Quiz Spaans: lidwoorden, getallen en werkwoorden

Quiz afronding Hoofdstuk 1

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Quiz afronding Hoofdstuk 1

Welke onderwerpen horen bij hoofdstuk 1?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je bepaalde en onbepaalde lidwoorden, de getallen 0 t/m 20 en de vervoegingen van ser, estar en tener correct gebruiken.

Opfrissen

Wat weet jij al over Spaanse lidwoorden, getallen en de werkwoorden ser, estar en tener?

Bepaalde en onbepaalde lidwoorden

Onbepaalde lidwoorden

el, la, los, las = de/het

un, una, unos, unas = een/enkele

Bepaalde lidwoorden

Voorbeelden lidwoorden

  • el libro

  • la casa

  • un perro

  • unas chicas

Getallen 0 t/m 10

  • 0 - cero

  • 1 - uno

  • 2 - dos

  • 3 - tres

  • 4 - cuatro

  • 5 - cinco

  • 6 - seis

  • 7 - siete

  • 8 - ocho

  • 9 - nueve

  • 10 - diez

Getallen 11 t/m 20

  • 11 - once

  • 12 - doce

  • 13 - trece

  • 14 - catorce

  • 15 - quince

  • 16 - dieciséis

  • 17 - diecisiete

  • 18 - dieciocho

  • 19 - diecinueve

  • 20 - veinte

Ser: vervoegingen

  • yo soy

  • tú eres

  • él/ella es

  • nosotros somos

  • vosotros sois

  • ellos son

Estar: vervoegingen

  • yo estoy

  • tú estás

  • él/ella está

  • nosotros estamos

  • vosotros estáis

  • ellos están

Tener: vervoegingen

  • yo tengo

  • tú tienes

  • él/ella tiene

  • nosotros tenemos

  • vosotros tenéis

  • ellos tienen

Vraag 1: lidwoorden

Welke is juist?

a) la gato

b) el gato

c) una gato

Vraag 2: getallen

Wat is het Spaanse woord voor 18?

Vraag 3: ser

Wij zijn verdrietig:

A) vosotros estáis tristes

B) nosotros estamos tristes

C) nosotros tenemos tristes

Vraag 4: tener

Welke vorm is juist bij 'jij'?

a) tienes

b) tenes

c) tiens

Vraag 5

Welke zin is correct?

a) Yo es profesor

b) Yo tengo veinte años

c) Yo estoy un chico

Reflectie

Welke onderwerpen vond je makkelijk? Wat vind je nog lastig?

Handige tips

Maak ezelsbruggetjes voor ser/estar, oefen de getallen en herhaal de lidwoorden hardop.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Feedback

Wat kan ik bij het volgende hoofdstuk anders/beter doen?


Wat vind je fijn aan mijn manier van lesgeven en moet ik behouden?