3. Klinkerwisselingen

¡Bienvenidos!
1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

¡Bienvenidos!

Slide 1 - Slide

Hoy en la clase de español
  • SO 1
  • Los deberes
  • Los verbos regulares 
  • Los verbos con cambio (klinkerwisseling)
  • El complemento directo?

Leerdoel: 
Ik ken de vervoegingen van de werkwoorden met een klinkerwisseling e>ie

Slide 2 - Slide

Schriftelijke overhoring

    VOLGENDE WEEK! 

Slide 3 - Slide

Schrijf het woord op in het Spaans. 

Slide 4 - Slide

het ei

Slide 5 - Open question

de sardientjes

Slide 6 - Open question

de melk

Slide 7 - Open question

de olijfolie

Slide 8 - Open question

het stokbrood

Slide 9 - Open question

de ham

Slide 10 - Open question

Los verbos regulares
Herhaal voor jezelf het stappenplan om  regelmatige werkwoorden te vervoegen.
Je leert daarna een volgende stap: de klinkerwisselingen.

tip
Maak eventueel aantekeningen in je Spaanse schrift.
HERHALING!

Slide 11 - Slide

Repaso: los verbos regulares

Slide 12 - Slide

Stappenplan
werkwoorden vervoegen

1. Haal -ar, -er of -ir van het werkwoord af, nu heb je de stam.
2. Wat is het onderwerp van de zin (yo, tú, él ...).
3. Bekijk wat de juiste uitgang is die bij dit onderwerp hoort. (kijk goed bij AR, ER of IR)
4. Plak de uitgang aan de stam.

Voorbeeld: Ella ______ (vivir) en una casa muy grande. 
1. Het is een ir werkwoord, de stam is viv
2. Het onderwerp in de zin is: Ella (zij)
3. Als je kijkt in het schema bij de ir werkwoorden staat er bij ella > e
4. viv + e = vive                        Het juiste antwoord is: Ella vive en una casa muy grande.

Slide 13 - Slide

Herhaling
Zie página 64

Slide 14 - Slide

Los verbos regulares
1. Pepe (bailar) en la discoteca. 
2. Nosotros (comer) paella. 
3. Mi hermano (correr) en el parque. 
4. Pablo y Juan (vivir) en España.
5. Vosotros (estudiar) español, ¿verdad?

Slide 15 - Slide

Los verbos regulares
1. Pepe (baila) en la discoteca. 
2. Nosotros (comemos) paella. 
3. Mi hermano (corre) en el parque. 
4. Pablo y Juan (viven) en España.
5. Vosotros (estudiáis) español, ¿verdad?

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Slide

LET OP: 
Bij de nosotros en vosotros vorm NOOIT een klinkerwisseling.
wij
jullie

Slide 19 - Slide

VERBOS E - IE
querer          -        willen, houden van
empezar      -       beginnen
preferir         -      liever willen
entender      -      begrijpen
cerrar             -      sluiten
pensar           -      denken
tener               -      hebben    (de ik-vorm = tengo)

Voorbeeld: 
Tú ______ (tener) 40 años.
La clase ________ (empezar) a las ocho y nueve. 

Deze werkwoorden leer je als werkwoorden met e - ie 
klinkerwisseling
antwoord
tienes
antwoord
empieza

Slide 20 - Slide

1.6 F - Los verbos E - IE
Noteer de juiste vorm van de werkwoorden in je schrift.

1. ¿Qué _____________________(querer, tú)?
2. Yo _____________________(querer) una barra de pan.
3. ¿Qué ______________________(preferir, vosotros), té o leche?
4. Pues, yo ___________________(preferir) agua.
5. ¿A qué hora ____________________(cerrar) el supermercado?
6. Los alumnos no ____________________(entender) al profesor.
7. Chicos, _______________________(empezar, nosotros) la clase.
8. Pepe ________________________(pensar) que no tienen queso manchego

Slide 21 - Slide

Las respuestas

Ejercicio F
1. quieres
2. quiero
3. preferís
4. prefiero
5. cierra
6. entienden
7. empezamos
8. piensa

Plaza de España, Sevilla

Slide 22 - Slide

Los verbos querer + tener
Noteer de juiste vormen van “querer” en “tener”.

* Buenas tardes, (nosotros) ________1__________ aceite de oliva.
- Muy bien, ¿de qué marca lo __________2____________ustedes?
* ¿Qu marcas ___________3__________ usted?
- Tenemos “Soloil” y “Aceitole”.
* Pues, una lata de “Aceitole, por favor. Antonio, ¿tú ________4_________ algo más?
> ¿Yo? Ah, sí, claro. ___________5___________ una lata de sardinas, pero en salsa de tomate
willen
hebben

Slide 23 - Slide

Wil je extra oefenen met de klinkerwisselingen?

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Los deberes
Leren: woordjes 1.4 + werkwoorden met klinkerwisselingen
Oefen minimaal 10 minuutjes via verbuga
lunes 26 de septiembre la séptima hora

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link