Compañeros: Clase 1.10

Clase 1.10
Hacer (doen/maken):
- aanwijzende voornaamwoorden
- getallen 20-100 
- ejercicio 1 hasta 5, página 24 y 25
Aprender (leren):
- el vocabulario H1 y H2 
- el abecedario
- la pronunciación 
- los verbos ser y llamarse
-
los adjetivos y sustantivos
- los números
- de rangtelwoorden 
- plural y singular (meervoud/enkelvoud)
- rangtelwoorden
- aanwijzende voornaamwoorden
1 / 12
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1,2

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min
Report this lesson

Items in this lesson

Clase 1.10
Hacer (doen/maken):
- aanwijzende voornaamwoorden
- getallen 20-100 
- ejercicio 1 hasta 5, página 24 y 25
Aprender (leren):
- el vocabulario H1 y H2 
- el abecedario
- la pronunciación 
- los verbos ser y llamarse
-
los adjetivos y sustantivos
- los números
- de rangtelwoorden 
- plural y singular (meervoud/enkelvoud)
- rangtelwoorden
- aanwijzende voornaamwoorden

Slide 1 - Slide

Planificación
1. Reglas de la clase
2. Repetimos 
3. Gramática: de getallen 20-100
4. Gramática: de aanwijzende voornaamwoorden
5. ¡En marcha!
6. Evaluación y la próxima clase

Después de esta clase...
... heb je de aanwijzende voornaamwoorden geleerd. 
... heb je de getallen van 20-100 geleerd. 
... heb je de rangtelwoorden herhaald. 
5 min
  10 min
10 min
10 min
15 min
5 min

Slide 2 - Slide

Reglas de la clase
  1. Je telefoon is thuis of in de kluis.
  2. Bij binnenkomst op je plek zitten, jas uit en tas van tafel.
  3. Als een ander praat, ben je stil en luister je.
  4. Wanneer de docente uitleg geeft, ben je stil en maak je aantekeningen in je schrift.
  5. We lachen elkaar niet uit en gaan met respect met elkaar om.
  6. Je hebt altijd je spullen mee: boek, schrift, pennen, opgeladen device.
  7. Je ruimt pas op als de docente dat aangeeft.
  8. Heb je een les gemist? Vraag aantekeningen aan klasgenoten en kijk in Magister.Learn wat je moet maken en leren. 


5 min

Slide 3 - Slide

Los deberes
In je daltonplanner: Online omgeving, H2: Países de habla hispana, ejercicio 1 hasta 6. 

Voor volgende les! 

LET OP: Zorg ervoor dat je je woordenschat leert! H1 en H2 moet je kennen voor je toets. 

Slide 4 - Slide

Repaso
1. He comprado mi ________ (eerste) casa. 
2. Mi ________ (tweede) examen es más fácil. 
3. Tengo ______ (13) años. 
4. Schrijf op: de dagen van de week (página 110 en el libro) 

Klaar? > traduce: 
-nuevo/a 
-el dibujo
-vivir
-diferente
-la plaza


Slide 5 - Slide

Repaso
1. He comprado mi primera (eerste) casa. 
2. Mi segundo (tweede) examen es más fácil. 
3. Tengo trece (13) años. 
4. Schrijf op: de dagen van de week: lunes, martes, miércoles, jueves, viernes, sábado, domingo. 

Klaar? > traduce: 
-nuevo/a > nieuw
-el dibujo > de tekening
-vivir > leven/wonen
-diferente > anders
-la plaza > het plein


Slide 6 - Slide

Gramática: 20-100

Slide 7 - Slide

Practicamos
Schrijf op: het getal wat de docent zegt. 

Slide 8 - Slide

Gramática: de aanwijzende voornaamwoorden
Mannelijk
Vrouwelijk
Enkelvoud
este
esta
Meervoud
estos
estas
Estos libros son de mi hermano - deze boeken zijn van mijn broer 
Esta casa es amarilla - dit huis is geel
Este chico es mi hermano - deze jongen is mijn broer
Estas piscinas son pequeñas - deze zwembaden zijn klein 

Slide 9 - Slide

Practicamos
a) ....... mochila es roja. 
b) ....... chicas son de Colombia. 
c) ....... diccionarios son españoles. 

Slide 10 - Slide

¡En marcha! 
Póster: GEEN device. 
Klaar? ejercicio 1 hasta 5 online: H2, 2.2 gramática. 

Slide 11 - Slide

La próxima clase
Vamos a ...
... hacer la comunicación en el libro. 
... trabajar en el póster. 

Slide 12 - Slide