1MHV 2.4 Plurals & Ordinals

Today's Lesson




Chapter 2 - Music
  • Plurals
  • have/has got
  • Ordinals
  • Work on exercises
1 / 38
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Today's Lesson




Chapter 2 - Music
  • Plurals
  • have/has got
  • Ordinals
  • Work on exercises

Slide 1 - Slide

Hoe maak ik een meervoudsvorm in het Engels? Geef uitleg of een voorbeeld.

Slide 2 - Mind map

LET OP!
Bij meervoud GEEN 's!

Slide 3 - Slide

Zet 3 zelfgekozen Engelse woorden
in het meervoud.

Slide 4 - Open question

Hoe zou je het woord 'PHOTO'
in de meervoudsvorm zetten?

Slide 5 - Open question

En het woord 'LADY'?

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

En hoe zou je 'BRUSH' in het meervoud zetten?

Slide 8 - Open question

Slide 9 - Slide

Hoe zou je het woord 'KNIFE' in het meervoud zetten?

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Change the following words into 
PLURALS!

Slide 13 - Slide

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord TREE
A
trees
B
tree's

Slide 14 - Quiz

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord SUNFLOWER
A
sunflower's
B
sunflowers

Slide 15 - Quiz

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord BUTTERFLY
A
butterflys
B
butterflies

Slide 16 - Quiz

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord CHILD
A
children
B
childs

Slide 17 - Quiz

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord FOX
A
foxs
B
foxes

Slide 18 - Quiz

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord BABY
A
baby's
B
babies

Slide 19 - Quiz

Geef de juiste meervoudsvorm
van het woord FIREMAN
A
firemans
B
firemen

Slide 20 - Quiz

Any questions?
Next topic!

Slide 21 - Slide

Wanneer gebruik ik have en wanneer gebruik is has?

Slide 22 - Mind map

Slide 23 - Slide

I ___ a nice room.

Slide 24 - Open question

He ___ an old bike.

Slide 25 - Open question

My dog ___ an old toy, he loves it!

Slide 26 - Open question

Dave and Melanie ___ a relationhip, that's cute!

Slide 27 - Open question

Any questions?
Next topic!

Slide 28 - Slide

Een rangtelwoord maak je (bijna !) altijd door er   
-th achter te zetten.
Voorbeeld:

Four  -  Fourth 
Five  -  Fifth 
Six  -   Sixth
 Seven  -  Seventh 

Slide 29 - Slide

Rangtelnummers (ordinal numbers)

Slide 30 - Slide

Uitzonderingen:
First - Second - Third (en twenty-first, thirty-second, etc.).
five - fifth 
eight - eighth
nine - ninth
twelve - twelfth
twenty - twentieth
(thirty - thirtieth, forty -  fortieth enz..)

Slide 31 - Slide

Ordinals, what is the rule of thumb?
(bijv. zesde, tiende, veertiende)
A
st, for example 1st
B
nd, for example 2nd
C
rd, for example 3rd
D
th, for example 4th

Slide 32 - Quiz

Which one is correct?

zesde
A
six
B
sixte
C
sixth
D
sixtieth

Slide 33 - Quiz

Which one is correct?

21e
A
21th
B
21e
C
21st
D
21nd

Slide 34 - Quiz

Which one is correct?

achtste
A
eighth
B
eightht
C
eightieth
D
eight

Slide 35 - Quiz

Any questions?
Work on the exercises

Slide 36 - Slide

SO Vocabulary & Phrases
Friday the 13th of November

Study all Vocabulary and phrases from chapter 2! (page 99 &100 in your textbook)

Zorg ervoor dat je alles kent van Nederlands naar Engels & Engels naar Nederlands!
Alle woorden en zinnen staan al voor je klaar in Quizlet!!!
1MH1 Homework:
Monday 16th of November

Chapter 2 Lesson 3 & 4
Lesson 3: exercises 23 & 24
Lesson 4: exercises 29 t/m 33
Study all vocabulary & phrases

Slide 37 - Slide

SO Vocabulary & Phrases
Thursday the 12th of November

Study all Vocabulary and phrases from chapter 2! (page 99 &100 in your textbook)

Zorg ervoor dat je alles kent van Nederlands naar Engels & Engels naar Nederlands!
Alle woorden en zinnen staan al voor je klaar in Quizlet!!!
1MH2 Homework:
Monday 16th of November

Chapter 2 Lesson 3 & 4
Lesson 3: exercises 23 & 24
Lesson 4: exercises 29 t/m 33
Study all vocabulary & phrases

Slide 38 - Slide