LES 8 verslaving

1 / 52
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 52 slides, with interactive quizzes, text slides and 10 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
Les 8 – Gevolgen van roken & blowen

Stelling: “Roken is schadelijk, maar blowen is niet gevaarlijk.” → eens of oneens? Leg uit.

Voorspelling: Wat gebeurt er volgens jou met je longen na 10 jaar roken? Schrijf 2 effecten op.

Creatief: Maak een waarschuwingstekst van 1 zin die op een sigarettenpakje zou kunnen staan.
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 1 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 2

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat is slecht voor je longen?
A
Zingen.
B
Goed ventileren.
C
Sporten als er veel smog hangt.
D
Een instrument bespelen.

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Hooikoorts is een soort allergie.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Als je niet goed ventileert dan neemt de hoeveelheid... toe en de hoeveelheid ... af.
A
Zuurstof - koolstofdioxide
B
Zuurstof - koolstofmonoxide
C
Koolstofmonoxide - zuurstof
D
Koolstofdioxide - zuurstof

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Van hooikoorts heb je voornamelijk last in de herfst en winter.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

De kans op smog is groter bij..
A
Veel zon
B
Weinig wind
C
Veel wind
D
Weinig zon

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 13 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
aantekeningen maken

Slide 14 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Wat weet je al over de ademhaling van vissen?

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Verbranding in organismen
Longen =  zuurstof en koolstofdioxide 
darmen = brandstof
bloed = vervoer brandstof en zuurstof

Slide 16 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Slide 21 - Video

This item has no instructions

Slide 22 - Video

This item has no instructions

Geef de reactievergelijking van fotosynthese

................+................+...............--> ...................+..................

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Geef de reactievergelijking van verbranding
.............. + ........... --> .......... + ........... + ..............

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Sleep de groep naar de bijbehorende manier van ademhaling.
Kieuwen
Longen
Huid en longen
Vogel
Amfibie
Reptiel
Zoogdieren
Vissen

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

Welk onderdeel hoort waar?
Slokdarm
Stigma's
Kieuwboog
Kieuwplaatje
Tracheeën
Kieuwdeksel

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

In de afbeelding zie je een schematische tekening van de longen van een vogel na inademing.
Wat is een belangrijk verschil in ademhalen tussen vogels en zoogdieren?
A
Vogels hebben ook gaswisseling in de luchtzakken.
B
Vogels hebben gaswisseling bij zowel een inademing als een uitademing.
C
De longen van vogels zijn relatief groter dan van zoogdieren

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Verbranding en ademhaling
Stofwisseling
Verbranding koudbloedig en warmbloedig
Het ademhalingsstelsel
Ademhalen
Gezonde luchtwegen
1Ademhaling bij dieren
 Roken en blowen
 Koudbloedig en warmbloedig

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 
  • Je kent de mogelijke gevolgen van verslaving aan roken en blowen.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions

Stoffen in sigaretten
De belangrijkste stoffen in sigaretten zijn:
  • Nicotine: dit is de verslavende stof

  • Teer: blijft als bruinzwarte laag in je luchtwegen plakken.

  • Koolstofmono-oxide (koolmonoxide): Neemt de plaats in van zuurstof in de rode bloedcellen.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions

Slide 35 - Video

This item has no instructions

Roken = verslavend
Geestelijk afhankelijk: behoefte aan nicotine
Gewenning: steeds meer nicotine nodig voor prettig gevoel
Lichamelijk afhankelijk: ontwenningsverschijnselen bij niet roken

--> moeilijk om te stoppen

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Cannabis
  • Hasj en wiet
  • THC = werkzame stof (dit zorgt voor psychoactief effect)
  • CBD, beïnvloed werking THC 
  • Effecten THC --> stoned, high
  • Lange termijn --> verslaving, slapeloosheid, somberheid en concentratieproblemen, kans op psychische stoornis.
Bij het roken van 1 joint komt er tot 5x meer teer in de longen , dan bij het roken van een sigaret.

Slide 37 - Slide

CBD, beïnvloed werking THC (wordt ook medicinaal gebruikt)
Is vapen schadelijk voor je gezondheid? 
,
Zoek in tweetallen op internet naar informatie over  
vapen en geef in je schrift antwoord op deze vraag en leg je antwoord uit.  

Je hebt hiervoor 5 minuten de tijd. 
timer
5:00

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Shishapennen en e-sigaretten
Schadelijke stoffen:
nicotine, metalen en stikstofverbindingen

Gevolgen:
schade aan de luchtwegen, hartkloppingen en een verhoogde kans op kanker

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Snus
  • Meer nicotine --> meer dopamine
  • Via bloedvaatjes in de bovenlip komt de nicotine in het bloed terecht.
  • Risico's: verhoging van bloeddruk, schade aan de vaatwanden, mond- en keelkanker. 
Nicotine stimuleert de afgifte van adrenaline en prikkelt het zenuwstelsel
- Verhoogde hartslag/super alert
- Groot verslavingsrisico.
Sigaret ~0,8mg nicotine - Snus 3-25mg nicotine


Slide 40 - Slide

Dopamine komt dus ook vrij wanneer je nicotine binnenkrijgt. Hoe meer nicotine, hoe meer dopamine. En hoe meer dopamine, hoe sneller je er verslaafd aan raakt. Maar het zorgt er ook voor dat je je zonder de nicotine slechter gaat voelen.
In een sigaret zit ongeveer 0,8mg nicotine, maar snus wordt verkocht tot wel 25mg per zakje. Daarvan neem je ongeveer 60% op, maar dat is nog steeds veel meer dan je uit een sigaret binnen zou krijgen.
Daarnaast wordt snus verkocht in verschillende lekkere smaakjes en is er online makkelijk aan te komen. Officieel zit er te veel nicotine in snus en mag het niet verkocht worden, maar het is erg moeilijk te monitoren waardoor het toch te krijgen is.

Slide 41 - Video

This item has no instructions

Leerdoelen 1.7
  • Je kent de mogelijke gevolgen van verslaving aan roken en blowen.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Door welke stof in rook worden de longen van rokers zwart?
A
Tabak
B
Nicotine
C
Smog
D
Teer

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de verslavende stof in sigaretten?
A
Nicotine
B
Teer
C
Koolmonoxide

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Wat is niet waar over teer?
A
Zorgt voor rokershoest
B
Kankerverwekkend
C
Maakt de longen zwart
D
Heeft psychisch effect

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Passief roken of meeroken is
A
Om de beurt een trekje van de sigaret nemen
B
Tegelijk een sigaret opsteken
C
Als niet-roker rook inademen
D
Roken terwijl je niet wil

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

wat heb je geleerd?

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
Maak in tweetallen de volgende opdrachten uit het boek biologie voor jou: blz 9 tm 12 opdracht 1-2-3-4-5-6- 8-9
blz 17 tm 20 opdracht 1 tm 10
lever de gemaakte opdrachten in via team 
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 48 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
lezen-actualiteit 


Opdracht:
  • maak een korte samenvatting van het gelezen artikel

Slide 49 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Terugkijken 
op de leerdoelen
R: Je benoemt bouw en functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering.
R: Je benoemt de functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering

T1 en T2: Je benoemt dat gezondheid en ziektes beïnvloed worden door de combinatie van voeding, leefstijl, leefomgeving (o.a stress, schadelijke stoffen en straling), infecties, erfelijke aanleg en leeftijd.

Slide 50 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 51 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 52 - Slide

This item has no instructions