Oefentoets

1 / 38
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Nakijken Huiswerk
glazen pot recyclen
groenteblik recyclen
melkkarton recyclen
plastic zak verbranden (in sommige gemeenten wordt plastic ook gerecycled)
2
a C 7 230 000 000 kg
b 7 230 000 000 / 17 000 000 = 425,3 kg 
3
a 8 miljard kilogram = 8 000 000 000 = 8 000 000 ton = 8 miljoen ton.
b metalen, bijvoorbeeld ijzer.
4
 1 gft-afval
2 glas
3 metaal
4 kleding
5 apparaten
6 KCA
7 restafval
7
Bij hergebruik wordt een voorwerp opnieuw gebruikt.
Bij recycling wordt het voorwerp gebruikt als grondstof voor een nieuw product.
8
a waar
b waar
c waar
d niet waar
9
a Je kunt de hoeveelheid huishoudelijk afval verkleinen door recycling en hergebruik.
b Daardoor bespaar je ook energie en grondstoffen.
10
 a 1 meer
2 bijna geen
3 veel groter
4 gft-afval
b de meeste huishoudens hebben tegenwoordig een groene container waarin het
gft-afval kan worden weggegooid
11
12
 Biologisch zuiveren betekent dat micro-organismen het afval verteren en afbreken. 
13
4 9 Het schone afvalwater wordt geloosd op het oppervlaktewater.
5 De niet-afbreekbare stoffen zinken naar de bodem van grote bassins.
7 Het bezinksel op de bodem droogt op en wordt verwijderd.
3 Het rioolwater wordt biologisch gereinigd.
8 De droge stof wordt gestort of verbrand.
1 Afvalwater stroomt het riool in.
4 Micro-organismen verteren het afval en breken het af.
2 Door een buizenstelsel komt het afvalwater in een RWZI.
6 Het bassin wordt leeggepompt. 
14

Slide 2 - Slide

Wat is geen stofeigenschap?
A
Kleur
B
smaak
C
geur
D
Massa

Slide 3 - Quiz

Wat zijn allemaal voorwerpseigenschappen
A
vloeibaar, massa en hardheid
B
smeltpunt, kleur en geleidbaarheid
C
fase bij kamertemperatuur, vorm en gewicht
D
doorzichtigheid, hol en puntig

Slide 4 - Quiz

Zijn smeltpunten en kookpunten stofeigenschappen?
A
Smeltpunten wel, kookpunten niet
B
Smeltpunten niet, kookpunten wel
C
Allebei niet
D
Allebei wel

Slide 5 - Quiz

corrosief
explosief
ontvlambaar
oxiderend
giftig
schadelijk

Slide 6 - Drag question

Wat betekent dit pictogram?
A
Corrosief
B
Explosief
C
Licht ontvlambaar
D
Giftig

Slide 7 - Quiz

Wat betekent dit pictogram?
A
Corrosief
B
Giftig
C
Schadelijk
D
Dodelijk

Slide 8 - Quiz

Op een fles verfverdunner staat:
Licht ontvlambaar. Schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid.
Welke twee pictogrammen horen op de fles verfverdunner te staan?
D
C
B
A
A
pictogrammen A en B
B
pictogram B en C
C
pictogrammen C en D
D
pictogrammen A en D

Slide 9 - Quiz

Kunnen stoffen gevaarlijk zijn?
A
Ja
B
Nee

Slide 10 - Quiz

In de tabel staan verschillende stoffen.
Welke van deze stoffen is een gas bij 20 °C?
A
alcohol
B
goud
C
kwik
D
butaan

Slide 11 - Quiz

Wat zijn allemaal stofeigenschappen
A
vloeibaar, massa en hardheid
B
smeltpunt, kleur en geleidbaarheid
C
fase bij kamertemperatuur, vorm en gewicht
D
doorzichtigheid, hol en puntig

Slide 12 - Quiz

Wat betekent dit pictogram?
A
Corrosief
B
Schadelijk
C
Explosief
D
Dodelijk

Slide 13 - Quiz

Als je twee zuivere stoffen mengt dan krijg je een
A
Mengsel
B
Zuivere stof

Slide 14 - Quiz

Welk mengsel is altijd helder?
A
Oplossing
B
Suspensie
C
Emulsie

Slide 15 - Quiz

Cola is een
A
oplosmiddel
B
mengsel
C
zuivere stof
D
residu

Slide 16 - Quiz

Herhaling
§1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Een mengsel bestaande uit twee (of meer) stoffen. De opgeloste stof is volledig vermengd met het het vloeibare oplosmiddel.
Suspensie: Een vloeistof waarin een fijn verdeeld poeder zweeft.
Suspensie
Oplossing
Kenmerk: helder
Kenmerk: troebel

Slide 17 - Drag question

dit mengsel is:
het is dus een:
dit mengsel is:
het is dus een:
helder
troebel
oplossing
suspensie

Slide 18 - Drag question

Alleen zuren zijn gevaarlijk, basische stoffen niet
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quiz

Zet de juiste pH-waarde bij de juiste term
Neutraal
Zuur
Basisch
pH-7
pH-0 t/m 6
pH-8 t/m 14

Slide 20 - Drag question

Wat voor mengsel is crème?
A
Oplossing
B
Emulsie
C
Suspensie

Slide 21 - Quiz

Welke onderstaande stoffen zijn zuivere stoffen?
A
kristalsuiker, zout, mayonaise, water
B
kristalsuiker, zout, water, ketchup
C
kristalsuiker, zout, water
D
kristalsuiker

Slide 22 - Quiz

1 Zure stoffen hebben een lage pH
2 Basische stoffen hebben een hoge pH
A
Alleen 1 is juist
B
Beide zijn juist
C
Alleen 2 is juist
D
Beide zijn onjuist

Slide 23 - Quiz

Zuur
Base
Neutraal
pH 7
pH 0
pH 14

Slide 24 - Drag question

Sleep de termen naar de juiste plaats op de pH schaal.
zuur
neutraal
basisch

Slide 25 - Drag question

Stoffen bestaan uit moleculen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 26 - Quiz

Zuivere stoffen
Mengsels

Slide 27 - Drag question

Een mengsel
A
is een stof met verschillende atomen
B
bestaat uit meerdere soorten moleculen
C
bestaat uit meerdere mengsels

Slide 28 - Quiz

Een molecuul wordt opgebouwd uit:
A
Atomen
B
Deeltjes
C
Stoffen
D
Bolletjes

Slide 29 - Quiz

Zuivere stof of mengsel?
Zuivere stof
Mengsel

Slide 30 - Drag question

Gft-afval is een voorbeeld van niet-biologisch afbreekbaar afval.

A
juist
B
niet juist

Slide 31 - Quiz

Papier is biologisch afbreekbaar.

A
juist
B
niet juist

Slide 32 - Quiz

Het afval in de afbeelding is ........afval.
A
biologisch afbreekbaar
B
niet biologisch afbreekbaar

Slide 33 - Quiz

De stoffen in een batterij zijn goed voor het milieu.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quiz

Groen afval
plastic afval
Klein chemisch Afval
Glas afval
rest afval
Sleepvraag

Slide 35 - Drag question

Waar moet je je afval laten?
GFT
plastic
glas
papier
rest
herge-
bruik

Slide 36 - Drag question

wat is recyclebaar?
papier

groen afval
kunststof
eten
bubbelplastic
ballonnen

Slide 37 - Drag question

Sleep het afval in de juiste bak.
Dode bloemen
Oude medicijnen
Lege 
batterijen
Lege 
eierdoos
Lege pot
pindakaas
Blik met
restje verf
Oude
repetitie
Reclame
folder

Slide 38 - Drag question