voltooid deelwoord zwak uitleg en quiz

het voltooid deelwoord 
1 / 20
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

het voltooid deelwoord 

Slide 1 - Slide

Mhhh....... wat is eigenlijk het voltooid deelwoord?

Slide 2 - Slide

Kijk naar de onderstaande zinnen
ik heb brood gegeten.
Piet heeft de pop gemaakt.
Saskia heeft de fiets gerepareerd.
Jan is naar Zwolle gegaan.

Slide 3 - Slide

Hoe bouw je de zinnen in een verleden tijd?
Kijk naar de onderstaande zinnen.
Ik heb  een  appel gekocht  =  ich habe  einen Apfel gekauft
ik heb de hele nacht gespeeld = ich habe die ganze Nacht gespielt
Ik  ben thuis geweest = ich bin zu Hause gewesen

Slide 4 - Slide

Samenvatting 
Als je iets in het verleden wil vertellen gebruik je:
vorm van sein of haben + voltooid deelwoord:
 Ik heb gezien = Ich habe gesehen

Slide 5 - Slide

 Hoe vorm je een voltooid deelwoord in het Duits?
Kijk naar de volgende video.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Samenvatting  ge + stam +t
Let op !!!!
1. Als de stam van het werkwoord op -t, -d  of een dubbele medeklinker (bijvoorbeeld zeichnen, rechnen öffnen) eindigt, dan komt er een extra -e voor de uitgang.  gewartet
2.  De werkwoorden die eindigen op -ieren, hebben geen ge- voor de stam.
notiert

Slide 8 - Slide

Let op !!!!
Het is nog derde uitzondering .
De voltooid deelwoorden van  onregelmatige werkwoorden sein en werden zijn:
sein = gewesen
werden = geworden

Slide 9 - Slide

Geen paniek. Wij zijn nu helemaal klaar met theorie en nu ga je aan de slag met oefenen. 

Slide 10 - Slide

Het voltooid deelwoord van het werkwoord kaufen is
A
gekauft
B
gekaufd
C
kauft
D
kaufen

Slide 11 - Quiz

Het voltooid deelwoord van het werkwoord haben is
A
habt
B
gehabd
C
gehabt

Slide 12 - Quiz

Het voltooid deelwoord van het werkwoord wohnen is
A
wohnen
B
gewohnd
C
gewohnt
D
wohnt

Slide 13 - Quiz

Het voltooid deelwoord van het werkwoord studieren is
A
gestudiert
B
gestudierd
C
studiert
D
studieren

Slide 14 - Quiz

Het voltooid deelwoord van het werkwoord arbeiten is
A
arbeitet
B
gearbeitet
C
arbeiten
D
gearbeit

Slide 15 - Quiz

Het voltooid deelwoord van het werkwoord retten (redden) is
A
geret
B
gerettet
C
geretest
D
geretten

Slide 16 - Quiz

Het voltooid deelwoord van het werkwoord melden is
A
gemeldet
B
gemeld
C
gemelt

Slide 17 - Quiz

Waar is een fout ?
A
geöffnet
B
gesucht
C
gewesen
D
gefunkioniert

Slide 18 - Quiz

Er .............. die ganze Zeit gewartet.
A
ist
B
hat

Slide 19 - Quiz

Wie lange hast du in Berlin ..............?
A
gewesen
B
gewohnt
C
gelacht
D
restaurierd

Slide 20 - Quiz