BIENVENUE DANS LA CLASSE
BIENVENUE DANS LA CLASSE
Open de les meteen in het Frans met de vaste routine: Bonjour, comment ça va ? Quel jour sommes-nous ? Quel temps fait-il ? Zo staat de doeltaal direct centraal.
Ton succès dépend de toi !
Top dat jullie examen ga doen. Dat heb je aan je eigen inzet te danken. Dat is in het vierde jaar ook weer zo
Hoe werken we samen
⏰ We zijn op tijd en startklaar
🤝 We respecteren elkaar
🎯 We werken serieus en geconcentreerd
🙋 We vragen hulp en leren van fouten
🔇 We zorgen voor rust en ruimte om te leren
⭐ We nemen verantwoordelijkheid voor ons eigen leerproces
→ Je komt voorbereid naar de les, maakt je werk, vraagt hulp als dat nodig is en zet je in om je examen te halen.
Dit zijn de algmene regels maar regel zes is superbelangrijk dit jaar. Daarom ga ik jullie daar ook bij helpen.
Wat ga je leren?
Ik heb mijn Frans een beetje opgefrist
Ik ken het programma tot het examen globaal
Ik voer een gesprekje over de vakantie
Ik kan werkwoorden gebruiken met enkele fouten
This item has no instructions
AU PROGRAMME
8:15–8:20 — Introductie en kennismaken (5 min)
8:20–8:25 — Lesdoelen + programma (5 min)
8:25–8:35 — Qui aime quoi ? – jeu de parler (10 min)
8:35–8:45 — Het examenprogramma (10 min)
8:45–8:55 — Quiz: werkwoorden (10 min)
8:55–9:05 — Evaluatie (10 min)
De gebruiker noemde meerdere doelen; deze formulering bundelt de kern die het best door de lesopbouw wordt gedragen: basiszinnen heractiveren en over de vakantie spreken.
qui suis-je?
J'ai un chien... j'aime faire du camping j'aime jouer de la guitare j'habite à Alkmaar....
Ik geef les tot 1 december
DAARNA DOET MIJNHEER GALLINDO DAT WEER!
Mijnheer Gallinda komt dan weer terug
PARLER AVEC TES CAMARADES
Loop rond en zoek steeds een andere klasgenoot.
Stel de vraag in het Frans.
Luister goed en schrijf de naam + het antwoord op.
Praat met 3 verschillende klasgenoten.
GEBRUIK HIERVOOR HET WERKBLAD
minute
second
Geef elk symbool kort betekenis. Het kaartje helpt leerlingen meteen een eenvoudige keuze te maken zonder lange voorbereiding.
Wat denk je dat je voor het eindexamen Frans moet kennen en kunnen?
This item has no instructions
Welke onderdelen komen aan bod?
Vier vaardigheden
lire – lezen
écouter – luisteren
écrire – schrijven
parler – spreken
Noem hier de concrete Unités die jullie behandelen, passend bij de eigen methodeplanning. Die details stonden wel in het plan, maar niet uitgewerkt in de prompt.
Het eindcijfers
📚 Schoolexamen (SE) → 50%
Lezen
Luisteren
Spreken
Schrijven
Woordenschat & grammatica
Centraal Examen (CE) → 50%
Alleen leesvaardigheid
Doel dit schooljaar:
Je wordt beter in alle vaardigheden.
Zodat je goed voorbereid bent op zowel het SE als het CE.
Vul hier de eigen PTA-onderdelen of toetsvormen van school aan. De prompt noemt dat toetsing uitgelegd moet worden, maar geeft geen schoolspecifieke details.
Frans in mavo 4
In mavo 4 gaat het niet alleen om woordjes en grammatica leren.
Het gaat erom dat je Frans kunt begrijpen en gebruiken in verschillende situaties.
Dit is de kernboodschap van het programma. Verbind hier de rest van de slide-reeks aan: vaardigheden, toetsing en voorbereiding op het examen.
De vier vaardigheden
écrire: korte teksten en antwoorden schrijven
parler: jezelf uitdrukken in het Frans
taal inzetten in herkenbare situaties
Begrijpen
lire: teksten, vragen, informatie herkennen
écouter: gesprekken en audio begrijpen
hoofdgedachte en details vinden
Gebruiken
Maak duidelijk dat deze vaardigheden steeds samenhangen: wie beter leest en luistert, kan vaak ook beter schrijven en spreken.
HET SE VOOR LEERJAAR 4 MAVO
Kijken & luisteren – 20% -
Kennis van land & samenleving – 10%
Schrijfvaardigheid – 15%
→ informele + formele brief
Literatuur & nieuwsberichten – 5%
Gespreksvaardigheid – 20%
→ voorstellen, monoloog en rollenspel
Geef elk symbool kort betekenis. Het kaartje helpt leerlingen meteen een eenvoudige keuze te maken zonder lange voorbereiding.
EXAMENONDERDEEL 1 (SE-week)
JULLIE GAAN JE VOORBEREIDEN OP DE KIJK- EN LUISTERTOETS
This item has no instructions
Welke zin is fout?
Ils sont tombés
Tu as fini
Nous avons regardé
Je suis mangé
This item has no instructions
Wat gebeurt er vaak met het voltooid deelwoord bij être?
Het blijft altijd gelijk
Het krijgt een accent
Het past zich aan
Het wordt infinitief
This item has no instructions
Welk werkwoord vormt de passé composé met avoir?
naître
venir
manger
aller
This item has no instructions
Welke zin is correct in de passé composé?
Elle a arrivée
Elle est arrivée
Elle a arrivé
Elle est arriver
This item has no instructions
Welk hulpwerkwoord gebruik je meestal bij werkwoorden van beweging in de passé composé?
être
avoir
faire
aller
This item has no instructions
Welke zin staat in de juiste tijd voor een afgeronde gebeurtenis in het verleden?
Je mange une pomme.
J’ai mangé une pomme.
Je vais manger une pomme.
Je mangeais une pomme.
This item has no instructions
Welke Franse tijd gebruik je voor een handeling die in het verleden heeft plaatsgevonden en is afgesloten?
le présent
le futur proche
le passé composé
l’imparfait
This item has no instructions
Wat is de juiste vorm van het werkwoord in: Je ___ au collège.
vas
va
allez
vont
This item has no instructions
Welk woord is in het Frans een bijvoeglijk naamwoord?
grand
manger
vite
maison
This item has no instructions
Welke Franse zin is goed?
une maison petit
un petit voiture
une petite maison
un maison petite
This item has no instructions
Kies de juiste vertaling van: een rode auto
une voiture rouge
un voiture rouge
une rouge voiture
un rouge voiture
This item has no instructions
Kies de juiste vorm: Nous ___ français aujourd'hui.
parle
parlez
parlons
parlent
This item has no instructions
Wat past goed in de zin: Ils ___ une pizza.
mangeons
mange
mangez
mangent
This item has no instructions
Welke vorm is goed? Elle ___ à la maison.
suis
êtes
est
sommes
This item has no instructions
Kies de juiste vorm: Nous ___ un frère.
avez
ai
avons
ont
This item has no instructions
Wat is correct in het Frans: Jullie maken huiswerk.
Vous faites
Tu fais
Nous faisons
Ils font
This item has no instructions
Wat kun jij nu al best goed in het Frans?
Laat leerlingen in eigen woorden benoemen wat voor hen nu al lukt. Mogelijke elementen: werkwoorden herkennen, zinnen maken, jezelf voorstellen, eenvoudige vragen begrijpen of beantwoorden.
Wat vind jij nog lastig in het Frans?
Metacognitieve reflectie om onzekerheden zichtbaar te maken voor vervolglessen.