Les 3 - V4 - practicar indefinido - escribir párrafo 1 y 2

Bienvenidos V4

Escribir sobre el viaje de ida a Latinoamérica

1 / 27
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Bienvenidos V4

Escribir sobre el viaje de ida a Latinoamérica

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

La clase anterior
Habla con tu compañero/a de clase en holandés:
  1. ¿De qué país es esta bandera?
  2. Nombra 3 países latinoamericanos que antes no conocías.
  3. ¿Cuándo tienes que hacer el examen de escribir?
  4. ¿Has terminado el primer párrafo en español?
  5. ¿Qué feedback te ha dado la profesora De Zwart?
timer
2:00

Slide 3 - Slide

Los deberes para hoy

Slide 4 - Slide

Repasar el vocabulario
Escribe la palabra en español (o en holandés) en tu hoja con el número que dice la profe
timer
3:00

Slide 5 - Slide

Indefinido o imperfecto: levanta la mano si la frase es mentira

1. De indefinido gebruik je om te beschrijven of om extra achtergrond info te geven.
2. De imperfecto heeft 3 groepen met onregelmatige werkwoorden.
3. Sommige onregelmatige werkwoorden krijgen in de indefinido een andere stam.
4. Ik ken de regelmatige uitgangen van de indefinido.
5. Ayer, anteayer en anoche zijn signaalwoorden van de imperfecto
6. De indefinido van estar (nosotros) is estábamos.
7. De indefinido van ir (nostoros) is fuimos

Slide 6 - Slide

Repasar el imperfecto
Mira tus apuntes (= aantekingen) de tu cuaderno sobre el imperfecto y ESCRIBE
Wat zijn de uitgangen van deze tijd?
Hoe vertaal je deze tijd naar het Nederlands?
Zijn er ook onregelmatige werkwoorden?
Hoe vervoeg je die onregelmatige werkwoorden?
Wat zijn de signaalwoorden van deze tijd?
timer
2:00

Slide 7 - Slide

Repasar el indefinido
Mira tus apuntes (= aantekingen) de tu cuaderno sobre el indefinido y ESCRIBE
Wat zijn de uitgangen van deze tijd? (ar, er, ir)
Hoe vertaal je deze tijd naar het Nederlands?
Welke drie groepen zijn er van de onregelmatige werkwoorden?
Noem bij elke groep 1 werkwoord en wat er onregelmatig aan is.
Wat zijn de signaalwoorden van deze tijd?
timer
2:00

Slide 8 - Slide

Repasar el indefinido
Escribe en tu cuaderno
en el indefinido:
1. estar, yo
2. viajar, nosotros
3. llegar, vosotros
4. ir, tú
timer
1:00

Slide 9 - Slide

handelingen                    beschrijvingen

Slide 10 - Slide

Zo dadelijk krijg je een aantal beweringen over de indefinido/imperfecto.
Als je denkt dat het niet waar is, dan steek je je hand op.

Slide 11 - Slide

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen dat je vorige zomer naar Venezuela op vakantie bent geweest.
A
Waar
B
niet waar

Slide 12 - Quiz

De indefinido wordt gebruikt om te vertellen wat je achtereenvolgens tijdens je reis naar Latijnsamerika hebt gedaan en meegemaakt.
A
Waar
B
niet waar

Slide 13 - Quiz

De imperfecto gebruik je om te vertellen dat je om 8 uur op Schiphol aankwam en dat het vliegtuig om 11 uur vertrok.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

Je gebruikt de imperfecto om te vertellen dat de stewardessen bij de incheck erg ongeduldig en onaardig waren.
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

Je gebruik de imperfecto om te vertellen dat je koffer veel te zwaar was en dat je moest bij betalen.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

De indefinido gebruik je om te vertellen dat er veel turbulentie was tijdens de vlucht.
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

Una carta informal en español
Habla y escribe en una hoja con tu compañero/a de clase 
1. cómo es la forma de una carta informal
2. qué es una buena carta informal en español
timer
2:00

Slide 18 - Slide

Regels Spaanse brief
  1. Rechts tegen de kantlijn stad, komma en datum
  2. 11 de marzo de 2026 (maanden met kleine letter)
  3. Na de aanhef een dubbele punt
  4. Zinnen beginnen met hoofdletters en eindigen met een punt.
  5. Er wordt streng beoordeeld op juist gebruik van ser/estar/hay, concordantieregels, de presente en vorm en gebruik van imperfecto-indefinido.
  6. Er worden zo min mogelijk woorden herhaald in een alinea.
  7. Elke zin heeft een vervoegd werkwoord 
  8. Zinnen hangen met elkaar samen door het gebruik van voegwoorden (opsommingsvoegwoorden: para empezar, en primer lugar, en segundo lugar, por último, porque, por eso, después de, antes de, etc.)

Slide 19 - Slide

Tu carta informal: el inicio

                                                                       Ámsterdam, 11 de marzo de 2026

Querida profesora De Zwart:

Le estoy escribiendo esta carta, porque me gustaría contarle algo sobre......

Ik ben u deze brief aan het schrijven, omdat ik graag u iets wil vertellen over.....

Slide 20 - Slide

Een goede Spaanse brief

Slide 21 - Mind map

Samenhang in je brief
conectores
ejercicio con conectores
hoja con conectores

Slide 22 - Slide

Párrafo 1 - introducción
Leg uit waarom je deze brief schrijft 
Waar ben je naar toe gegaan? Waarom daar?
Waar ligt het?
Wat kun je meer vertellen over dat land? (zie jouw Ficha de trabajo)
Met wie ging je?
Wanneer was je daar?
Hoelang was je daar?

Hulpmiddelen:
woordenboek
aantekeningen

Slide 23 - Slide

Párrafo 2 - El viaje de ida a tu país

Vertel over de heenreis in 100 woorden. Verwerk daarin het volgende (indefinido/imperfecto):
Welke datum / dag/ tijd vertrokken jullie en waarvandaan.
Beschrijf hoe de reis verliep (bezigheden, tegenslag, stewardessen, eten etc.)
Hoe lang duurde de reis?
Wanneer/hoe laat kwamen jullie aan en waar?
Gebruik vocabulaire uit de reader, ook bijvoeglijke nw-en

Tip
Schrijf de alinea eerst in het Nederlands.<div>Gebruik korte zinnen.</div><div>Alleen korte zinnen kan je makkelijk vertalen naar het Spaans.</div><div>Doe alsof je het aan een klein kind vertelt.</div>

Slide 24 - Slide

más o menos = ongeveer
eeuwig = eterno + ncordantie
peruano + concordantie
45,7 millones de habitantes
bezienswaardigheid = un lugar de interés turístico
om te = para + infinitivo
passagiers = los pasajeros
lastig vallen = molestar
turbulentie = la turbulencia
gebied = la región
behulpzaam = servicial
irritant = pesado + concordantie

Tekstwapen (schild) = el escudo
partido de fútbol
allí = daar
la moneda nacional = nationale munt
sobre todo = vooral
inheems = indígeno (+ concordantie)
een waterval = una cascada
vermoeiend = pesado + concordantie
de natuur = la naturaleza
iedereen = todo el mundo
schreeuwen = gritar
Midden Amerika = Centroamérica 
een huilend kind = niño llorando



Slide 25 - Slide

Escribe una pregunta para la profe
Escribe tu nombre en el post-it.
Escribe una pregunta sobre esta clase en holandés para la profe para la clase del viernes.

Slide 26 - Slide

Los deberes para el viernes
Aprender vocabulario pág. 28 t/m 30 hol-esp
aprender hay/ser/estar las reglas (youtube filmpje https://www.youtube.com/watch?v=Amk-i1juBkE, en je eigen aantekeningen van periode 1)
aprender indefinido e imperfecto (uitgangen en alle onregelmatige werkwoorden)
aprender concordancia reader pág. 6-8

Slide 27 - Slide