Proeftoets film

Proeftoets D&P media
1 / 31
next
Slide 1: Slide
D&pMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Proeftoets D&P media

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Spotlight: Je zorgt er met spotlight voor dat het object of het personage vol in het licht staat, maar de omgeving blijft donker.
Invullicht: kun je schaduwen opvullen. Met invullicht maak je deze schaduwen zachter.
Diffuus licht: licht dat van alle kanten komt. Het betekent ‘verspreid licht’ en geeft geen harde schaduwlijnen
Backlight: schijnt achterop de acteur. Hierdoor ontstaat er meer diepte in het beeld en komt de acteur iets meer naar voren in de opname.
Licht

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Geluid
Direct geluid:  is geluid dat je direct opneemt met het beeld
Effectgeluid: dit geluid voeg je bij het monteren van de film toe.
Sfeergeluid: achtergrondgeluid dat de sfeer van de film bepaalt
Voice-over: stem onder een voetbalwedstrijd
Set-noise:  omgevingsgeluid van de opnameplek
Geluidsopname maken met verschillende microfoons: 
Rondommicrofoon:  neemt het geluid rondom de microfoon 
Richtmicrofoon: neemt geluid op van één kant

Slide 3 - Slide

Setnoise kan je denken aan auto's die voorbij rijden of vogels die je hoort
Digitale middelen
Spiegelreflexcamera
SD Card
Accu
Harde schrijf
Cloud
Statief
dashcam
Tripod

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Bij filmen wordt gebruikgemaaakt van apparatuur.

Hoe noem je de stang waar de microfoon aan vastzit?
A
Statief
B
Boom/hengel
C
Autocue Autocue

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Zet de juiste filmgenre bij de juiste omschrijving.
Is een verhaal dat het leven beschrijft van iemand die echt bestaan heeft (of bestaat).

Is een film bedoeld voor jongeren tot ongeveer 16 jaar.

Is een film waarin uitgelegd wordt hoe iemand iets moet doen.
Is een verzonnen verhaal (fictie) waarin de (karakter)ontwikkelingen van een of meer personages centraal staan.
Is een film met een verhaal dat zich afspeelt in het verleden.
Is een film waarin een filmtechniek gebruikt wordt van stilstaande beelden. Deze worden achter elkaar gemonteerd en hoe sneller je de beelden achter elkaar ziet, hoe vloeiender de beweging lijkt.
Animatie
Biografie
Jeugdfilm
Instructiefilm
Drama
Historische film

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Zet de stappen voor het maken van een film in de goede volgorde
Film monteren
Script schrijven
Contact met opdrachtgever over doel en wensen 
Draaiboek maken
Storyboard uitwerken
Filmen 
Film presenteren
1
2
3
4
5
6
7

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

Wat is het doel van een draaiboek?
A
Duidelijk overzicht van wie wat doet en waar, hoe en wanneer
B
Wie er allemaal betaald moeten worden
C
Wie er die dag aanwezig zijn
D
Wie er mee eten

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions


Welk beeldkader is dit?
A
Panorama shot
B
Medium shot
C
Totaal shot
D
Close up

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions


Welk beeldkader is dit?
A
Panorama shot
B
Medium shot
C
Totaal shot
D
Close up

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions


Welk beeldkader is dit?
A
Panorama shot
B
Medium shot
C
Totaal shot
D
Close up

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions


Welk camerastandpunt is dit?
A
(OS) Over-shoulder
B
(POV) Point of view
C
(KP) Kickvorsperspectief
D
(VP)Vogelperspectief

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions


Welk camerastandpunt is dit?
A
(OS) Over-shoulder
B
(POV) Point of view
C
(KP) Kickvorsperspectief
D
(NP)Neutraal perspectief

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Schrijf 5 camerabewegingen op

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Wat zie je hier?
A
Een filmshot
B
Een storyboard
C
Een clapboard
D
Een shotlist

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat zie je hier?
A
Een filmshot
B
Een storyboard
C
Een clapperboard
D
Een shotlist

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Je monteert een film met een
.........
op de computer
A
Editing programma
B
Videomontageprogramma
C
Bewerkingsprogramma
D
Videobewerkinsprogramma

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekend het woord renderen?
A
Beeldmateriaal aan elkaar plakken in een montage programma
B
Het bereken van alle loze video's dat tot één video wordt gemaakt.
C
één video maken van alles
D
Programmeren van loze video's tot één video

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet de muziek die je 'onder' een film zet?
A
soundcloud
B
soundhouse
C
sound of music
D
soundtrack

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent pannen?
A
in en uit zoomen
B
Horizontale beweging van de camera
C
Verticale beweging van de camera
D
De camera veranderd van positie

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent tilten?
A
in en uit zoomen
B
Horizontale beweging van de camera
C
Verticale beweging van de camera
D
De camera veranderd van positie

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions


Deze persoon haal je met de cameralens dichterbij. Je maakt deze persoon groter. Hoe heet dit?
A
inzoomen
B
Pannen
C
Titlten
D
Uitzoomen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Aan wie vraagt de regisseur zijn idee voor een verhaal uit te werken?
A
Directeur
B
Scenarioschrijver
C
Producer
D
Editor

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je een stem die commentaar geeft in de film?
A
set noise
B
voice under
C
voice over
D
effect geluid

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Waarvoor gebruik je invullicht
A
Invullicht gebruik je als aanvulling op een andere lichtbron
B
Meestal gebruik je op de set alleen invullicht
C
een persoon of voorwerp op de set te verlichten
D
licht dat van alle kanten komt. Het betekent ‘verspreid licht’ en geeft geen harde schaduwlijnen

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekend direct geluid?

A
dit geluid voeg je bij het monteren van de film toe.
B
achtergrondgeluid dat de sfeer van de film bepaalt
C
stem onder een voetbalwedstrijd
D
is geluid dat je direct opneemt met het beeld

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekend sfeergeluid:?

A
dit geluid voeg je bij het monteren van de film toe.
B
achtergrondgeluid dat de sfeer van de film bepaalt
C
stem onder een voetbalwedstrijd
D
is geluid dat je direct opneemt met het beeld

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Waarvoor gebruik je een spotlight?
A
Om de filmset als geheel te verlichten
B
een persoon of voorwerp op de set te verlichten
C
Om zachtere schaduwlijnen te creëren
D
licht dat van alle kanten komt. Het betekent ‘verspreid licht’ en geeft geen harde schaduwlijnen

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Vogels dat je buiten hoort tijdens het filmen noem je?
A
Set noise
B
Voice -over
C
Effect geluid
D
Sfeergeluid

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions