Unidad 1 C2 Gramática. Gerundio

C2 U1 Gramática
¿Qué vamos a hacer?
- gerundio (estar + stam+ando/iendo)
- verbo gustar 
- vraagnaamwoorden

1 / 18
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 35 min

Items in this lesson

C2 U1 Gramática
¿Qué vamos a hacer?
- gerundio (estar + stam+ando/iendo)
- verbo gustar 
- vraagnaamwoorden

Slide 1 - Slide

Estar+gerundio
  • Geef je aan dat een handeling of een gebeurtenis aan de gang is.
"Mis amigos están jugando al baloncesto."
"Yo estoy estudiando para el examen del lunes."
"María está comiendo en la cantina."

  • Met de Presente geef je aan dat een gebeurtenis regelmatig plaatsvindt.
" Normalmente desayunan a las nueve."
" Todos los días juego a la PlayStation 5."

Slide 2 - Slide

Estar+gerundio

estoy
estás
está
estamos     +    -ando  (-AR)
estáis                  -iendo (-ER-IR)
están
Onregelmatige vormen:
decir : diciendo  
pedir: pidiendo   
dormir: durmiendo
______________________________
ir: yendo     
leer: leyendo 
oír: oyendo
traer: trayendo

Slide 3 - Slide

Uitzonderingen (gerundio)
decir
diciendo
pedir
pidiendo
venir
viniendo
dormir
durmiendo
leer
leyendo
ir
yendo
zeggen
vragen/verzoeken
komen
slapen
lezen
gaan

Slide 4 - Slide

Wederkerende werkwoorden bij de Gerundio:
Estar+ gerundio ( ducharse, afeitarse...): Bij de gerundio kunnen de voornaamwoorden vóór het werkwoord ESTAR staan of direct achter de gerundio. Om de klemtoon te handhaven krijgt de Gerundio dan wel een accent.
yo 
me
estoy
duchando
te
estás
duchando
él/ella/
usted
se
está
duchando
nosotros
nos
estamos
duchando
vosotros
os
estáis
duchando
ellos-as/
ustedes
se
están
duchando
yo
estoy
duchándome
tú 
estás
duchándote
él/ella/
usted
está
duchándose
nosotros
estamos
duchándonos
vosotros
estáis
duchándoos
ellos-as/
ustedes
están
duchándose

Slide 5 - Slide

GERUNDIO: ESTAR +stam=ando/iendo

Als je in het Spaans wilt zeggen dat iets aan de gang is of dat je ergens mee bezig bent op dit moment, dan gebruik je een vorm van estar +stam=ando/iendo

Weet je het rijtje van 'estar' (zijn) nog?
Schrijf het rijtje in je schrift!

Hoe maak je de 'gerundio' van de regelmatige werkwoorden? Bekijk goed de tabel hiernaast!


LET OP!!! De woordvolgorde: De werkwoorden in een Spaanse zin staan bij elkaar. Dat is anders dan in het Nederlands:
NL: Ik ben in het restaurant pizza aan het eten.
SP: Estoy comiendo pizza en el restaurante.








De
klinkerwisseling van -e naar -i  komt ook voor
in de 'gerundio':
pedir  > pidiendo (aan het vragen)
medir > midiendo (aan het meten)
_______________________________________________________________
Enkele voorbeeldzinnen:
1. Estoy comiendo un bocadillo.
(Ik ben een broodje aan het eten.)
2.  Mis amigos están hablando por teléfono.
(Mijn vrienden zijn aan het praten via de telefoon.)
3.  Mi madre está cocinando.
(Mijn moeder is aan het koken.)
ww op -ar
ww op -er en -ir
stam + ando
stam + iendo
hablar > stam = habl >
gerundio = hablando
comer > stam = com > gerundio = comiendo
escribir > stam = escrib > gerundio = escribiendo

Slide 6 - Slide

Ejemplos
Enkele voorbeeldzinnen:

1. Estoy comiendo un bocadillo.
(Ik ben een broodje aan het eten.)

2. Mis amigos están hablando por teléfono.
(Mijn vrienden zijn aan het praten via de telefoon.)

3. Mi madre está cocinando.
(Mijn moeder is aan het koken.)
LET OP!!! 

De woordvolgorde: 

De werkwoorden in een Spaanse zin staan bij elkaar. Dat is anders dan in het Nederlands:

NL: 
Ik ben in het restaurant pizza aan het eten.

SP: Estoy comiendo pizza en el restaurante.

Slide 7 - Slide

Practicamos
Vertaal op de volgende 5 slides de Nederlandse zinnen naar het Spaans.

Gebruik estar + gerundio zoals je net hebt geleerd!

Slide 8 - Slide

José is aan het reizen(viajar)

Slide 9 - Open question

Wat zijn jullie aan het eten (comer)?

Slide 10 - Open question

Mijn vriend en ik zijn huiswerk aan het maken. (hacer los deberes)

Slide 11 - Open question

Juan is aan het schrijven. (escribir)

Slide 12 - Open question

Jij bent aan het slapen. (dormir)

Slide 13 - Open question

Gebruik estar+gerundio:
Nosotros/película/ver/una.

Slide 14 - Open question

Gebruik estar+gerundio:
Mis padres/en/hacer/ el supermercado/las compras.

Slide 15 - Open question

Gebruik estar+gerundio:
Juan y Esther/para/el/estudiar/examen.

Slide 16 - Open question

¿Qué están haciendo los chicos en clase?

Slide 17 - Slide

timer
8:00

Slide 18 - Slide