eerste les

BIENVENUE DANS LA CLASSE

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

BIENVENUE DANS LA CLASSE

Open de les meteen in het Frans met de vaste routine: Bonjour, comment ça va ? Quel jour sommes-nous ? Quel temps fait-il ? Zo staat de doeltaal direct centraal.


Ton succès dépend de toi !

Top dat jullie examen ga doen. Dat heb je aan je eigen inzet te danken. Dat is in het vierde jaar ook weer zo

Hoe werken we samen

  1. We zijn op tijd en startklaar

  2. 🤝 We respecteren elkaar

  3. 🎯 We werken serieus en geconcentreerd

  4. 🙋 We vragen hulp en leren van fouten

  5. 🔇 We zorgen voor rust en ruimte om te leren

  6. We nemen verantwoordelijkheid voor ons eigen leerproces
    Je komt voorbereid naar de les, maakt je werk, vraagt hulp als dat nodig is en zet je in om je examen te halen.


Dit zijn de algmene regels maar regel zes is superbelangrijk dit jaar. Daarom ga ik jullie daar ook bij helpen.

Wat ga je leren?


  • Ik heb mijn Frans een beetje opgefrist

  • Ik ken het programma tot het examen globaal

  • Ik voer een gesprekje over de vakantie

  • Ik kan werkwoorden gebruiken met enkele fouten

This item has no instructions

AU PROGRAMME

8:15–8:20 — Introductie en kennismaken (5 min)

8:20–8:25 — Lesdoelen + programma (5 min)

8:25–8:35Qui aime quoi ? – jeu de parler (10 min)

8:35–8:45 — Het examenprogramma (10 min)

8:45–8:55 — Quiz: werkwoorden (10 min)

8:55–9:05 — Evaluatie (10 min)

De gebruiker noemde meerdere doelen; deze formulering bundelt de kern die het best door de lesopbouw wordt gedragen: basiszinnen heractiveren en over de vakantie spreken.

qui suis-je?

J'ai un chien... j'aime faire du camping j'aime jouer de la guitare j'habite à Alkmaar....

Ik geef les tot 1 december

DAARNA DOET MIJNHEER GALLINDO DAT WEER!

Mijnheer Gallinda komt dan weer terug

PARLER AVEC TES CAMARADES

  1. Loop rond en zoek steeds een andere klasgenoot.

  2. Stel de vraag in het Frans.

  3. Luister goed en schrijf de naam + het antwoord op.

  4. Praat met 3 verschillende klasgenoten.



GEBRUIK HIERVOOR HET WERKBLAD

3

minute

02

second

Geef elk symbool kort betekenis. Het kaartje helpt leerlingen meteen een eenvoudige keuze te maken zonder lange voorbereiding.

Wat denk je dat je voor het eindexamen Frans moet kennen en kunnen?

This item has no instructions

Welke onderdelen komen aan bod?


Vier vaardigheden

  • lire – lezen

  • écouter – luisteren

  • écrire – schrijven

  • parler – spreken

Noem hier de concrete Unités die jullie behandelen, passend bij de eigen methodeplanning. Die details stonden wel in het plan, maar niet uitgewerkt in de prompt.

Het eindcijfers

📚 Schoolexamen (SE)50%

  • Lezen

  • Luisteren

  • Spreken

  • Schrijven

  • Woordenschat & grammatica

Centraal Examen (CE)50%

  • Alleen leesvaardigheid

Doel dit schooljaar:
Je wordt beter in alle vaardigheden.
Zodat je goed voorbereid bent op zowel het SE als het CE.

Vul hier de eigen PTA-onderdelen of toetsvormen van school aan. De prompt noemt dat toetsing uitgelegd moet worden, maar geeft geen schoolspecifieke details.

Frans in mavo 4

In mavo 4 gaat het niet alleen om woordjes en grammatica leren.


Het gaat erom dat je Frans kunt begrijpen en gebruiken in verschillende situaties.

Dit is de kernboodschap van het programma. Verbind hier de rest van de slide-reeks aan: vaardigheden, toetsing en voorbereiding op het examen.

De vier vaardigheden

  • écrire: korte teksten en antwoorden schrijven

  • parler: jezelf uitdrukken in het Frans

  • taal inzetten in herkenbare situaties

Begrijpen

  • lire: teksten, vragen, informatie herkennen

  • écouter: gesprekken en audio begrijpen

  • hoofdgedachte en details vinden

Gebruiken

Maak duidelijk dat deze vaardigheden steeds samenhangen: wie beter leest en luistert, kan vaak ook beter schrijven en spreken.

HET SE VOOR LEERJAAR 4 MAVO

  1. Kijken & luisteren – 20% -

  2. Kennis van land & samenleving – 10%

  3. Schrijfvaardigheid – 15%
    → informele + formele brief

  4. Literatuur & nieuwsberichten – 5%

  5. Gespreksvaardigheid – 20%
    → voorstellen, monoloog en rollenspel

Geef elk symbool kort betekenis. Het kaartje helpt leerlingen meteen een eenvoudige keuze te maken zonder lange voorbereiding.

EXAMENONDERDEEL 1 (SE-week)

JULLIE GAAN JE VOORBEREIDEN OP DE KIJK- EN LUISTERTOETS

This item has no instructions

Welke zin is fout?

A

Ils sont tombés

B

Tu as fini

C

Nous avons regardé

D

Je suis mangé

This item has no instructions

Wat gebeurt er vaak met het voltooid deelwoord bij être?

A

Het blijft altijd gelijk

B

Het krijgt een accent

C

Het past zich aan

D

Het wordt infinitief

This item has no instructions

Welk werkwoord vormt de passé composé met avoir?

A

naître

B

venir

C

manger

D

aller

This item has no instructions

Welke zin is correct in de passé composé?

A

Elle a arrivée

B

Elle est arrivée

C

Elle a arrivé

D

Elle est arriver

This item has no instructions

Welk hulpwerkwoord gebruik je meestal bij werkwoorden van beweging in de passé composé?

A

être

B

avoir

C

faire

D

aller

This item has no instructions

Welke zin staat in de juiste tijd voor een afgeronde gebeurtenis in het verleden?

A

Je mange une pomme.

B

J’ai mangé une pomme.

C

Je vais manger une pomme.

D

Je mangeais une pomme.

This item has no instructions

Welke Franse tijd gebruik je voor een handeling die in het verleden heeft plaatsgevonden en is afgesloten?

A

le présent

B

le futur proche

C

le passé composé

D

l’imparfait

This item has no instructions

Wat is de juiste vorm van het werkwoord in: Je ___ au collège.

A

vas

B

va

C

allez

D

vont

This item has no instructions

Welk woord is in het Frans een bijvoeglijk naamwoord?

A

grand

B

manger

C

vite

D

maison

This item has no instructions

Welke Franse zin is goed?

A

une maison petit

B

un petit voiture

C

une petite maison

D

un maison petite

This item has no instructions

Kies de juiste vertaling van: een rode auto

A

une voiture rouge

B

un voiture rouge

C

une rouge voiture

D

un rouge voiture

This item has no instructions

Kies de juiste vorm: Nous ___ français aujourd'hui.

A

parle

B

parlez

C

parlons

D

parlent

This item has no instructions

Wat past goed in de zin: Ils ___ une pizza.

A

mangeons

B

mange

C

mangez

D

mangent

This item has no instructions

Welke vorm is goed? Elle ___ à la maison.

A

suis

B

êtes

C

est

D

sommes

This item has no instructions

Kies de juiste vorm: Nous ___ un frère.

A

avez

B

ai

C

avons

D

ont

This item has no instructions

Wat is correct in het Frans: Jullie maken huiswerk.

A

Vous faites

B

Tu fais

C

Nous faisons

D

Ils font

This item has no instructions

Wat kun jij nu al best goed in het Frans?

Laat leerlingen in eigen woorden benoemen wat voor hen nu al lukt. Mogelijke elementen: werkwoorden herkennen, zinnen maken, jezelf voorstellen, eenvoudige vragen begrijpen of beantwoorden.

Wat vind jij nog lastig in het Frans?

Metacognitieve reflectie om onzekerheden zichtbaar te maken voor vervolglessen.