Herhaling Personeel

Kennischeck Personeel
1 / 19
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Kennischeck Personeel

Slide 1 - Slide

Van welke drie wettelijke eisen van een arbeidsovereenkomst, is geen sprake bij een overeenkomst van opdracht? (zzp overeenkomst)
A
Arbeidsverplichting
B
Loon
C
Arbeidsverhouding
D
Gezagsverhouding

Slide 2 - Quiz

Een individuele arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen één werkgever en één werknemer.

Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is een overeenkomst tussen ....
A
één werkgever en werknemersorganisaties
B
werkgeversorganisaties en één werknemer
C
werkgeversorganisaties en de vakbond
D
werkgeversorganisaties en de OR

Slide 3 - Quiz

Bij het aflopen van een contract voor bepaalde tijd, moet een werkgever ...
A
Een opzegtermijn aanhouden
B
Een transitievergoeding betalen
C
Een reden geven voor het niet verlengen van het contract
D
Een contract voor onbepaalde tijd aanbieden als ze de werknemer wil behouden

Slide 4 - Quiz

Van een werknemer in loondienst bedraagt in 2023 het brutomaandloon €3.000,- (1 fte) exclusief 8% vakantiegeld over het brutoloon. De werknemer werkt in 2024 0,8 ft en krijgt een loonsverhoging van 4%. Het werkgeversaandeel sociale lasten bedraagt 30% van het brutoloon incl vakantiegeld. Bereken voor deze werknemer de totale loonkosten in 2024.

Slide 5 - Open question

Een werkgever wil een werknemer ontslaan op staande voet vanwege een diefstal case. Welke ontslagroute moet de werkgever nemen?
A
Via de kantonrechter
B
Via het UWV
C
Er is bij ontslag op staande voet geen externe partij nodig, werkgever kan per direct opzeggen
D
Via een vaststellingsovereenkomst

Slide 6 - Quiz

Een werknemer heeft recht op de volgende transitievergoeding bij ontslag:
- Als het dienstverband 8 jaar of minder heeft geduurd: 1/6 bruto maandsalaris voor elke volle 6 maanden in dienst.
- Voor elk jaar dat het dienstverband langer heeft geduurd dan 8 jaar: 1/4 bruto maandsalaris voor elke volle 6 maanden in dienst.
Op 1 januari 2025 neemt Kira ontslag. Ze verdiende € 4.450 bruto per maand en is op dat moment 11 jaren en 8 maanden in dienst. Hoe hoog is de transitievergoeding die zij krijgt?

Slide 7 - Open question

Marco werkt bij bedrijf X, een onderneming met 2.000 werknemers. Marco is ontevreden over het verplichte aantal dagen dat hij op kantoor moet werken. Sinds covid is thuis werken toch de nieuwe normaal geworden? Hij wil een wijzigingsvoorstel voor het werkplekbeleid indienen. Bij welk orgaan kan hij zich het beste melden?
A
De vakbond
B
De HR afdeling
C
De OR
D
De directie

Slide 8 - Quiz

Link de juiste omschrijving aan de drie verschillende onderdelen van het personeelsbeleid van een organisatie:

1. verschillende situaties waarbij de arbeidsovereenkomst van een medewerkers wordt beëindigd, van ontslag tot pensioen
2. het zoeken naar en selecteren van nieuwe medewerkers. Dit kan intern of extern, door eigen medewerkers of uitbesteed aan een bureau met expertise
3. het behouden en ontwikkelen van werknemers, van talent management tot interne promoties
A
1 = doorstroom, 2 = instroom, 3 = uitstroom
B
1 = uitstroom, 2 = doorstroom, 3 = instroom
C
1 = uitstroom, 2 = instroom, 3 = doorstroom
D
1 = doorstroom, 2 = uitstroom, 3 = instroom

Slide 9 - Quiz

Je hebt recht op vakantiegeld
A
Als je een aanstelling voor onbepaalde tijd hebt
B
Als het in de CAO staat
C
Als het in je individuele arbeidsovereenkomst staat
D
altijd

Slide 10 - Quiz

Wat is geen recht van een ondernemingsraad?
A
Adviesrecht
B
Recht op informatie
C
Initiatiefrecht
D
Recht op privacy

Slide 11 - Quiz

In grote organisaties is er een aparte afdeling personeelszaken (of ‘Human Resources’, HR). In onderstaande lijst staat een aantal stellingen over personeelsbeleid:
1. Werving van personeel gebeurt met behulp van vacatures, sociale media of externe bureaus.
2. Selectie van personeel gebeurt met behulp van sollicitatiegesprekken of tests / assessments.
3. In een functieprofiel wordt vastgelegd wat een werknemer moet doen.
4. In een beoordelingsgesprek wordt het functioneren van de werknemer en de leidinggevende besproken.

Welke stellingen zijn juist?
A
1 , 2 en 4
B
2 en 3
C
1, 2 en 3
D
1, 2, 3 en 4

Slide 12 - Quiz

Loonkosten zijn...
A
hoger dan het brutoloon
B
lager dan het brutoloon
C
hetzelfde, tenzij er pensioen wordt afgedragen
D
altijd hetzelfde

Slide 13 - Quiz

Je steelt op je werk, wordt betrapt en maakt je werkdag af. Een week later zegt je werkgever dat je op staande voet ontslagen bent. Mag dat?
A
Nee, moet direct
B
Nee, staande voet is niet voor diefstal
C
Ja, diefstal is altijd staande voet
D
Ja, werkgever moet een opzegtermijn hanteren

Slide 14 - Quiz

Bij onvoldoende functioneren verloopt het ontslag...
A
Via het UWV
B
Via de kantonrechter
C
met wederzijds goedvinden
D
Via de arbeidsrechter

Slide 15 - Quiz

Wat is geen recht van de OR?

A
Adviesrecht
B
initiatiefrecht
C
instemmingsrecht
D
Besluitrecht

Slide 16 - Quiz

Welk gesprek wordt hier bedoeld?
kenmerken: tweerichtingsverkeer, vaak eens per jaar, toekomstafspraken, feedback van leidinggevende naar werknemer en andersom.
A
Functioneringsgesprek
B
beoordelingsgesprek
C
exit-gesprek
D
resultaatgesprek

Slide 17 - Quiz

Je hebt recht op vakantiegeld
A
Als je een aanstelling voor onbepaalde tijd hebt
B
Als het in de CAO staat
C
Als het in je individuele arbeidsovereenkomst staat
D
altijd

Slide 18 - Quiz

Kleppen dicht

Slide 19 - Slide