Minor 2.3 ¿Te acuerdas? 1a parte

Minor A2
Unidad 3
¿Te acuerdas?
1 / 45
next
Slide 1: Slide
spaansHBOStudiejaar 1

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Minor A2
Unidad 3
¿Te acuerdas?

Slide 1 - Slide

¿Te acuerdas?
  • over jeugdherinneringen praten 
  •  gewoontes en situaties en handelingen in het verleden beschrijven
  • over een ervaring praten of een verhaal vertellen
  • structuur aanbrengen in een verhaal 

Slide 2 - Slide

Gramática y vocabulario
¿Te acuerdas?

  • het gebruik van de Indefinido en de Imperfecto
  • verbindingswoorden
  • verkleinwoorden
  • woordenschat: dieren
  • wederkerend en niet-wederkerend gebruik van de werkwoorden

Slide 3 - Slide

¿Recuerdas? 
  • las formas regulares del Indefinido
  • las formas irregulares del Indefinido
  • signaalwoorden 
  • las formas regulares del Imperfecto
  • las formas irregulares del Imperfecto
  • signaalwoorden 

Slide 4 - Slide

Wat is de uitgang van de -ar werkwoorden in de Indefinido?

Slide 5 - Open question

 Pasado:  

yo  
tú  
él, ella, usted  
nosotros/as  
vosotros/as  
ellos, ellas, ustedes  


Indefinido

hablé
hablaste
habló
hablamos
hablasteis
hablaron

Slide 6 - Slide

Wat is de uitgang van de -er/ir werkwoorden in de Indefinido?

Slide 7 - Open question

 Pasado:   
 
yo   
tú   
él, ella, usted   
nosotros/as   
vosotros/as   
ellos, ellas, ustedes 
Indefinido

comí
comiste
comió
comimos
comisteis
comieron

Slide 8 - Slide

Pasado:  

yo  
tú  
él, ella, usted  
nosotros/as  
vosotros/as  
ellos, ellas, ustedes  


Indefinido

viví
viviste
vivió
vivimos
vivisteis
vivieron

Slide 9 - Slide

Irregulares importantes
Ser, Ir
fui, fuiste, fue, fuimos, (fuisteis,) fueron


Slide 10 - Slide

Welke werkwoorden hebben een onregelmatige stam in de Indefinido?

Slide 11 - Open question

Irregulares importantes
Tener  
tuve, tuviste, tuvo, tuvimos, (tuvisteis,) tuvieron 
Estar
estuve, estuviste, estuvo, estuvimos, (estuvisteis,) estuvieron
Poder  
pude, pudiste, pudo, pudimos, pudisteis, pudieron
Poner   
puse, pusiste, puso, pusimos, pusisteis, pusieron




Slide 12 - Slide

Irregulares importantes
Hacer 
hice, hiciste, hizo, hicimos, (hicisteis,) hicieron
Querer 
quise, quisiste, quiso, quisimos, quisisteis, quisieron
Venir
vine, viniste, vino, vinimos, vinisteis, vinieron



Slide 13 - Slide

Irregulares importantes
Decir
dije, dijiste, dijo, dijimos, dijisteis, dijeron
Dar
di, diste, dio, dimos, disteis, dieron
Ver
vi, viste, vio, vimos, visteis, vieron



Slide 14 - Slide

Welk werkwoord is niet in de Indefinido vervoegd?
A
hablo
B
hablamos
C
hablaron
D
hablé

Slide 15 - Quiz

Welke werkwoord hoort niet in het rijtje thuis?
A
estuve
B
hice
C
di
D
vio

Slide 16 - Quiz

Wat zijn signaalwoorden voor de Indefinido?

Slide 17 - Mind map

signaalwoorden indefinido
Voorbeelden van signaalwoorden indefinido
  • ayer = gisteren
  • anteayer = eergisteren
  • anoche = gisteravond
  • la semana pasada/el mes pasado/el año pasado = vorige week/maand/jaar
  • el viernes (pasado) = vrijdag, afgelopen vrijdag
  • hace una semana = een week geleden
  • en 2002 = in 2002


Slide 18 - Slide

Pasado:  

yo
él, ella, usted 
nosotros/as 
vosotros/as 
ellos, ellas, ustedes


Imperfecto

 hablaba
 hablabas
 hablaba
 hablábamos
 hablabais
 hablaban


Slide 19 - Slide

Pasado:  

yo   
  
él, ella, usted   
nosotros/as   
vosotros/as   
ellos, ellas, ustedes   


Imperfecto

comía
comías
comía
comíamos
comíais
comían

Slide 20 - Slide

Pasado:

yo
   él, ella, usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos, ellas, ustedes


Imperfecto

vivía
vivías
vivía 
vivíamos
vivíais
vivían

Slide 21 - Slide

Únicos irregulares
Ser
era, eras, era, éramos, (erais,) eran
Ir
iba, ibas, iba, íbamos, (ibais,) iban
Ver
veía, veías, veía, veíamos, veíais, veían

Slide 22 - Slide

Welk werkwoord is niet in de Imperfecto vervoegd?
A
comía
B
hablábamos
C
habláis
D
comíais

Slide 23 - Quiz

Welke werkwoord hoort niet in het rijtje thuis?
A
era
B
fui
C
veías
D
iba

Slide 24 - Quiz

Wat zijn signaalwoorden voor de Imperfecto?

Slide 25 - Mind map

signaalwoorden imperfecto
Voorbeelden van signaalwoorden imperfecto:
  • antes = vroeger
  • cada día/semana/mes/año = elke dag/week/maand/jaar
  • todos los días = elke dag
  • siempre = altijd
  • normalmente = normaal gesproken
  • en los años '80 = in de jaren '80
  • cuando tenía... años = toen ik ... jaar oud was
  • cuando era pequeño/a = toen ik klein was

Slide 26 - Slide

Geef de indefinido/imperfecto van:

cantar           ser
conducir      comer
dormir          escribir
decir             traer
tener             estar
trabajar        poner
poder           seguir
dar                hacer

Slide 27 - Slide

Un poco de nostalgia.
  • TB nr. 1 p.29 Lea el texto 
  • ¿A qué jugaban, qué libros leían y qué veían los niños en estas épocas? 
  • ¿Y tú de niño?

Slide 28 - Slide

¿Qué hacías?
 ¿Qué libros leías....?  
 

 Tijdsaanduidingen  
A los 8 años .... 
Cuando tenía 10 años ... 
Cuando vivía com mis padres ... 
Cuando iba al colegio ... 
En los años 80 ...
Antes...





jugar - juegos
ver - películas/programas de tele
leer - libros
pasar - las vacaciones
comer - desayuno


Slide 29 - Slide

TB nr. 2 p.30 
Un cuento antes de dormir  
Rosa nos va a contar una anécdota de su infancia.

  • Lees de zinnen. Wat is de juiste volgorde?
  • Luister en vergelijk met jouw antwoorden.

10

Slide 30 - Slide

Luister nogmaals en beantwoord de vragen :1.¿ Dónde estaban las niñas?

Slide 31 - Open question

¿Cómo era la habitación?

Slide 32 - Open question

3. ¿ Cuántos años tenía la hermana?

Slide 33 - Open question

4. ¿Cómo era el cuento?

Slide 34 - Open question

El ratoncito Pérez
TB nr.3b p.31
  • Lees de tekst over ratoncito Pérez door.
  • Onderstreep of markeeer met verschillende kleuren de werkwoorden die in de indefinido en imperfecto staan.


Slide 35 - Slide

Slide 36 - Link

De Indefinido:

  • geeft handelingen en gebeurtenissen aan die zich afspelen in een periode die de spreker als afgesloten beschouwt.
  • drukt verandering, begin of einde van een handeling uit. 
  • wordt gegbruikt om afgesloten gebeurtenissen te beoordelen.



Zie TB 6.1.5 p.118
De Imperfecto:

  • beschrijft situaties en gewoontes in het verleden.
  • drukt het kader, de achtergrond of de omstandigheden uit.
  • wordt gebruikt om een handeling weer te geven die aan de gang was toen een andere handeling zich (plotseling) voordeed.
  • kun je een wens of verzoek beleefd formuleren.

Zie 6.2.2 en 6.3 p.119










Circunstancias/descipciones

Slide 37 - Slide

De gebeurtenis of handeling staat in de Indefinido.



acontecimientos
Achtergronden, beschrijvingen en gewoontes in het verleden staan inde Imperfecto.
 
circunstancias, descripciones 

Slide 38 - Slide

  Wederkerend gebruik van het werkwoord
TB p.31
Sommige werkwoorden hebben  ook  een wederkerende variant, met een verschil van betekenis bij wederkerend gebruik. 

dormir         slapen
dormirse    in slaap vallen

quedar       afspreken 
quedarse   blijven

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Verkleinwoorden
TB 2.1. p.112

De uitgangen -ito/-ita (of -cito/-cita bij woorden die eindigen op -e of een medeklinker) kunnen een zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naanmwoord of bijwoord verkleinen. Ze worden gebruikt als koosnaampje of om de betekenis van een woord af te zwakken.
casa                  casita
abuela              abuelita

pequeño         pequeñito
bajo                   bajito

ratón                 ratoncito
café                   cafecito

poco                  poquito
cerca                 cerquita


Slide 41 - Slide

Pag. 32

Slide 42 - Slide

Deberes
  • Bestuderen TB nr. 1 t/m 5
  • Maken WB oef. 1 t/m 10 op p.29 t/m 32
  • opdracht Súperman op de portal 

TT Unidad 1 y 2 op de portal 

Slide 43 - Slide

0

Slide 44 - Video

Actividad 2: Busca los pasados
Busca los pasados y tráducelos al holandés.
Zoek de verleden tijden en vertaal ze naar het Nederlands.

Slide 45 - Slide