Drogredenen

Vandaag
- Drogredenen
- Oefenen met drogredenen

1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Vandaag
- Drogredenen
- Oefenen met drogredenen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen H6 Argumenteren
Je kunt beschrijven wat het verschil tussen feiten en meningen is.
• Je kunt beschrijven wat het verschil tussen objectief en subjectief is.
• Je kunt figuurlijk taalgebruik herkennen.
• Je kunt beschrijven wat het verschil tussen standpunten en argumenten is.
• Je kunt een aantal drogredenen herkennen.
• Je kunt schriftelijk en mondeling je standpunt of conclusie beargumenteren, ook over gevoelens, intenties en opvattingen van anderen.
 • Je kunt een product of dienst schriftelijk en mondeling aanprijzen.

Slide 2 - Slide

Wat zet je in om iemand te overtuigen bij een discussie?
A
Feitelijke informatie
B
Subjectieve argumenten
C
Objectieve argumenten
D
Drogredenen

Slide 3 - Quiz

Een mening moet altijd onderbouwd worden met .....
A
drogredenen
B
conclusies
C
argumenten

Slide 4 - Quiz


Wat zijn argumenten? Argumenten zijn ...
A
Belangrijke woorden in een tekst die een verband aangeven
B
Woorden die de mening van de schrijver aangeven
C
Een onderbouwing van de reden waarom je iets doet of niet doet
D
Voorbeelden die gegeven worden in de tekst

Slide 5 - Quiz


Wat is een stelling? Een stelling is ...
A
Een feit
B
Een vraag die iemand stelt
C
Een oproep die iemand doet
D
Een bewering die je doet over iets.

Slide 6 - Quiz

Een debat is..
A
een discussie met regels waarbij je mensen probeert te overtuigen
B
een discussie zonder regels waarbij je elkaar probeert te overtuigen
C
een discussie met regels waarbij je fysiek geweld mag gebruiken
D
een discussie met regels waarbij je iemand probeert om te kopen

Slide 7 - Quiz

Wat is het belangrijkste doel van een debat?
A
informeren
B
opiniëren
C
overtuigen
D
activeren

Slide 8 - Quiz

Wat is een standpunt?
A
een bedoeling
B
een mening

Slide 9 - Quiz

Wat zijn drogredenen?
A
redenen die door een droge manier tot stand koemn
B
tegenargumenten
C
een reden die niet klopt, maar wel waarschijnlijk lijkt
D
argumenten om je standpunt te onderbouwen

Slide 10 - Quiz

Blanken hebben geen ritmegevoel.
Welke drogredenering is hier gebruikt?
A
Persoonlijke aanval
B
Vals dilemma
C
Overhaaste generalisatie
D
Onjuist kenmerk/eigenschap

Slide 11 - Quiz

Blanken hebben geen ritmegevoel.
Welke drogredenering is hier gebruikt?
A
Persoonlijke aanval
B
Vals dilemma
C
Overhaaste generalisatie
D
Onjuist kenmerk/eigenschap

Slide 12 - Quiz

Welke drogreden staat hier onder;
Mijn oma heeft altijd gerookt en is 95 jaar geworden. Roken is dus niet zo erg.
A
overhaaste generalisatie
B
onjuist beroep op autoriteit
C
cirkelredenering
D
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

Slide 13 - Quiz

Iedereen weet toch dat Rutte weer premier wordt na de volgende verkiezingen.

Hier vind je 2 drogredenen
A
bespelen van het publiek
B
overhaaste generalisatie
C
onjuiste oorzaak-gevolg-relatie/causaliteit
D
ontduiken bewijslast

Slide 14 - Quiz

Er zijn verschillende soorten drogredenen.

Welke gedachte zit achter de drogreden in deze advertentie?
A
Je bent dom, als je dit product niet gebruikt.
B
Omdat het goed smaakt, is het lekker!
C
Wat vroeger goed was, is ook goed voor nu.

Slide 15 - Quiz

In advertenties staan argumenten om het product te kopen. Hiervoor worden vaak drogredenen gebruikt.

Waarom is dat zo?
A
De producent wil zoveel mogelijk van zijn product verkopen. Dat kan alleen door drogredenen te gebruiken, want de goede argumenten zijn meestal niet geloofwaardig.
B
De producent wil zoveel mogelijk van zijn product verkopen. Hij prijst het daarom aan door alleen de positieve eigenschappen te noemen en door te overdrijven.
C
De producent wil zoveel mogelijk van zijn product verkopen. Omdat hij zelf eigenlijk niet in zijn product gelooft, moet hij wel gebruik maken van drogredenen.

Slide 16 - Quiz

Drogredenen
Tegenwoordig heeft elke leerling een smartphone. Vind je het gek dat ze niet opletten in de les?
A
bespelen van publiek
B
Verkeerde vergelijking
C
Oorzaak-gevolg
D
Ontduiken bewijslast

Slide 17 - Quiz

Welke drogreden:
Je weet niks van gezond leven, want je drinkt zelf ook alcohol.
A
cirkelredenering
B
ontduiken van bewijslast
C
verkeerde vergelijking
D
persoonlijke aanval

Slide 18 - Quiz

Drogredenen kunnen de argumentatie van een betoog/discussie zwak maken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

Wat voor drogredenen is "Omdat ik het zeg."
A
Persoonlijke aanval
B
Cirkelredenering

Slide 20 - Quiz

Wat voor drogredenen is "Ik heb dat niet gestolen, want ik ben geen dief.”
A
Persoonlijke aanval
B
Cirkelredenering

Slide 21 - Quiz

Drogredenen worden ook wel aangeduid als:
A
redeneringen die vrij droog worden gepresenteerd
B
argumentatie die te weinig wordt onderbouwd
C
onjuiste argementatie
D
redenen die te veel voor de hand liggen.

Slide 22 - Quiz

Reflectie: weet je nu welke drogredenen er zijn en denk je ze te kunnen herkennen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Ik denk dat ik later er iets aan heb als ik goed kan argumenteren.
0100

Slide 24 - Poll