Bouw van DNA en RNA (Biologie vwo), les 2: Examentraining

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Examentraining

Bouw van DNA en RNA: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen en acht vragen: de bouw afleiden uit een tabel, bouw en functie toelichten, rekenen met PCR en werken met restrictie-enzymen en plasmiden.

Items in this lesson

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Examentraining

Bouw van DNA en RNA: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Flocci Nivis / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een situatie de bouw van DNA en RNA afleiden, toelichten en de technieken om de basenvolgorde te bepalen toepassen.

This item has no instructions

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welk molecuul of welke techniek staat in de vraag en wat is gegeven?

  • 2. Zoek het begrip: gaat het om basenparing, een soort RNA, een plasmide, PCR of een restrictie-enzym?

  • 3. Gebruik de gegevens: lees de tabel of grafiek af en reken met de regels uit de uitleg.

  • 4. Controleer: past je antwoord bij de bouw van het molecuul en bij wat de vraag vraagt?

This item has no instructions

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Vraagtype 1: bouw afleiden uit gegevens

  • Uit de samenstelling van een monster kun je de bouw afleiden.

  • Let op de regels van de basenparing en op welke basen voorkomen.

This item has no instructions

Welk monster is dubbelstrengs DNA?

A

Monster 1

B

Monster 2

C

Monster 3

D

Geen van de drie

Bij dubbelstrengs DNA paart A met T en C met G, dus de percentages A en T zijn gelijk, en die van C en G ook. Dat geldt alleen voor monster 1. Monster 2 bevat U en is dus RNA, monster 3 heeft ongelijke percentages A en T. Verwachte fout: monster 2 of 3 kiezen. Image credit: Eigen tabel, LessonUp

Een stuk DNA heeft 6 A-T-paren en 4 C-G-paren. Hoeveel waterstofbruggen?

A

20

B

26

C

24

D

10

6 x 2 + 4 x 3 = 12 + 12 = 24. Verwachte fout: overal twee bruggen tellen (20), de aantallen verwisselen (26) of de paren tellen (10).

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Vraagtype 2: bouw en functie toelichten

  • Noem de bouw en leg uit waarom die bij de functie past.

  • Gebruik begrippen als basenparing, enkelstrengs en kern.

This item has no instructions

Waarom kan een DNA-molecuul zo nauwkeurig worden gekopieerd?

A

De fosfaatgroepen leggen de basenvolgorde vast

B

DNA bestaat uit één streng met losse basen

C

Elke streng bepaalt via basenparing de andere streng

D

Histonen bepalen de volgorde van de basen

Door basenparing ligt de basenvolgorde van de ene streng vast in de andere. Verwachte fout: de ruggengraat of de histonen de volgorde laten bepalen.

Wat is een voordeel van een mRNA-kopie die uit de kern naar buiten gaat?

A

Het DNA zelf blijft beschermd in de kern

B

Het mRNA is stabieler dan het DNA

C

Het mRNA bevat meer genen dan het DNA

D

Een ribosoom kan alleen DNA aflezen

Alleen een tijdelijke kopie verlaat de kern, het DNA met de erfelijke informatie blijft veilig. Verwachte fout: denken dat mRNA stabieler is of meer genen bevat.

Twee thermocyclers voor PCR in een laboratorium

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Vraagtype 3: rekenen met PCR

  • Bij PCR verdubbelt het aantal kopieën bij elke cyclus.

  • Lees de grafiek af en zet de groei door, of kies primers die bij het gewenste stuk passen.

Image credit: GFJ / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Hoeveel kopieën zijn er na 9 cycli als de groei zo doorgaat?

A

256

B

81

C

18

D

512

Na 8 cycli zijn er 256 kopieën, bij elke cyclus verdubbelt het aantal: 256 x 2 = 512. Verwachte fout: 256 aflezen, lineair rekenen (18) of kwadrateren (81). Image credit: Eigen grafiek, LessonUp

Je wilt met PCR alleen gen X kopiëren. Waarom kies je primers voor gen X?

A

Primers knippen gen X uit het DNA

B

Primers bepalen welk stuk DNA wordt gekopieerd

C

Primers verbreken de waterstofbruggen

D

Primers lezen de basenvolgorde van gen X af

De primers passen alleen bij het begin van gen X, dus alleen dat stuk wordt vermenigvuldigd. Verwachte fout: de primers de functie van een restrictie-enzym of van verhitten geven.

Een gen in een plasmide inbouwen

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Vraagtype 4: restrictie-enzymen en plasmiden

  • Een restrictie-enzym knipt op elke herkende plek. Teken het DNA en tel de stukken tussen de knipplaatsen.

  • Houd rekening met de vorm: een plasmide is een ring.

Image credit: Eigen schema, LessonUp

Hoeveel fragmenten ontstaan als het enzym het plasmide knipt?

A

3

B

2

C

4

D

6

Een ring met drie knipplaatsen levert drie stukken. Verwachte fout: 4 kiezen, zoals bij een recht stuk DNA (aantal knipplaatsen plus een). Image credit: Eigen schema, LessonUp

Een stuk menselijk DNA zit in een plasmide in een bacterie. Wat gebeurt er bij elke deling?

A

Het plasmide wordt afgebroken door de bacterie

B

Het plasmide verandert in een chromosoom

C

Het plasmide wordt mee gekopieerd

D

Het menselijke DNA wordt uit het plasmide geknipt

Het plasmide wordt bij elke celdeling gekopieerd, dus ook het gen. Verwachte fout: denken dat de bacterie het vreemde DNA verwijdert.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Bouw afleiden uit gegevens

2

Bouw en functie toelichten

3

Rekenen met PCR

4

Restrictie-enzymen en plasmiden

This item has no instructions

MOLECULAIR · DNA EN RNA

Tips voor op het examen

  • Gegeven een tabel met basen? Controleer eerst of U voorkomt en of A en T (en C en G) gelijk zijn.

  • Bij toelichten: noem steeds de bouw en daarna waarom die bij de functie past.

  • Bij PCR: het aantal kopieën verdubbelt per cyclus, dus vermenigvuldig met 2 per cyclus.

  • Een ring heeft evenveel stukken als knipplaatsen, een recht stuk heeft er één meer.

This item has no instructions