Beeldspraak

Nog even terug naar de vorige les
1 / 37
next
Slide 1: Slide
ANT2+BasisschoolGroep 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Nog even terug naar de vorige les

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Jelle zei tegen Rens dat hij dit keer een beter cijfer voor de toets moest halen en dat hij daarom nu beter op tijd kon beginnen met leren.
A
Onjuist verwijzen
B
Onduidelijk verwijzen
C
Foutieve samentrekking
D
Goed

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Morgen is die toets al en moet ik dus beginnen met leren.
A
Foutieve samentrekking
B
Onjuiste beknopte bijzin
C
Foutieve inversie
D
Incongruentie

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Het beste idee ... zij had gehad, was om eindelijk die regels eens goed uit haar hoofd te leren.
A
dat
B
wat
C
die
D
deze

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Zij kijken al drie dagen mee naar het Sinterklaasjournaal, om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen en omdat het zo grappig is.
A
Geen symmetrie
B
Foutieve samentrekking
C
Onjuiste beknopte bijzin
D
Zinnen aan elkaar plakken

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Welke stijlfouten moet je kunnen herkennen?
  • tangconstructie
  • storende woordherhaling
  • overbodig gebruik van de passieve vorm (lijdende vorm)
  • keten van voorzetsels
  • te veel moeilijke woorden
  • te lange woorden
  • te lange zin
  • afkortingen die je niet gebruikt als afkorting

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

In Maastricht vond zondag de afscheidsdienst van zijn vader, die op 62-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een slepende ziekte, plaats.
A
overbodig gebruik van de passieve vorm
B
tangconstructie
C
storende woordherhaling
D
te lange zin

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Tangconstructie
Een constructie waarbij er een (grote) afstand bestaat tussen delen die bij elkaar horen. 
  • tussen delen van een scheidbaar samengesteld werkwoord (1)
  • tussen hulp- en hoofdwerkwoord (2)
  • tussen lidwoord en zelfstandig naamwoord (3)


(1) In Maastricht vond zondag de afscheidsdienst van zijn vader, die op 62-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een slepende ziekte, plaats.
(2) Zijn moeder heeft hem vanochtend voordat hij vertrok, net als altijd, een kus gegeven.
(3) De veertien uit het buitenland afkomstige, ter dood veroordeelde gevangenen.


Slide 8 - Slide

This item has no instructions


In de slotzin sprak de sollicitant de hoop uit dat zijn schriftelijke sollicitatie zou worden opgevolgd door een mondeling sollicitatiegesprek.
A
overbodig gebruik van de passieve vorm
B
keten van voorzetsels
C
storende woordherhaling
D
tangconstructie

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Storende woordherhaling
Steeds hetzelfde woord herhalen leidt tot irritatie en daardoor is je tekst minder prettig om te lezen.

Maar: een woordherhaling kan ook als stijlfiguur (repetitio) bewust worden toegepast.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

In de toets van vorig jaar werden er veel lastige vragen gesteld, dus het wordt voor Jari een goed idee om deze keer eerder te beginnen met leren.
A
overbodig gebruik van de passieve vorm
B
keten van voorzetsels
C
storende woordherhaling
D
te lang zin

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Overbodig gebruik van de passieve vorm (lijdend)
Een passieve vorm is van zichzelf niet fout.
  • nadruk op andere zinsdelen, onderwerp ‘verdoezelen’, formeler

Maar let op:
  • zet nooit te veel zinnen in de lijdende vorm achter elkaar
  • zet zinnen niet onnodig in de lijdende vorm --> maak in de zin van degene die handelt ook het onderwerp. 

  • Jari let goed op.
  • Er wordt door Jari goed opgelet. 


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Wij hebben kennis genomen van uw bezorgdheid met betrekking tot de gang van zaken op de markt voor occasions in Nederland. We zullen daarop spoedig reageren.
A
tangconstructie
B
keten van voorzetsels
C
afkorting die niet gebruikt wordt als afkorting
D
te lang zin

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Keten van voorzetsels en naamwoordstijl
Je gebruikt achter elkaar een hele reeks voorzetsels, zoals in de zin 
  • Wij hebben kennis genomen VAN uw bezorgdheid MET betrekking TOT de gang VAN zaken OP de markt VOOR occasions IN Nederland.  
Dit maakt het lezen onaantrekkelijk. Advies: je kunt voorzetselketens beter inkorten door:
  • omslachtige constructies te verwijderen (met betrekking tot = over)
  • bijvoeglijke naamwoorden te gebruiken (de markt in Nederland = de Nederlandse markt);
  • woorden te combineren tot samenstellingen, mits niet te lang (de markt voor occasions = de occasionmarkt).
  • naamwoorden door bijzinnen te vervangen (uw bezorgdheid over = dat u bezorgd bent over). Het voorzetsel wordt dan uit de keten gehaald; --> naamwoordstijl sowieso voorkomen.



Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Hij had contact opgenomen met de kredietverzekeringsmaatschappij, maar hij had nog steeds niets gehoord.
A
tangconstructie
B
te lange woorden
C
afkorting die niet gebruikt wordt als afkorting
D
te lang zin

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Het betalen van rekeningen was niet zijn hobby. Al sinds het vwo moest hij zelfstandig rekeningen betalen en dat ging regelmatig mis.
A
tangconstructie
B
naamwoordstijl
C
afkorting die niet gebruikt wordt als afkorting
D
te lang zin

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Omdat het aantal klanten snel groeide na de lancering van de start-up en er behoefte was aan expertise op het gebied van marketing, besloot de oprichter twee nieuwe medewerkers aan te nemen, zodat hij het bedrijf beter kon bestieren en er meer kwaliteit in huis zou zijn.


A
tangconstructie
B
te lange woorden
C
afkorting die niet gebruikt wordt als afkorting
D
te lang zin

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Te lange zin of te lange woorden
Te lange zinnen ontsporen vaak. Je lezers haken eerder af, omdat ze de tekst niet goed kunnen volgen. Zelf maak je ook sneller fouten, omdat je de overzichtelijkheid kwijt bent. 

  • Wissel in je tekst enkelvoudige en meervoudige zinnen af en vermijd dus te lange zinnen.

Te lange woorden leiden ook af. Lezers moeten deze vaker lezen om te begrijpen wat er staat en dat wil je natuurlijk vermijden. 

  • Lange samenstellingen van meerdere delen kun je beter opsplitsen. Zet niet zomaar een spatie, want dan maak je weer een spelfout.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Hij zat bij de tv en wist toen al dat hij bij zijn toets dingen door elkaar zou gaan halen, omdat hij te laat begonnen was met leren en hij bijv. de huiswerkopdrachten van vorige week steeds had uitgesteld.
A
tangconstructie
B
storende woordherhaling
C
afkorting die niet gebruikt wordt als afkorting
D
keten van voorzetsels

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Afkorting die je niet gebruikt als afkorting
Noteer in een tekst alleen afkortingen die je ook uitspreekt als afkorting, zoals tv, wc en havo.

Schrijf de overige afkortingen voluit: bijvoorbeeld, etcetera.


Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Beeldspraak 

  • Vergelijking (met verbindingswoord)
  • Metafoor
  • Personificatie
  • Synesthesie
  • Metonymia
  • Slide 21 - Slide

    This item has no instructions

    'De golven aaien de zwemmers'.
    Welke vorm van beeldspraak is dit?
    A
    Vergelijking
    B
    Personificatie
    C
    Metafoor
    D
    Beeldspraak

    Slide 22 - Quiz

    This item has no instructions

    'Ik was al drie dagen op een heuveltop die in 1964 in een eiland was veranderd, toen een stuk ongerept regenwoud zo groot als de provincie Utrecht onder water werd gezet.'
    Welk vorm van beeldspraak herken je?
    A
    Asyndetische vergelijking
    B
    Vergelijking
    C
    Metonymia
    D
    Personificatie

    Slide 23 - Quiz

    This item has no instructions

    Vergelijking en metafoor
    Object: Wat we in de werkelijkheid bedoelen, noemen we het object.
    Beeld: Het beeld dat opgeroepen wordt, noemen we het beeld. 

    Vergelijking: Er worden twee zaken met elkaar vergeleken door middel van een verbindingswoord (als, zoals, net als, van, etc.) Beeld en object staan in de zin.
    • een boom van een kerel / hij gedraagt zich als een eikel
    Asyndetische vergelijking: Ook een vergelijkingBeeld en object staan in de zin, maar er is geen verbindingswoord (als of van) 
    • Japie is een ezel als hij niet luistert.
    Metafoor: Alleen het beeld staat in de zin. Je moet zelf bedenken waar het beeld voor zou staan. 
    • De appel valt niet ver van de boom./ Die eikel hoef ik niet meer te zien.

    Slide 24 - Slide

    This item has no instructions

    'Een felle leek ze me, een slimme, achter dat zware harnas.'
    Welke vormen van beeldspraak zijn dit? Kies er 1.
    A
    Metonymia
    B
    Personificatie
    C
    Allegorie
    D
    Metafoor

    Slide 25 - Quiz

    Eerste deel zin: asyndetische vergelijking
    Zware harnas: metafoor 
    Waar of niet waar?

    Synesthesie is beeldspraak waarbij twee zintuigelijke indrukken worden tegengesteld.
    A
    Waar
    B
    Niet waar

    Slide 26 - Quiz

    This item has no instructions

    Personificatie, synesthesie, allegorie
    Personificatie: Een vorm van beeldspraak waarbij niet-levende zaken menselijke eigenschappen krijgen. 
    • Romans nemen je mee.../ de toren was spottend ver weg
    Synesthesie: Een combinatie van twee zintuiglijke waarnemingen. 
    • kille blik, scherpe geur
    Allegorie: een reeks beeldspraken binnen hetzelfde onderwerp. Een van de bekendste voorbeelden is Animal Farm, maar het kan ook al in een kleine tekst.
    • De moederkloek mist haar jongen wel, sinds ze het nest hebben verlaten. 
          (mentor, leerlingen, school of in een andere context ouder, kind, thuis)

    Slide 27 - Slide

    This item has no instructions

    'In de bus moeten we eerst de neuzen tellen.'
    Welke vorm van beeldspraak is dit?
    A
    Metafoor
    B
    Personificatie
    C
    Metonymia
    D
    Vergelijking

    Slide 28 - Quiz

    This item has no instructions

    Uitleg: metafoor en metonymia
    Metonymia: geen vergelijking maar detail of kenmerk. 
    • Dokter, heeft u  de neuscorrectie op kamer 12 al gesproken?
    • De fles smaakt altijd hetzelfde.
    • Ik heb net de nieuwe Rijneveld uit.

    Metafoor: wel vergelijking of overeenkomst. Het object wordt vervangen door het beeld. 
    • Jullie wonen in een prachtig paleis! 
    • Het is hier een zwijnenstal.


    Slide 29 - Slide

    This item has no instructions

    'De sjaal had uren bij het raam gelegen en was als een ijskoude hand om mijn hals.'
    Welke vorm van beeldspraak herken je?
    A
    Personificatie
    B
    Metafoor
    C
    Vergelijking
    D
    Synesthesie

    Slide 30 - Quiz

    This item has no instructions

    'Ik opende mijn armen, onzeker wist ze zich omhelsd, het dossier met de diagnoses en al die rommel op haar rug.'
    Welke vorm van beeldspraak herken je?
    A
    Metafoor
    B
    Personificatie
    C
    Asyndetische vergelijking
    D
    Vergelijking

    Slide 31 - Quiz

    This item has no instructions

    'Het licht danste om ons heen, het bos zong en net zoals het vorige bos dat ik bezocht, kon je er alleen doorheen komen door te dansen.'
    Welke beeldspraak herken je?
    A
    Vergelijking
    B
    Metafoor
    C
    Personificatie
    D
    Metonymia

    Slide 32 - Quiz

    This item has no instructions

    Welke vorm van beeldspraak herken je?

    'De schuwe pluimstaart klom heel snel de boom in.'
    A
    Metafoor
    B
    Personificatie
    C
    Metonymia
    D
    Vergelijking

    Slide 33 - Quiz

    This item has no instructions

    'Deze zomer zijn schreeuwende kleuren in de mode.'

    Welke vorm van beeldspraak herken je?
    A
    Metafoor
    B
    Metonymia
    C
    Synesthesie
    D
    Vergelijking

    Slide 34 - Quiz

    This item has no instructions

    "Laat deze giftige drinkbeker maar aan mij voorbijgaan," zei Nick vlak voor het moeilijke proefwerk biologie.
    A
    Vergelijking
    B
    Metafoor
    C
    Metonymia
    D
    Metonymia

    Slide 35 - Quiz

    This item has no instructions

    Als je twee glaasjes gedronken hebt, mag je niet achter het stuur.
    A
    Vergelijking
    B
    Metonymia
    C
    Metafoor
    D
    Synesthesie

    Slide 36 - Quiz

    This item has no instructions

    Huiswerk
    Opdracht 3 en 4 van Formuleren
    Leer de theorie van Beeldspraak en Stijlfouten.
     Herhaal de theorie van Spelling.
    Volgende week moet je eerste boek uit zijn.

    Slide 37 - Slide

    This item has no instructions