Medisch Rekenen

Medisch rekenen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Medisch rekenen

Slide 1 - Slide

Waarom is medisch rekenen zo belangrijk?

Slide 2 - Open question

Onderwerpen medisch rekenen
Injecteren

Zuurstof 

Sondevoeding

Slide 3 - Slide

Medicatie toedienen
Injecteren

Slide 4 - Slide

Wat moet je straks weten?
- Wat is een injectie?
- Waaruit bestaat een injectie?
- Wat is de concentratie?
- Waar moet ik opletten bij het berekenen, zodat ik dit straks foutloos kan doen?
- Ontdek dat het verhoudingssommen zijn 

Slide 5 - Slide

Toedienen van medicatie
- Injecties klaarmaken
- Medicatie drankjes

BELANGRIJK!
Arts schrijft voor in IE of mg.
Bereken met wat de Arts voorschrijft.

Slide 6 - Slide

Injectie = het inspuiten van een geneesmiddel dat is opgelost in een oplosmiddel

1. Lokale werking (verdovingsmiddel)
2. Snelle werking (insuline)

Niet alle geneesmiddelen wil je langs de spijsvertering

Slide 7 - Slide

De hoeveelheid vloeistof die moet worden ingespoten wordt aangegeven in mililiters (ml).
 Dit is dus altijd het stukje oplosmiddel

Soms wordt ook gesproken over 'cc'
1 ml = 1 cc

Slide 8 - Slide

Hoeveelheid medicijn kan aangeduid worden met:

- Gram (g of gr)
- Milligram (mg)
- Microgram = 1µg = 0,001 mg
- Milliliter (ml)
- Internationale Eenheden (I.E.)
- Eenheid (EH)

Slide 9 - Slide

Oefening:
1. 100mg= ... gr
2. 3gr= ... mg
3. 5600mg= ... gr
4. 2,5gr= ... mg

Slide 10 - Open question

Concentratie van een medicijn
Eigenlijk ken je het begrip concentratie al wel. Denk bijvoorbeeld aan siroop. Hoe donkerder de kleur is hoe zoeter (of sterker de smaak) de inhoud. Hoe groot het glas is maakt helemaal niet uit!

Bij medicatie is dat net zo! 
Het gaat erom hoe sterk de inhoud is, niet hoe groot de inhoud van de flacon is.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Hoe wordt de concentratie aangegeven?
De concentratie van het geneesmiddel wordt op de volgende manieren aangegeven: 
 Luminal 10 ml à 10 mg/ml
 Het streepje “/ “ betekent "per", er staat dus, 10 mg per ml. Die 10 ml geeft alleen maar aan hoe groot de hele flacon is, maar zegt niet hoe sterk de inhoud is!
   Luminal à 1 ml = 10 mg
 “=” staat voor "bevat", dus 1 ml bevat 10 mg.


Slide 13 - Slide

Hoe kun je rekenen?

Slide 14 - Slide

Oefening 1
Een patiënt moet per injectie 15 mg Vilan krijgen.
Op het etiket van de ampullen staat:
4 ml Vilan à 4 mg/ml

Hoeveel ml injecteer je?



Slide 15 - Slide

Oefening 1
(voorschrift / aanwezig per 1 ml)

15 / 4 = 3,75ml

Slide 16 - Slide

Oefening 2
Je moet iemand 6 mg inspuiten van een bepaald medicijn. Je hebt in voorraad ampullen met een oplossing van 10 mg/2 ml.
   

Hoeveel ml moet je spuiten?


Slide 17 - Slide

Oefening 2
(voorschrift / aanwezig per 1 ml)

10 mg÷2 ml = 5 mg/ml

6 / 5 = 1,2 ml

Je moet 1,2 ml inspuiten

Slide 18 - Slide

Oefening 3
Een patiënt moet per dag 750 mg van een medicijn krijgen. Dit moet verdeeld worden over 3 keer. Er zijn ampullen op voorraad met 80 mg/2ml.
   

Hoeveel ml moet je per keer spuiten?


Slide 19 - Slide

Oefening 3
(voorschrift / aanwezig per 1 ml)

750 / 3 = 250 mg per keer het medicijn krijgen
80 / 2 = 40 mg/ml

250mg / 40 = 6,25ml inspuiten

Slide 20 - Slide