This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 20 min
Items in this lesson
Begrippencheck
Hst 4
Stoffen en straling
Slide 1 - Slide
Check
Ff kijken welke woorden en begrippen jij nog kent...
Het zijn woorden uit hoofdstuk 4
Je mag bronnen gebruiken!!!
(Boek, ELO, Google)
Slide 2 - Slide
Wat betekend "Elektro magnetische straling"?
Slide 3 - Open question
Wat is een Stralingsbron?
A
Iemand die heel blij is en veel straalt
B
Een stof of voorwerp dat straling uitzend
C
Een waterbron die geneeskrachtig water geeft
D
Dat is een lamp
Slide 4 - Quiz
Schrijf de drie deeltjes op die in een atoom zitten.
Slide 5 - Open question
Zoek op google een plaatje van een GM-teller. Zet dat plaatje in het antwoordvak.
Slide 6 - Open question
Het atoomnummer heeft een waarde. Deze waarde is gelijk aan ... (meerdere antwoorden mogelijk)
A
Aantal protonen
B
Aantal neutronen
C
Atoomsoort
D
Aantal elektronen
Slide 7 - Quiz
Leg uit wat het massagetal is én van welke twee waarden is het massagetal afhankelijk?
Slide 8 - Open question
Wat is Alfastraling?
A
Dat is straling uit de atoomkern
B
Dat is straling van neutronen
C
Dat is straling uit het héle atoom
D
Alfastraling zijn kleine deeltjes, elektronen.
Slide 9 - Quiz
Bij een patiënt wordt een tracer ingebracht om tumoren op te zoeken. Als radioactieve stof wordt technicum gebruikt. De halfwaardetijd van technicum is 6 uur.
Na...................uur is nog de helft van de stof actief?
A
3
B
12
C
6
D
18
Slide 10 - Quiz
Bij een patient wordt een tracer ingebracht om tumoren op te zoeken. Als radioactieve stof wordt technicum gebruikt. De halfwaardetijd van technicum is 6 uur.
Hoeveel procent is na 30 uur nog actief?
A
0%
B
3,125%
C
6,25%
D
12,5%
Slide 11 - Quiz
In BINAS tabel 25 vind je de uitgebreide gegevens van het periodiek systeem. Welk element hoort bij atoomnummer 45?
A
Mo
B
Tc
C
Ru
D
Rh
Slide 12 - Quiz
alle elementen staan in het een geordend systeem. Hoe heet dit?
A
element systeem
B
periodiek systeem
C
basis-systeem
D
tijdloos systeem
Slide 13 - Quiz
De stof uranium heeft atoomnummer 92. De isotoop U-235 is radioactief. Wat is het massagetal van U-235?
A
0
B
92
C
143
D
235
Slide 14 - Quiz
het massagetal staat voor...
A
het aantal protonen
B
het aantal neutronen
C
het aantal elektronen
D
het totale aantal
Slide 15 - Quiz
Een atoom heeft atoomnummer 15 en massagetal 31. Hoeveel protonen heeft dit atoom?
A
14
B
15
C
31
D
16
Slide 16 - Quiz
C-14 is het isotoop van Koolstof (C-12). Welk deeltje is meer aanwezig in een isotoop
A
Protonen
B
Neutronen
C
Elektronen
Slide 17 - Quiz
in welke binastabel kun je informatie over isotopen vinden
A
22
B
32
C
33
D
34
Slide 18 - Quiz
tritium (H-3) is een isotoop van waterstof (H). wat is het verschil tussen tritium en normaal waterstof?
A
het aantal protonen
B
het aantal neutronen
C
de lading
D
het atoomnummer
Slide 19 - Quiz
Wat is een isotoop?
A
zelfde atoom,
andere massa
B
ander atoom,
zelfde massa
C
zelfde atoom,
ander atoomnummer
D
ander atoom,
zelfde atoomnummer
Slide 20 - Quiz
Isotopen van hetzelfde element zijn even zwaar.
A
Juist
B
Onjuist
C
Aliens
Slide 21 - Quiz
Hoe heten atomen van dezelfde atoomsoort met een verschillend massagetal?