4.3B Schaduwen en Licht

4.3B Schaduwen en Licht

Leerdoelen:
  • Je weet hoe kernschaduw en halfschaduw ontstaan en kunt deze intekenen in een werkblad
  • Je weet hoe een spiegelbeeld ontstaat en kunt deze intekenen in een werkblad
  • Je weet hoe licht gereflecteerd of gebroken kan worden en kunt dit intekenen in een werkblad


1 / 34
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

4.3B Schaduwen en Licht

Leerdoelen:
  • Je weet hoe kernschaduw en halfschaduw ontstaan en kunt deze intekenen in een werkblad
  • Je weet hoe een spiegelbeeld ontstaat en kunt deze intekenen in een werkblad
  • Je weet hoe licht gereflecteerd of gebroken kan worden en kunt dit intekenen in een werkblad


Slide 1 - Slide

Lichtstralen en schaduw
Een lichtbron straalt licht uit. Voorwerpen die door de lichtbron verlicht worden kun je zien, omdat ze het licht weerkaatsen. Licht kan niet door voorwerpen heen. Omdat lichtstralen altijd rechtdoor gaan, kan het licht op sommige plaatsen niet komen. Waar het licht niet kan komen, heb je schaduw. De schaduw is de plaats waar het licht niet kan komen.

Slide 2 - Slide

Licht tekenen
Omdat licht zich verplaatst in rechte lijnen, teken je lichtstralen ook als rechte lijnen. De twee lichtstralen die net niet door een voorwerp worden tegengehouden, heten de randstralen.

Slide 3 - Slide

Licht tekenen met twee lichtbronnen
Als er twee lichtbronnen een voorwerp beschijnen, zal er geen mooi schaduwbeeld ontstaan. Je kunt te maken krijgen met een kernschaduw en een halfschaduw of bijschaduw.

Slide 4 - Slide

Een man staat in het donker onder een straatlantaarn. De straatlantaarn is aan. Hierdoor zal de man een schaduw werpen op de grond.

Teken de lichtstralen die langs de man afgaan. Teken ook de schaduw die op de grond te zien zal zijn.

Slide 5 - Open question

Teken de randstralen van beide lampen, langs het voorwerp, tot aan het scherm
Geef met een zwarte streep aan waar de kernschaduw valt
Geef met grijze strepen aan waar de halfschaduw valt

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Terugkaatsing van licht
Ruwe, bobbelige en golvende oppervlakken weerkaatsen diffuus licht. Het oppervlak van een spiegel is heel glad en weerkaatst het licht heel netjes. De hoek waaronder het licht op de spiegel valt is precies even groot als de hoek waarmee het licht de spiegel weer verlaat.

Bij diffuse terugkaatsing zal licht alle kanten op gaan. Bij gerichte terugkaatsing wordt licht heel netjes weerkaatst.

Slide 10 - Slide

Gerichte terugkaatsing
Komt een lichtstraal op een gladde spiegel, dan is de hoek waaronder de lichtstraal op de spiegel komt dezelfde als de hoek waaronder de lichtstraal wordt teruggekaatst.

De spiegelwet omschrijft dit als volgt: de hoek van inval (∠ i) is gelijk aan de hoek van terugkaatsing (∠ t).
De normaal is de denkbeeldige lijn die loodrecht op de spiegel staat.
Het beeld dat je ziet als je in de spiegel kijkt, noem je het spiegelbeeld. Het spiegelbeeld is een virtueel beeld: het bestaat niet echt.

Slide 11 - Slide

Stappenplan tekenen van teruggekaatste lichtstraal d.m.v. spiegelwet

Slide 12 - Slide

Uitleg
Op de plaats waar de lichtstraal de spiegel raakt, is een lijn getekend die loodrecht op de spiegel staat: de normaal (of loodlijn). De hoek tussen de invallende lichtstraal en de normaal heet de hoek van inval (∠ i). De hoek tussen de teruggekaatste lichtstraal en de normaal heet de hoek van terugkaatsing (∠ t).

Bij terugkaatsing door een spiegel geldt altijd:

hoek van inval = hoek van terugkaatsing
of in symbolen:
∠ i = ∠ t
Hierin is:
∠ i de hoek van inval in graden (°);
∠ t de hoek van terugkaatsing in graden (°).







Slide 13 - Slide

Spiegelwet
Deze regel wordt de spiegelwet genoemd.
Met de spiegelwet kun je tekenen hoe een lichtstraal door de spiegel teruggekaatst wordt:

1 Leg je geodriehoek zoals in de tekening.
2 Teken de normaal. De normaal staat altijd loodrecht op het vlak van inval (de spiegel).
3 Lees de hoek van inval af.
4 Leg je geodriehoek nu langs de andere kant van de normaal.
5 Pas de spiegelwet toe en zet de hoek van terugkaatsing uit.
6 Teken de teruggekaatste lichtstraal.





Slide 14 - Slide

Spiegelbeeld tekenen

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Lever hier de foto van de vorige opdracht in.

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Slide

Lever hier de foto van de vorige opdracht in.

Slide 19 - Open question

Heb je al eens goed naar een ambulance of politieauto gekeken? De woorden 'ambulance' en 'politie' staan namelijk in spiegelbeeld op de voorkant van de voertuigen! Dat is zodat automobilisten in hun achteruitkijkspiegel de woorden goed kunnen lezen en weten dat ze plaats moeten maken.

Schrijf de woorden 'STOP POLITIE' in spiegelbeeld op een blaadje en controleer of je het goed hebt gedaan door er een spiegel bij te houden.

Upload hieronder een foto van jouw spiegelwoorden en het spiegelbeeld om te laten zien hoe goed je dat hebt gedaan.

Slide 20 - Open question

Slide 21 - Slide

Lever hier de foto van de vorige opdracht in.

Slide 22 - Open question

Slide 23 - Slide

Lever hier de foto van de vorige opdracht in.

Slide 24 - Open question

Slide 25 - Slide

Lever hier de foto van de vorige opdracht in.

Slide 26 - Open question

Slide 27 - Slide

Lever hier de foto van de vorige opdracht in.

Slide 28 - Open question

Zonsondergang
Leg uit waardoor de smalle baan licht ontstaat die je over het water ziet lopen.

Slide 29 - Open question

Leg uit hoe het komt dat die baan licht altijd recht op de toeschouwer afkomt.

Slide 30 - Open question

Leg uit wat de oorzaak is van de donkere strepen die de baan licht onderbreken.

Slide 31 - Open question

Heel soms kun je in zee het spiegelbeeld van de ondergaande zon zien, in plaats van een baan licht, zoals in figuur 13.

Wat is er nodig om een perfect gespiegelde, ronde zonneschijf te zien?

Slide 32 - Open question

Hoe komt het dat je dit eerder in een meertje zult zien dan in de zee?

Slide 33 - Open question

Antwoorden

Slide 34 - Slide