Grammar Past simple and Present Perfect
Als iets in het verleden gebeurde, gebruik je de past simple. Regelmatige werkwoorden in de past simple eindigen op -ed. Onregelmatige werkwoorden in de past simple zijn allemaal verschillend. Je moet ze uit je hoofd leren.
Je gebruikt de past simple als het duidelijk over het verleden gaat. Dat kun je zien aan woorden in de zin die duidelijk een moment in het verleden aangeven, zoals when I was a child, in the Middle Ages en yesterday in de zinnen hieronder.
- When I was a child, I really liked knights.
- In the Middle Ages, people died at a young age.
- She officially got her coat of arms yesterday.