Regelmatige werkwoorden
Regelmatige werkwoorden
This item has no instructions
Leerdoel:
Ik weet wat regelmatige werkwoorden zijn
Ik kan regelmatige werkwoorden vervoegen
ik ken 2 uitzonderingen: ik kan een ww met stam eindigend op -d/-t of op een sisklank vervoegen.
This item has no instructions
de stam van het werkwoord
Om een werkwoord te kunnen vervoegen moet je de stam vinden.
De stam van het werkwoord vind je door -en of -n weg te halen van het hele werkwoord.
voorbeeld: stam van wohnen = wohn
stam van klettern = kletter
This item has no instructions
This item has no instructions
IDEWIS
Volgorde van de persoonlijke voornaamwoorden!
This item has no instructions
Wat is de stam van een werkwoord.
Er zijn meerdere antwoorden juist
de ik vorm
de hij vorm
het hele werkwoord minus -n
het hele werkwoord minus -en
Antwoord C kan ook kloppen voor een paar werkwoorden bv:
streicheln
tun
verbessern
Dus als het hele ww niet met -en eindigt maar met -n.
Stap 1: Stam van het ww bepalen
Voor het vervoegen van een werkwoord schrijf je dus eerst de stam op!
Voorbeelden:
wohnen = wohn
kaufen = kauf
reisen = reis
streicheln = streichel
This item has no instructions
Stap 2: passende uitgang toevoegen bij ww met uitgang -en
Voorbeeld: wohnen, de stam die je gebruikt met vervoegen is: wohn
ich wohn e
du wohn st
er/sie es wohn t
wir wohn en
ihr wohn t
sie wohn en/ Sie wohn en
This item has no instructions
Stap 2: passende uitgang toevoegen bij werkwoorden op alleen uitgang -n
Voorbeeld: wandern, stam: wander
ich wander e
du wander st
er/sie/es wander t
wir wander n
ihr wander t
sie wander n, Sie wander n
This item has no instructions
Uitzondering 1:
Regelmatige werkwoorden met stam op -d of -t:
werkwoord: reden (stam=red
ich rede
du redest ! extra e
er/sie es redet ! extra e
wir reden
ihr redet ! extra e
sie reden, Sie red en
This item has no instructions
Uitzondering 2: Regelmatige werkwoorden met stam op S-klank
s/ -ss/ -ß/ -z : een uitzondering
bij "du-vorm" alleen -t
werkwoord: reisen (stam=reis)
ich reise
du reist ! (let op alleen een t)
er/sie es reist
wir reisen
ihr reist
sie reisen, Sie reisen
This item has no instructions
Opdracht:
Vind de stam van het werkwoord!
This item has no instructions
spielen
This item has no instructions
streicheln
This item has no instructions
antworten
This item has no instructions
heißen
This item has no instructions
Sleep het juiste Duitse persoonlijk voornaamwoord naar het Nederlandse persoonlijk voornaamwoord.
ik
jij
hij
zij
wij
jullie
het
u
zij
ich
ihr
er
es
wir
du
sie
Sie
sie
This item has no instructions
regelmatige werkwoorden vervoeging
Ich
Du
er/sie/es
wir
ihr
Sie/sie
stam + en
stam + t
stam + e
stam + en
stam + st
stam + t
This item has no instructions
Vervoeg het Duitse regelmatige werkwoord spielen (= spelen).
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
Denk aan de stam!
spielen
spielen
spielst
spiele
spielt
spielt
This item has no instructions
Ich (spielen)
spielt
spiele
spielen
gespielt
This item has no instructions
du (kaufen).
kaufet
kaufe
kaufen
kaufst
This item has no instructions
ihr (machen)
machen
machst
macht
mache
This item has no instructions
Let op!
Vervoeg je een zwak werkwoord, dan verander je niets aan de stam!
This item has no instructions
(Hören) ihr Technomusik?
hörst
hört
hort
hören
This item has no instructions
Du (besuchen) die Oma.
besucht
besuchst
besuchen
besuche
This item has no instructions
Ihr (kaufen) schöne Sachen.
kaufst
kaufen
kaufe
kauft
This item has no instructions
Warum (tanzen) du nicht?
tanzen
tanzt
tanzst
tanze
This item has no instructions
Meine Eltern (streicheln) den Hund.
streicheln
streichele
streichelt
streichelst
This item has no instructions
Er (grüßen) seine Freunde.
grüßt
grußt
grüße
grüßen
This item has no instructions
Warum (hassen) Anne Spinnen?
hasst
hassst
hasse
hast
This item has no instructions
Wie (finden) du Deutsch?
finde
finden
findst
findest
This item has no instructions
MAAR LET OP!
Eindigt de stam op een d of een t?
Dan krijgt je bij du, er/sie/es en ihr eerst een E achter de STAM en daarna de uitgang van (fe)esttenten.
Eindigt de stam op een S-klank (ss, ß, z, x)?
Dan krijg je bij du alleen een T achter de STAM!
This item has no instructions
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
ik
jij
hij/zij/het
wij
jullie
zij/u
wohne
wohnst
wohnt
wohnen
wohnt
wohnen
rede
redest
redet
reden
redet
reden
reise
reist
reist
reisen
reist
reisen
wohnen reden reisen
stam d/t stam s-klank
1. stam? werkwoord -en
2. plaats uitgang die hoort bij het pers vnw
BV.: wohnen - wohn - du wohnst
ezelsbruggetje:
(fe)esttenten
This item has no instructions
This item has no instructions
Dus.....leer deze 6 uitgangen!!
Samenvatting regelmatige werkwoorden vervoegen:
Stap 1: schrijf de stam op (hele w.w. -n / - en)
Stap 2: voeg de uitgang toe
ich stam + e wir stam + en
du stam + st ihr stam + t
er/sie/es stam + t sie/Sie stam + en
This item has no instructions
This item has no instructions