Thema 1, deel 2: van prikkel tot reactie bij dieren

Thema 1, deel 2:

Van prikkel tot reactie bij organismen
1 / 45
next
Slide 1: Slide
BiologieSecundair onderwijs

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Thema 1, deel 2:

Van prikkel tot reactie bij organismen

Slide 1 - Slide

2. Van prikkel tot reactie bij dieren
Prikkel 
Receptor
Conductor
Effector
Reactie

Slide 2 - Slide

Denk na over een prikkel dat een reactie kan uitlokken

Slide 3 - Mind map

2.1 Prikkels
Prikkel 


Slide 4 - Slide

2.1 Prikkels
Prikkel 

  • Wat?
  • Voorkomen prikkels:
  • Aard prikkel: 


Slide 5 - Slide

2.1 Prikkels
Prikkel 

Wat? Veranderingen in een organisme of in de omgeving die een reactie kunnen uitlokken


Slide 6 - Slide

2.1 Prikkels
Prikkel 

Voorkomen prikkels: inwendige en uitwendige prikkels

  • Inwendig: honger en dorst
  • Uitwendig, uit de omgeving: geluid wekker, licht in de kamer, schoolbel, .. 

Slide 7 - Slide

2.1 Prikkels
Prikkel 

Aard prikkel: fysische en chemische prikkels
  • Chemische prikkels: geur- en smaakstoffen
  • Fysische prikkels: veranderingen in druk, temperatuur : licht, geluid, warmte, .. 


Slide 8 - Slide

2.2 Receptoren
Receptor


Slide 9 - Slide

2.2 Receptoren
Receptor 

= zintuigcellen of receptorcellen
= ze registreren prikkels

Voor elke soort prikkel is er een specifieke receptor die de prikkel registreert 



Slide 10 - Slide

Licht- of fotoreceptoren
Geluids- of fonoreceptoren
Mechanoreceptoren
Thermoreceptoren
Chemoreceptoren
Evenwichtsreceptoren
Vangen het licht op
Registreren geluidprikkels
Zorgen ervoor dat je het evenwicht bewaart
Registreren drukverschillen 
Registreren temperatuurverschillen
Registreren geur- en smaakverschillen

Slide 11 - Drag question

2.2 Receptoren
  • Licht- of fotoreceptoren
  • Geluids- of fonoreceptoren
  • Evenwichtsreceptoren
  • Mechanoreceptoren
  • Thermoreceptoren
  • Chemoreceptoren 

Slide 12 - Slide

2.2 Receptoren
Licht- of fotoreceptoren

  • Wat?
  • Waar?
  • Doel?

Slide 13 - Slide

2.2 Receptoren
Licht- of fotoreceptoren

  • Registreren lichtprikkels
  • In het oog
  • Licht zien dat je kamer binnenvalt 's morgens

Slide 14 - Slide

2.2 Receptoren
Geluids- of fonoreceptoren

  • Wat?
  • Waar?
  • Doel?

Slide 15 - Slide

2.2 Receptoren
Geluids- of fonoreceptoren

  • Registreren geluidprikkels
  • Liggen in het oor
  • Horen wekker, belsignaal, .. 

Slide 16 - Slide

2.2 Receptoren
Evenwichtsreceptoren

  • Wat?
  • Waar?

Slide 17 - Slide

2.2 Receptoren
Evenwichtsreceptoren

  • Zorgen ervoor dat je het evenwicht bewaart
  • Liggen in het oor

Slide 18 - Slide

2.2 Receptoren
Mechanoreceptoren

  • Wat?
  • Waar?
  • Doel?

Slide 19 - Slide

2.2 Receptoren
Mechanoreceptoren

  • Registreren drukverschillen
  • Bevinden zich in de huid, in de tong en in heel wat inwendige organen (buikkrampen voelen, volle blaas voelen)
  • Zorgen dat je kunt voelen

Slide 20 - Slide

2.2 Receptoren
Thermoreceptoren

  • Wat?
  • Waar?
  • Doel?

Slide 21 - Slide

2.2 Receptoren
Thermoreceptoren

  • Registreren temperatuurverschillen
  • Liggen in de huid, in de tong
  • vb: zonnestralen op de huid voelen, koude ijsje voelen als je eraan likt

Slide 22 - Slide

2.2 Receptoren
Chemoreceptoren

  • Wat?
  • Waar?
  • Doel?

Slide 23 - Slide

2.2 Receptoren
Chemoreceptoren

  • Registreren smaak- en geurveranderingen
  • Liggen in de tong, de neus
  • vb: proeven warme chocolademelk, geur ervan ruiken
  • (Inwendig kan ook: wijzigingen in samenstelling bloed registreren)

Slide 24 - Slide

2.3 Conductoren
Conductor


Slide 25 - Slide

2.3 Conductoren
Conductor

  • Conductie of geleiding
  • Receptoren worden geprikkeld en zetten prikkels om in signalen of impulsen
  • Intense prikkel --> meer impulsen per seconde





Slide 26 - Slide

2.3 Conductoren

Signalen via 2 mogelijke systemen doorheen lichaam:
  • Snel systeem: zenuwstelsel
  • Traag Systeem: hormonaal stelsel

De impulsen geleiden doorheen het lichaam via deze systemen = conductoren





Slide 27 - Slide

Via welke conductor loopt het signaal of impuls van volgende receptor? Licht- of fotoreceptoren
A
Zenuwstelsel
B
Hormonaal stelsel

Slide 28 - Quiz

Via welke conductor loopt het signaal of impuls van volgende receptor? Geluids- of fonoreceptoren
A
Zenuwstelsel
B
Hormonaal stelsel

Slide 29 - Quiz

Via welke conductor loopt het signaal of impuls van volgende receptor? Evenwichtsreceptoren
A
Zenuwstelsel
B
Hormonaal stelsel

Slide 30 - Quiz

Via welke conductor loopt het signaal of impuls van volgende receptor? Mechanoreceptoren
A
Zenuwstelsel
B
Hormonaal stelsel

Slide 31 - Quiz

Via welke conductor loopt het signaal of impuls van volgende receptor? Thermoreceptoren
A
Zenuwstelsel
B
Hormonaal stelsel

Slide 32 - Quiz

Via welke conductor loopt het signaal of impuls van volgende receptor? Chemoreceptoren
A
Zenuwstelsel
B
Hormonaal stelsel

Slide 33 - Quiz

2.3 Conductoren
Licht- of fotoreceptoren: Zenuwstelsel
Geluids- of fonoreceptoren: Zenuwstelsel
Evenwichtsreceptoren: Zenuwstelsel
Mechanoreceptoren: Zenuwstelsel
Thermoreceptoren: Zenuwstelsel
Chemoreceptoren: Zenuwstelsel en Hormonaal stelsel

Slide 34 - Slide

2.4 Effectoren en reacties
Effector


Slide 35 - Slide

2.4 Effectoren en reacties
Effector

=informatie komt terecht bij spieren of klieren

2 soorten effectoren:
  • Spieren
  • Klieren


Slide 36 - Slide

2.4 Effectoren en reacties
Reactie

Slide 37 - Slide

2.4 Effectoren en reacties
Reactie

=reactie van het lichaam

2 soorten reacties:
  • Bewegen door de spieren
  • Klierafscheiding door de klieren


Slide 38 - Slide

2.4 Effectoren en reacties
Reactie

=reactie van het lichaam

2 soorten reacties:
  • Bewegen door de spieren
  • Klierafscheiding door de klieren


Slide 39 - Slide

2.4 Effectoren en reacties
Doel reactie: meewerken aan het evenwicht of de homeostase 

Voorbeelden:
  • Koud buiten
  • bedreiging



Slide 40 - Slide

Mechanoreceptoren registreren temperatuurverschillen

A
Waar
B
Niet waar

Slide 41 - Quiz

Fotoreceptoren zijn fysische prikkels

A
Waar
B
Niet waar

Slide 42 - Quiz

De signalen tussen receptor en effector gaan steeds via het zenuwstelsel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 43 - Quiz

Spieren zijn effectoren omdat ze reageren op prikkels
A
Waar
B
Niet waar

Slide 44 - Quiz

Verwerking


3 p.20

EXTRA: 4 p.21

Slide 45 - Slide