Examen Gesprekken voeren - les 3

Examenvoorbereiding 
Nederlands 

Gesprekken voeren 
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 3

This lesson contains 25 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Examenvoorbereiding 
Nederlands 

Gesprekken voeren 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Filmpje: wat gebeurt er als je rijdt onder invloed?

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Filmpje: ouders vertellen...

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Examen 3F - gesprekken voeren

- Overleg
- In een groepje 2/3 personen
- 15 minuten voorbereiding
- 10 à 15 minuten overleg voeren

  • Inleiding over het onderwerp en/of ideeën

  • Argumenten voor / tegen

  • Je bereidt het gesprek kort voor.

Slide 20 - Slide

Overleg stappen
1. Informatie verzamelen : argumenten voor / tegen
Deze heb je al genoteerd bij de vorige opdracht.
2. Noteer nu de 2 oplossingen en de argumenten voor/tegen onder elkaar, zodat je deze gemakkelijk bij het gesprek kan gebruiken.
3. Iemand geeft een korte inleiding over het onderwerp
4. Iedereen geeft argumenten voor de oplossing of keuze die hij het beste vindt.
Uiteindelijk samen tot een besluit komen.
Het is geen debat/discussie, dus geen strijd.

Slide 21 - Slide

Voorbereiden

Je krijgt nu 15 minuten om dit onderdeel voor te bereiden.
Noteer ieder 3 oplossingen en licht dit toe.

- Noteer voor- en nadelen per oplossing.
- Maak de aantekeningen zoals het voorbeeld.
timer
15:00

Slide 22 - Slide

Gesprek voeren

Je hebt 10 - 15 minuten de tijd om het overleg te voeren.
Één van jullie opent het gesprek.
- Jullie bespreken alle oplossingen en de voor- en nadelen.
- Zorg ervoor dat alles duidelijk besproken wordt.
- Jullie kiezen samen de oplossing die het meest effectief is.
timer
10:00

Slide 23 - Slide

Nabespreken
Gespreksvaardigheid + +/– –
  • De leerling heeft een actieve gesprekshouding en laat merken dat hij actief naar zijn gesprekspartner luistert.
  • De leerling vraagt door en stelt controlevragen als dat nodig is.
  • De leerling geeft toelichting als dat nodig is.
  • De leerling stemt zijn inbreng af op zijn gesprekspartner.
  • De leerling onderbreekt zijn gesprekspartner op een gepaste manier en behoudt op beleefde wijze de beurt.












Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide