Mens en natuur module 11

Lesplanning
- Terugblik vorige les
- Doornemen planning
- Herhaling leerstof M.11
- Aan de slag!  
Herhalingskaart + Oefenkaart 7 (valhelm ei)  (af)maken 
- Afsluiting van de les 
1 / 36
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

Items in this lesson

Lesplanning
- Terugblik vorige les
- Doornemen planning
- Herhaling leerstof M.11
- Aan de slag!  
Herhalingskaart + Oefenkaart 7 (valhelm ei)  (af)maken 
- Afsluiting van de les 

Slide 1 - Slide

Studiewijzer - Week 19 t/m 21

Slide 2 - Slide

Herhalen Leerstof M.11
Formatieve toets
- Woensdag 20 mei 
- Start: 14:20 
- Nodig: Chromebook 
- Leerstof: Kennen & Kunnen M.11 (Classroom)

Slide 3 - Slide

Waarover ging:
Module 11 ?

Slide 4 - Mind map

Week 12/13: Leerdoelen
  • Je kunt de overeenkomsten in het bouwplan van gewervelde dieren noemen. 
  • Je weet hoe de verschillende gewervelde dieren bewegen.
  • Je kan de 5 groepen gewervelde dieren benoemen.
  • Je kunt met voorbeelden uitleggen dat de vorm van het skelet is aangepast aan de leefwijze van een dier.

Slide 5 - Slide

Noem de 5 gewervelde diergroepen op alfabetische volgorde!

Slide 6 - Open question

Wat hebben alle gewervelde dieren?
A
wervels
B
wervelkolom
C
Armen
D
ledematen

Slide 7 - Quiz

Schedel
Schouders
Bekken
Voorpoten
Achterpoten
Wervelkolom

Slide 8 - Drag question

Slide 9 - Video

Is dit een topganger, teenganger of zoolganger?

Slide 10 - Open question

Week 13 - Leerdoelen 
  • Je kan verschillende voorbeelden van krachten noemen 
  • Je weet hoe de eenheid van kracht wordt genoemd en kent het symbool van kracht
  • Je kan een kracht tekenen als een pijl en berekenen aan de hand van een
    gegeven schaal.  
  • Je weet welke krachten je tegen kunnen werken als je fietst.
  • Je kent de twee vormen van weerstand.
  • Je kent voor beide vormen van weerstand een oplossing die wordt toegepast in zowel dieren als in techniek. (bijvoorbeeld bij auto’s)
Je kunt uitleggen wat aerodynamisch betekent.

Slide 11 - Slide

Noem een aantal verschillende soorten krachten

Slide 12 - Mind map

De eenheid van kracht is?
A
Newton
B
Force
C
Johnson
D
Aerodynamisch

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Video

Welke krachten zorgen voor versnellen en welke voor vertragen? Sleep naar juiste antwoord.
Versnellen
Vertragen
Weerstandkracht
Spierkracht
Wrijvingskracht
Aerodynamisch

Slide 15 - Drag question

Slide 16 - Video

Week 14 - Leerdoelen 
  • Je kan uitleggen wat een translatie en een rotatie is.
  • Je kunt uitleggen aan de hand van voorbeelden hoe de ene beweging omgevormd kan worden naar de andere.
  • Je kent het verschil tussen directe en indirecte overbrenging.
  • Je weet hoe tandwielen werken.
  • Je kunt uitleggen hoe de draairichting verandert tussen het aandrijfwiel en de
  •  volgwielen.
  • Je kunt berekenen hoeveel trager of sneller een volgwiel draait.
  • Je kunt de termen vertraging en versnelling in tandwielen uitleggen
  • Je kunt berekenen hoe lang een tandwiel doet over het afleggen van één of meerdere rotaties. 

Slide 17 - Slide

Oefenkaart 3
Een rechte beweging heet ook wel translatie. 
Een ronddraaiende beweging heet rotatie

Slide 18 - Slide

Bij het fietsen wordt de ..1.. van de benen omgezet in een ..2.. van het voorste tandwiel
A
1. Rotatie 2. Translatie
B
1. Translatie 2. Rotatie
C
1. Vooruit 2. Achteruit
D
1. Achteruit 2. Vooruit

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Video

Dit is een....?
A
Directe overbrenging
B
Indirecte overbrenging

Slide 21 - Quiz

Aandrijfwiel
Ketting
Volgwiel

Slide 22 - Drag question

Versnellen/ vertragen van tandwielen
Met een groot aandrijfwiel en  een kleiner volgwiel versnel je een beweging.

Met een kleiner aandrijfwiel en een groter volgwiel vertraag je de beweging

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Week 15 - Leerdoelen 
  • Je kan vertellen wat snelheid is.
  • Je weet hoe je een gemiddelde snelheid moet berekenen.
  • Je kan rekenen van meter per seconde naar kilometer per uur.
  • Je kan rekenen van kilometer per uur naar meter per seconde.
  • Je weet het verschil tussen reactietijd en reactieafstand.
  • Je weet wat de remweg is en waar de lengte van de remweg van af hangt.
  • Je kan een stopafstand berekenen.
  • Je kunt benoemen wat de reactietijd beïnvloedt op een verkeerde manier.

Slide 25 - Slide

Snelheid
Snelheid is de afstand die je aflegt in een bepaalde tijd.
Grote afstand in weinig tijd = snel

Gemiddelde snelheid
totale afstand : totale tijd

Meter per seconde x 3,6 = kilometer per uur
Kilometer per uur : 3,6 = meter per seconde

Slide 26 - Slide


Een fietser gaat met een snelheid van 20 km/h. Bereken de snelheid in m/s.


A
55,6 m/s
B
5,56 m/s
C
0,56 m/s

Slide 27 - Quiz

Een touringcar legt in 6 uur tijd een afstand van 330 km af. Bereken de gemiddelde snelheid van de bus.
A
33 km/h
B
66 km/h
C
55 km/h
D
44 km/h

Slide 28 - Quiz

Reactie/remmen
Reactietijd = De tijd die je nodig hebt voordat je remt.
Reactieafstand= De afstand die je in de reactietijd aflegt.

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Hoe bereken je de stopafstand?
A
Reactieafstand x remweg
B
Reactieafstand - remweg
C
Reactieafstand + remweg
D
Reactieafstand : remweg

Slide 31 - Quiz

wat heeft (negatieve) invloed op de reactietijd?

Slide 32 - Mind map

Week 16 - Leerdoelen 
  • Je kan uitleggen waarom verkeersregels belangrijk zijn.
  • Je weet welke veiligheidsmaatregelen een auto veiliger maken.
  • Je weet hoe een valhelm je kan beschermen

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Waarom zijn verkeersregels zo belangrijk?
A
Vooral om files te voorkomen
B
Vooral om irritaties te voorkomen
C
Vooral om het ingewikkeld te maken
D
Vooral om ongelukken te voorkomen

Slide 35 - Quiz

Aan de slag! 
  • Oefenkaart 7 - Valhelm Ei (1x) > Afmaken/Feedback/Inleveren (15 mei)
  • Herhaling Kaart 1 - Oefenkaart 1 t/m 4 (huiswerk voor volgende les)
Klaar? : Samenvattingen maken a.d. hand van Kennen/Kunnen of Quizizz opnieuw maken

Volgende les (woe 13-05):
- Uitleg Eindopdracht M.11 (cijfer 1x, inleverdatum: 25 mei)
- Herhaling Kaart 2 - Oefenkaart 5 + 6 / GIMKIT M.11


Slide 36 - Slide