz

Elige la frase correcta
A
Mi abuela tiene 68 años
B
Mi abuela es 68 años

Slide 36 - Quiz

Elige la frase correcta
A
Mis padres no son muy estricto
B
Mis padres no son muy estrictas
C
Mis padres no son muy estrictos

Slide 37 - Quiz

Dus ...
Op welke dingen moet je letten als je personen beschrijft?

Slide 38 - Open question

¿Cómo es tu familia?
¿Cuántas personas hay en tu familia?
Describe 2 personas en tu cuaderno
Edad
Físico
Carácter
Profesión


timer
5:00

Slide 39 - Slide

Je krijgt een post-it.
Schrijf hierop de naam van een klasgenoot
 die jullie allebei kennen.
Je buurman/vrouw mag niet zien welke 
naam je opschrijft.
Plak de post-it op zijn of haar voorhoofd.
Klasgenoot gaat raden wie het is en stelt
daarom vragen die jij alleen met ja of nee kan beantwoorden.
Voorbeeld: ben ik groot? heb ik blond haar? zit ik op het hlz? etc.
timer
8:00

Slide 40 - Slide

La evaluación
Op welke dingen moet je letten als je het uiterlijk van een persoon beschrijft?

Welk werkwoord gebruik je om het karakter van een persoon te beschrijven.

Op welke grammatica moet je letten als je het karakter van een meisje beschrijft?

Welk werkwoord gebruik je als je vertelt dat je beste vriend niet op het HLZ zit?

Slide 41 - Slide

Los deberes

Slide 42 - Slide