SS-E05-1VMBO-(T)HV-Grammar 7 & 8

Grammar 7 & 8
- Vragen met to be
- Vragen met to have got
- Meervoud
1 / 25
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Grammar 7 & 8
- Vragen met to be
- Vragen met to have got
- Meervoud

Slide 1 - Slide

Herhaling grammar 7
Jack is funny.           Is Jack funny?
Om een vraagzin met to be te maken, zet je am/are/is vooraan.

He has got a car.         Has he got a car?
Om een vraagzin met to have got te maken, zet je have / has vooraan. Got blijft op de zelfde plaats in de zin!

Slide 2 - Slide

Zet om naar een vraagzin:
The pictures are beautiful.

Slide 3 - Open question

Zet om naar een vraagzin:
The flag has got three colours.

Slide 4 - Open question

Zet om naar een vraagzin:
You have got an iPod.

Slide 5 - Open question

Zet om naar een vraagzin:
Your music is very catchy.

Slide 6 - Open question

Zet om naar een vraagzin:
Her eyes are very blue.

Slide 7 - Open question

Zet om naar een vraagzin:
An owl has got good eyes.

Slide 8 - Open question

Ik snap grammatica 7 en kan het gebruiken.
A
Ja
B
Nee

Slide 9 - Quiz

Grammar 8 - meervoud
I have a jacket.
We all have jackets.

My hero is Superman.
My heroes are Superman and Spiderman.

TIP: maak aantekeningen van de grammatica in je schrift!!

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Grammar 8 - plurals
Om van een zelfstandig naamwoord meervoud te maken:
zelfstandig naamwoord + s

dog -- dogs
snake -- snakes
radio -- radios

Slide 12 - Slide

Grammar 8 - plurals
Uitzonderingen:
- Eindigt het woord op een -s klank --> +es
- Eindigt het woord op -f of -fe --> +ves (f/fe verdwijnt!)
- Eindigt het woord op medeklinker + y -->+ies (y verdwijnt!)

- hero -> heroes / tomato -> tomatoes / potato -> potatoes

Slide 13 - Slide

Grammar 8 - plurals
Eigen vormen in meervoud:
child - children
woman - women
man - men
foot - feet
tooth - teeth
mouse - mice

Slide 14 - Slide

Zet in het meervoud:
harmony
A
harmonys
B
harmonies
C
harmony

Slide 15 - Quiz

Zet in het meervoud:
mouse
A
mouses
B
mouse
C
mice

Slide 16 - Quiz

Zet in het meervoud:
wallet
A
wallets
B
walletes
C
wallet

Slide 17 - Quiz

Zet in het meervoud:
glasses
A
glasses
B
glasseses
C
glassies

Slide 18 - Quiz

Zet in het meervoud:
crash
A
crashs
B
crashes
C
crash

Slide 19 - Quiz

Zet in het meervoud:
watch

Slide 20 - Open question

Zet in het meervoud:
fence

Slide 21 - Open question

Zet in het meervoud:
species

Slide 22 - Open question

Zet in het meervoud:
toe

Slide 23 - Open question

Zet in het meervoud:
journey

Slide 24 - Open question

Ik snap grammatica 8 en kan het gebruiken.
A
Ja
B
Nee

Slide 25 - Quiz