milieu en afval

Ergonomie en arbo
  • een onveilige of ongezonde werkplek (niet goed ingericht, niet genoeg daglicht, te koud of te warm, je werkt in een ongezonde of steeds dezelfde werkhouding

  • je kunt zelf risico's verkleinen:
  • houd je aan de veiligheidsregels
  • volg de aanwijzingen op die je krijgt
  • wissel lopen, staan en zitten zoveel mogelijk af
  • doe af en toe rek- en strekoefeningen

  • houding tijdens schoonmaken; zorg voor een goede werkhouding
1 / 17
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Ergonomie en arbo
  • een onveilige of ongezonde werkplek (niet goed ingericht, niet genoeg daglicht, te koud of te warm, je werkt in een ongezonde of steeds dezelfde werkhouding

  • je kunt zelf risico's verkleinen:
  • houd je aan de veiligheidsregels
  • volg de aanwijzingen op die je krijgt
  • wissel lopen, staan en zitten zoveel mogelijk af
  • doe af en toe rek- en strekoefeningen

  • houding tijdens schoonmaken; zorg voor een goede werkhouding

Slide 1 - Slide

Afvalbeheer
  • belangrijk om afval te scheiden: omdat je dan kunt recyclen (om materialen te kunnen hergebruiken)
  • karton en papier (om weer nieuw papier te kunnen maken)
  • plastic (om de stof fleece te maken of voor het maken van plastic folie
  • GFT (Groente-, Fruit-, en Tuinafval) (voor het maken van compost)
  • chemisch afval (chloor, benzine maar ook batterijen) (zeer schadelijk voor het milieu)
  • glas (voor het maken van nieuw glas)
  • restafval: is afval dat overblijft na het scheiden van het andere afval

Slide 2 - Slide

  • Recycling
  • stoffen opnieuw gebruiken
  • logo's voor recycling:


  • goed voor het milieu
  • Groene rolcontainer : GFT Afval
  • Grijze rolcontainer : rest afval
  • Plastic rolcontainer / plastic zakken : plastic afval
  • Glas moet in de glasbak
  • (Klein) chemisch afval apart inzamelen (zoals batterijen)

Slide 3 - Slide

Milieustraat
  • bijna alle gemeenten hebben een milieustraat; je kunt hier afval gescheiden inleveren
  • hier staan grote bakken waar je glas, restafval, tuinafval, oude huishoudelijke apparaten kunt inleveren




Evenementenmilieustraat
  • een milieustraat in het klein op een evenement
  • verschillende afvalbakken bij elkaar voor het publiek (restafval, papier en plastic)

Slide 4 - Slide

Gevolgen voor het milieu
  • als je een activiteit organiseert moet je nadenken over de gevolgen voor het milieu (hoeveelheid afval, gevaarlijke stoffen enz)
regels:
  1. je moet afval scheiden en sorteren
  2. je moet energie besparen
  3. je let op de vorm van energieverbruik (groene energie zoals wind, zon en waterkracht)
  4. je zorgt dat je afval zoveel mogelijk recyclebaar is

  • geluidsvervuiling: er wordt teveel lawaai gemaakt waardoor er overlast voor omgeving ontstaat en voor de natuur


Slide 5 - Slide

In kaart brengen gevolgen milieu bij een activiteit
  1. Waar kunnen de bezoekers hun afval kwijt (ingang, uitgang, bij kraam voor eten)
  2. Hoe laat je het afval door de bezoekers sorteren? (je doet het zelf of laat de bezoekers afval scheiden
  3. Waar is de plaats van de mobiele toiletten (ingang, uitgang, aan de rand vh terrein)
  4. Draai je muziek? Hoeveel geluidsoverlast is er? (overleg met de gemeente hoeveel geluid en lawaai maximaal gemaakt mag worden)
  5. Waar is je activiteit? (binnen, buiten -> hoeveel overlast veroorzaak je voor de natuur)
  6. Hoeveel energie gebruik je bij je activiteit (geen of veel -> zoveel mogelijk milieuvriendelijk)

Slide 6 - Slide

Goed voor het milieu
Je zorgt bij een activiteit dat je geen milieuvervuiling veroorzaakt: dit is de vervuiling van het milieu door de mens (luchtvervuiling, watervervuiling en grondvervuiling).

Slide 7 - Slide

Denk aan milieu-oplossingen
Mogelijke milieu gevolgen: 

  • Plastic in water of in de grond breekt af in hele kleine stukjes 
  • Geluidsoverlast -> Veel activiteiten zijn belastend voor het milieu
  • Te veel afval -> denk aan het recyclen van afval
  • Afvalverwijdering


Slide 8 - Slide

Schoonmaken
  • op het etiket staan de gebruiksvoorschriften
  • hoeveel schoonmaakmiddel heb je nodig
  • 3 categorieën schoonmaakmiddelen
a.  reinigende schoonmaakmiddelen (wasmiddel/ zeep)
b.  ontsmettende schoonmaakmiddelen (schoonmaakazijn)
c.  onderhoudende schoonmaakmiddelen (boenwas/meubelolie)


Slide 9 - Slide

Schoonmaakplan
In een schoonmaakplan staat:
  • wat er moet worden schoongemaakt
  • hoe vaak dat moet gebeuren
  • welke hulpmiddelen en schoonmaakmiddelen ervoor moeten worden gebruikt

Schoonmaakfrequentie (hoe vaak je iets schoonmaakt):
  • wat moet je schoonmaken; een toilet maak je vaker schoon dan een bureau
  • het soort bedrijf: keuken van een restaurant maak je vaker schoon dan keuken in een kantoor
  • hoe vaak je iets gebruikt; je gebruikt een toilet vaker dan een vergaderzaal





Slide 10 - Slide

Werkvolgorde
  • je kunt het beste van hoog naar laag werken: je begint bij het plafond en eindigt op de grond
  • je kunt het beste met droog beginnen en met nat eindigen
  • droog schoonmaken: stofzuigen, ragebol
  • nat schoonmaken: schoonmaken sanitair en ramen lappen
Werkvolgorde schoonmaken:
  1. juiste dosering schoonmaakmiddelen
  2. opruimen van de ruimte
  3. spullen opbergen/opruimen
  4. ramen lappen
  5. vensterbanken, tafels en andere oppervlakten schoonmaken
  6. stoelen schoonmaken
  7. vloer vegen
  8. vloer stofzuigen
  9. vloer dweilen
  10. hulpmiddelen schoonmaken


Slide 11 - Slide

Schoonmaakmiddelen en het milieu
  • gebruik schoonmaakmiddelen
  • dit kun je zien op het etiket 
  • gevarensymbolen
 schadelijk                                              bijtend                                        milieugevaarlijk

Slide 12 - Slide

Keurmerken
Ecosert                                            Ecogarantie                  Save energy                      Europees                   Milieukeur                          Nordic
Greenlife                                                                                    and water                           Ecolabel                     Schoonmaak                     Ecolabel 
                                                                                                                                                       Schoonmaak                                                            schoonmaak

Slide 13 - Slide

Schoonmaakmethoden
  • droog schoonmaken       stofzuigen, vegen, afstoffen en raggen
  • nat schoonmaken            boenen, dweilen, borstelen, wassen en lappen
  • eerst droog schoonmaken en daarna nat schoonmaken

Stappen bij vloer dweilen
  1. je pakt een emmer en een dweil (of zwabber)
  2. je vult de emmer met water en schoonmaakmiddel
  3. vervolgens dweil je de vloer

Slide 14 - Slide

Lesdoelen behaald?
  • je weet wat ergonomie is
  • je weet wat recyclen is
  • je weet wat er met een milieustraat wordt bedoeld
  • je kunt milieuoplossingen benoemen
  • je kent de verschillende soorten schoonmaakmiddelen en -methoden
  • je weet wat er in een schoonmaakplan staat
  • je weet hoe de werkvolgorde in het schoonmaken is
  • je kent de betekenis van gevarensymbolen
  • je (her)kent de keurmerken 

Slide 15 - Slide

Welkom GL3/4
 Planning
1215 - 1225    Telefoon in de telefoonbak + lezen (eigen boek of uit mand)
1225 - 1235   Toelichting keuzemoment 2e keuzevak (alleen voor GL3)
1235 - 1300   Theorie: facilitair             
1300 -1350    Maken opdrachten tot en met blz 119
1350 -1355     Eerst opruimen (laptop, map, zorg voor een schone werkplek)                             en vervolgens wordt de les klassikaal afgesloten


                        

 

Slide 16 - Slide

Afsluiting les
Wat vonden jullie van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll