Fictie 1

Fictie



3 basis

3 kader  

1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 9 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Fictie



3 basis

3 kader  

Slide 1 - Slide

Vandaag 

1.  App LessonUp?

2.  Voorkennis

3.  Begrippen

4.  Quiz

5.  Opdracht n.a.v. kort verhaal


Slide 2 - Slide

Fictie

Slide 3 - Mind map

Non-fictie

Slide 4 - Mind map

fictie

Verzonnen verhalen. De schrijver fantaseert, heeft het verhaal zelf bedacht.


Geschreven om je te vermaken.


Voorbeelden:

Leesboek, stripverhaal, musical, game, film, poëzie

Slide 5 - Slide

non-fictie

Teksten over de werkelijkheid. Wat er staat, is echt gebeurd en geeft informatie.


Geschreven om je te informeren of instrueren.


Voorbeelden:

Nieuwsbericht, biografie, journaal, schoolboek, kookboek

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Slide 11 - Video

Realistisch / niet-realistisch

Fictie kan realistisch of niet-realistisch zijn


Realistisch;
-Verhaal lijkt heel erg op de werkelijkheid, alles kan in het echt

Niet-realistisch;
-Verhalen met veel dingen die niet echt kunnen gebeuren




Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

The hunger games is ...
A
heel realistisch
B
deels realistisch
C
niet-realistisch

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

Oorlogswinter is ...
A
heel realistisch
B
deels realistisch
C
niet-realistisch

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Video

Black Panther is ...
A
heel realistisch
B
deels realistisch
C
niet-realistisch

Slide 18 - Quiz

Beoordelingswoorden
Over fictie kun je je mening geven, dat doe je met beoordelingswoorden.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

beoordelingswoorden

Slide 21 - Mind map

Begrippen

fictie  /  non-fictie

realistisch  / niet-realistisch

karakter

uiterlijk

onzichtbaar kenmerk

beoordelingswoorden

Slide 22 - Slide



De boeken van Carry Slee zijn...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 23 - Quiz



Een nieuwsbericht in de 7-Days krant is ...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 24 - Quiz


Een beoordelingswoord is ...
A
een feit
B
een argument
C
een mening
D
een idee

Slide 25 - Quiz


Het journaal is ...
A
Heel realistisch
B
Een beetje realistisch
C
Niet-realistisch

Slide 26 - Quiz



Een krantenartikel in de krant De Speld is ...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 27 - Quiz



Een voorbeeld van een onzichtbaar kenmerk is ...
A
gelovig zijn
B
blauwe ogen hebben
C
vriendelijk zijn

Slide 28 - Quiz