Quiz afronding Hoofdstuk 1
Quiz afronding Hoofdstuk 1
Welke onderwerpen horen bij hoofdstuk 1?
Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je bepaalde en onbepaalde lidwoorden, de getallen 0 t/m 20 en de vervoegingen van ser, estar en tener correct gebruiken.
Opfrissen
Wat weet jij al over Spaanse lidwoorden, getallen en de werkwoorden ser, estar en tener?
Bepaalde en onbepaalde lidwoorden
Onbepaalde lidwoorden
el, la, los, las = de/het
un, una, unos, unas = een/enkele
Bepaalde lidwoorden
Voorbeelden lidwoorden
el libro
la casa
un perro
unas chicas
Getallen 0 t/m 10
0 - cero
1 - uno
2 - dos
3 - tres
4 - cuatro
5 - cinco
6 - seis
7 - siete
8 - ocho
9 - nueve
10 - diez
Getallen 11 t/m 20
11 - once
12 - doce
13 - trece
14 - catorce
15 - quince
16 - dieciséis
17 - diecisiete
18 - dieciocho
19 - diecinueve
20 - veinte
Ser: vervoegingen
yo soy
tú eres
él/ella es
nosotros somos
vosotros sois
ellos son
Estar: vervoegingen
yo estoy
tú estás
él/ella está
nosotros estamos
vosotros estáis
ellos están
Tener: vervoegingen
yo tengo
tú tienes
él/ella tiene
nosotros tenemos
vosotros tenéis
ellos tienen
Vraag 1: lidwoorden
Welke is juist?
a) la gato
b) el gato
c) una gato
Vraag 2: getallen
Wat is het Spaanse woord voor 18?
Vraag 3: ser
Wij zijn verdrietig:
A) vosotros estáis tristes
B) nosotros estamos tristes
C) nosotros tenemos tristes
Vraag 4: tener
Welke vorm is juist bij 'jij'?
a) tienes
b) tenes
c) tiens
Vraag 5
Welke zin is correct?
a) Yo es profesor
b) Yo tengo veinte años
c) Yo estoy un chico
Reflectie
Welke onderwerpen vond je makkelijk? Wat vind je nog lastig?
Handige tips
Maak ezelsbruggetjes voor ser/estar, oefen de getallen en herhaal de lidwoorden hardop.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Feedback
Wat kan ik bij het volgende hoofdstuk anders/beter doen?
Wat vind je fijn aan mijn manier van lesgeven en moet ik behouden?