BOL 1.3.6 skills T vitale functies

1.3.6 Meten Vitale functies
Ademhaling
Hartslag
Temperatuur
Bloeddruk
Saturatie
EMV-score
1 / 24
next
Slide 1: Slide
MBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

1.3.6 Meten Vitale functies
Ademhaling
Hartslag
Temperatuur
Bloeddruk
Saturatie
EMV-score

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
1.   Ik kan uitleggen waarom de  vitale functies belangrijk zijn voor het functioneren van het lichaam
2.    Ik kan uitleggen hoe je op een methodische wijze de verschillende vitale functies bij een zorgvrager meet
3. Ik kan de metingen van de vitale functies bij een zorgvrager interpreteren en beoordelen
4. Ik kan uitleggen wat een EMV-score is 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

De vitale functies zijn:
A
de eigenschappen die zorgen voor fitheid, zoals spierkracht, lenigheid en uithoudingsvermogen
B
functies die nodig zijn om in leven te blijven, zoals ademhaling, bloedsomloop en bewustzijn
C
de verschillende stelsels waardoor het lichaam goed kan functioneren, zoals het ademhalingsstelsel, het maag-darmstelsel,
D
d. de functies van de lichaamscellen om zuurstof en voedingstoffen op te nemen en koolzuur en afvalstoffen weer uit te scheiden

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kan je het beste de temperatuur meten?
A
axillair
B
tympaan
C
rectaal
D
in het oor

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Waar meet je tympanisch de temperatuur meten
A
oraal
B
anus
C
oor
D
oksel

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de meest betrouwbare vorm van temperatuur meten?
A
In het oor
B
Rectaal
C
Via het voorhoofd
D
In de mond

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet het als je de temperatuur meet in het oor?
A
Axillair
B
Oraal
C
Rectaal
D
Timpanisch

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Waarom zou je bij iemand de hartslag meten? (twee goede antwoorden)


A
Als iemand daarom vraagt
B
Bij een hartafwijking
C
Als iemand bepaalde medicijnen gebruikt
D
Als iemand zich verslikt

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat observeer je bij het meten van de hartslag?
A
Ritme, spanning en volume, druk en warmte
B
Frequentie, ritme, warmte en gelijkmatigheid
C
Ritme, warmte, spanning en volume en gelijkmatigheid
D
Frequentie, ritme, gelijkmatigheid, spanning en volume.

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt je hartslag meten bij je pols.
Je voelt dan het bloed stromen door een......
A
aorta
B
slagader
C
ader
D
haarvat

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

met een saturatiemeter kan je
A
de zuurstof in het bloed meten
B
de hartslag meten
C
De bloeddruk meten
D
het bewustzijn zien

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Waar kun je de hartslag meten?
A
hals, bovenarm, lies, pols
B
hals, slaap, bovenarm, lies
C
hals, pols, lies, enkel
D
hals, slaap, pols, lies,

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Welke manier van bloeddruk meten is het meest betrouwbaar?
A
Handmatig bloeddruk meten.
B
Digitaal bloeddruk meten.

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Aan welke arm mag je de bloeddruk meten?
A
Verlamde arm
B
Arm waar infuus in zit
C
oedemateuze arm
D
vinger met een kleine snee

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welke opmerking over bloeddruk meten is juist.
A
wordt beïnvloed door gewicht., stress of pijn.
B
wordt beïnvloed door activiteiten of medicijnen.
C
heb je geen invloed op. .
D
A en B zijn beide deels waar.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer je de bloeddruk meet moet je er op letten:
A
Dat er geen wond aan die arm zit
B
alle antwoorden zijn goed
C
Dat de manchet luchtvrij is voor je begint
D
Het openzetten van de stethoscoop

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

RR bij bloeddruk meten staat voor:
A
Riva Romana
B
Rica Rova
C
Riva Rocci
D
Ravi Ricco

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat meet je als je iemands bloeddruk meet?
A
De snelheid waarmee het bloed vervoert wordt
B
De druk van het bloed op de wand van het bloedvat.
C
De hoeveelheid rode bloedcellen in het bloed
D
Hoe vaak het hart per minuut slaat

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Hoe meet je de tensie van een zorgvrager? Sleep de stappen in de juiste volgorde. 
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
Gelijktijdig met de hartslag geluiden horen die opeens harder klinken. 
Manchet om de linker bovenarm van de zorgvrager aanbrengen.
Manchet oppompen tot 30mmHg na het moment dat je de pols niet meer voelt.
Luisteren en tegelijkertijd manchet langzaam (2mmHg/ seconde) laten leeglopen.
Geluiden worden zachter en verdwijnen: de diastolische bloeddruk of onderdruk
Kwikkolom verder laten zakken.

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Theorie:
De Glasgow Coma Scale is een manier om een verminderd bewustzijn te objectiveren. Een ander woord voor de Glasgow Coma Scale is de EMV score.
Vraag:
Wat is geen onderdeel van de EMV score?
A
het lichaam bewegen
B
spreken
C
mate van misselijkheid
D
ogen open

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Zoek zo snel mogelijk op. Wat is een normale Glasgow Coma Score (of EMV-score)?

A
5
B
15
C
10
D
20

Slide 21 - Quiz

E4M6V5 = 15
Wat is de ABCDE methode?
A
Je vult het alfabet in
B
Een hulpmiddel om snel te checken wat je moet doen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Waar staat ABCDE methode voor?
A
a= airway, b=breating, c= circulatie, d=disability, e= exposure
B
a=ademhaling, b=behandelen. c=circulatie, d=dotteren, e=evalaueren

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de lesdoelen behaald?
1.   Ik kan uitleggen waarom de vitale functies belangrijk zijn voor het functioneren van het lichaam
2.    Ik kan uitleggen hoe je op een methodische wijze de  verschillende vitale functies bij een zorgvrager meet
3. Ik kan de metingen van de  vitale functies bij een zorgvrager interpreteren en beoordelen
4. Ik kan uitleggen wat een EMV-score is

Slide 24 - Slide

Vitale functies zorgen ervoor dat wij in leven blijven. Als er problemen zijn met de vitale functies kan er bijvoorbeeld een ziekte of aandoening zijn die behandeld moet worden.
Het compleet wegvallen van een vitale functie is een levensbedreigende situatie