Les 13

Les 13


1 / 36
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2Hoger onderwijs

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Les 13


Een gewone dag

Je leert vertellen over de dingen die je alle dagen doet.

Een gewone dag

Hoe ziet jouw dag eruit?


Je mag de tekening als hulp gebruiken, maar vertel eens hoe jouw dag eruit ziet in 10 zinnen.


Je krijgt 5 minuten om voor te bereiden.


Luister goed naar je collega's en schrijf misschien iets op want daarna moet je vertellen over de gewone dag van je collega!


Gisteren was ook een gewone dag


Wat heb je gisteren gedaan? - gebruik de vorm: ik heb of ik ben + voltooid deelwoord


voorbeeld: ik heb gewerkt


Maak zinnen van minstens 8 woorden dus voeg een tijd en een plaats toe

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Maak een zin van minstens 8 woorden

Bekijk de video

per 2 (of 3) maak een samenvatting

Presenteer daarna met 2 (of 3) je samenvatting

Een gewone dag

Vertel nu het hele verhaal nog een keer maar maak gebruik van volgende (opsommings) woorden

Eerst ...

Daarna ...

Dan ...

Vervolgens...

Tot slot..


Denk daarbij aan de INVERSIE!

Conversatie

Zet in de goede volgorde: heb – drie weken geleden – Ik – gekocht – een paar schoenen

Zet in de goede volgorde: teruggegaan – naar de winkel – de volgende dag – Ik – ben

Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen

Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen

Zet de zin in de juiste volgorde Er zijn twee mogelijkheden! ik- bijhouden- dit tempo-niet-kan

A

Ik kan niet bijhouden dit tempo.

B

Dit tempo kan ik bijhouden niet.

C

Dit tempo kan ik niet bijhouden.

D

Ik kan dit tempo niet bijhouden.

Zet de zin in de juiste volgorde, denk aan de vervoeging. Het is een vraagzin. nadenken - je - over de vraag - wel- heb - goed- ?

A

Heb je over de vraag wel goed nagedacht?

B

Heb je over de vraag wel goed nagedenkt?

C

Heb je wel goed nagedacht over de vraag?

D

Heb je goed wel nagedenkt over de vraag?

Wat is de juiste woordvolgorde?

A

Tijd, manier, plaats

B

Tijd, plaats, manier

C

Plaats, tijd, manier

D

Plaats, manier, tijd

___________ mogen we niet praten in de les? Omdat je dan niet goed kunt opletten.

A

Waar

B

Wanneer

C

Waarom

D

Omdat

Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) ?- gemaakt- zij - geen huiswerk - waarom - heeft

A

Waarom zij heeft geen huiswerk gemaakt?

B

Zij heeft geen huiswerk gemaakt waarom?

C

Waarom heeft zij geen huiswerk gemaakt?

D

Waarom zij geen huiswerk heeft gemaakt?

Zet de woorden in de juiste volgorde: geweest- Achmed en Fatima- drie weken-naar Spanje- met vakantie-zijn

A

Drie weken Achmed en Fatima zijn met vakantie geweest naar Spanje.

B

Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie geweest naar Spanje.

C

Achmed en Fatima zijn naar Spanje geweest drie weken met vakantie.

D

Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie naar Spanje geweest.

Zet de woorden in de juiste volgorde Er zijn twee antwoorden goed! zijn- bij de dokter-om elf uur-ik- moet

A

Om elf uur ik moet zijn bij de dokter.

B

Om elf uur moet ik bij de dokter zijn.

C

Ik moet zijn om elf uur bij de dokter.

D

Ik moet om elf uur bij de dokter zijn.

Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) in Amsterdam-wel eens-je-geweest-ben-?

A

Ben je wel eens in Amsterdam geweest?

B

Ben je wel eens geweest in Amsterdam?

C

Ben je in Amsterdam geweest wel eens?

D

In Amsterdam ben je wel eens geweest?

Zet de woorden in de juiste volgorde stil-de voetbalwedstrijd- vanwege-is- op straat- het

A

Op straat vanwege de voetbalwedstrijd het is stil.

B

Het is stil op straat vanwege de voetbalwedstrijd.

C

Vanwege de voetbalwedstrijd is het op straat stil.

D

Op straat het is stil vanwege de voetbalwedstrijd.

Zet de woorden in de juiste volgorde Het is een vraagzin. herhalen-ik-waarom-elke keer-moet-dat-?

A

Ik moet dat elke keer herhalen waarom?

B

Waarom moet ik herhalen elke keer dat?

C

Waarom ik moet dat elke keer herhalen?

D

Waarom moet ik dat elke keer herhalen ?