Lesweek 8: Vitale functies en infectie

Vitale functies en infectie
Les 7
Lesweek 8


IOZ, SCT
1 / 41
next
Slide 1: Slide
ZelfzorgMBOStudiejaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Vitale functies en infectie
Les 7
Lesweek 8


IOZ, SCT

Slide 1 - Slide

Planning periode
Lesweek 1: Vitale functies polsslag
Lesweek 2: Vitale functies ademhalingsstelsel
Lesweek 3: Vitale functies en ziekten van de luchtwegen
Lesweek 4: Vitale functies en de bloedsomloop
Lesweek 5: Workshops
Lesweek 6: Ken je doelgroep
Lesweek 7: Vitale functies en het zenuwstelsel
Lesweek 8: Vitale functies en infectie
Lesweek 9: Pijn en pijnbeleving
Lesweek 10: Workshops

Slide 2 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
Thieme:

Opdrachten
Titel: Pathologie
Module 3 Infectieziekten
1 Lichaamstemperatuur

Slide 3 - Slide

Onderwerpen
  • Kerntemperatuur en schiltemperatuur
  • Temperatuurregulatie
  • Waarnemen van temperatuurveranderingen
  • Meten van de lichaamstemperatuur
  • Koorts en koortstypen
  • Verschijnselen van koorts
  • Hyperthermie en hypothermie

Slide 4 - Slide

Casus-leerdoelen
Welke leerdoelen heb je nodig om de volgende casus te begrijpen?

Mevrouw De Vries is een 72-jarige vrouw die in een verzorgingstehuis woont. Ze heeft een voorgeschiedenis van hypertensie en diabetes type 2. Op een ochtend merkt de zorgverlener tijdens de ochtendronde op dat Mevrouw De Vries er vermoeider uitziet dan normaal en klaagt over koude rillingen en spierpijn. Bij het voelen van haar voorhoofd merkt de zorgverlener dat Mevrouw De Vries warm aanvoelt.

Slide 5 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les:

  • Je kunt beschrijven hoe het lichaam de kerntemperatuur reguleert.
  • Je kunt uitleggen op welke manieren je de lichaamstemperatuur betrouwbaar kunt meten.
  • Je kunt uitleggen hoe je de verschillende koortstypen kunt herkennen.
  • Je kunt uitleggen wat de oorzaken zijn van hyperthermie en hypothermie.


Slide 6 - Slide

  • Je kunt beschrijven hoe het lichaam de kerntemperatuur reguleert.
  • Je kunt uitleggen op welke manieren je de lichaamstemperatuur betrouwbaar kunt meten.
  • Je kunt uitleggen hoe je de verschillende koortstypen kunt herkennen.
  • Je kunt uitleggen hoe een afwijkende lichaamstemperatuur voorkomen of behandeld kan worden.

Mevrouw De Vries is een 72-jarige vrouw die in een verzorgingstehuis woont. Ze heeft een voorgeschiedenis van hypertensie en diabetes type 2. Op een ochtend merkt de zorgverlener tijdens de ochtendronde op dat Mevrouw De Vries er vermoeider uitziet dan normaal en klaagt over koude rillingen en spierpijn. Bij het voelen van haar voorhoofd merkt de zorgverlener dat Mevrouw De Vries warm aanvoelt.
Het lichaam reguleert de kerntemperatuur door vasculaire vernauwing en verwijding, zweten en rillen, gecoördineerd door het centrale zenuwstelsel.
De zorgverlener kiest voor een axillaire meting van de lichaamstemperatuur van Mevrouw De Vries.
De zorgverlener overweegt de mogelijkheid van een infectie en de verschillende koortstypen, zoals continue, intermitterende en gegradueerde koorts.
De zorgverlener voorziet Mevrouw De Vries van extra dekens om haar warm te houden en neemt contact op met de verpleegkundige voor verdere beoordeling en behandeling van haar koorts.

Slide 7 - Slide

Wanneer ben jij tevreden als je iets geleerd hebt?

Slide 8 - Open question

Welke leerstrategie zet jij vandaag in tijdens deze les?
En hoe behoud je deze strategie?

Slide 9 - Mind map

Terugblikken

Presentaties vinden volgende periode plaats

Slide 10 - Slide

Introductie
  • De mens is een warmbloedig organisme met een gemiddelde lichaamstemperatuur van 37 graden Celsius 
  • Bij deze temperatuur verlopen de stofwisselingsprocessen optimaal
  • De huid en de longen spelen hierin een belangrijke rol
  • Warm > zweten > door de verdamping van het zweet aan de buitenlucht koelt de huid sterk af. 
  • Ademen > warmte kwijt aan de lucht 

Slide 11 - Slide

Wat is de gemiddelde lichaamstemperatuur bij een mens
A
37
B
37.5
C
38
D
38.5

Slide 12 - Quiz

Kerntemperatuur en schiltemperatuur
De gemiddelde lichaamstemperatuur bij een mens is 37 C.

Lichaam:
  1. Kern:   37          hoofd en romp          vitale organen        erg gevoelig voor temp. verandering
  2. Schil:   huid het onderhuidse weefsel en de oppervlakkige spieren 
De temperatuur is in deze delen van het lichaam een fractie lager: hier heerst de schiltemperatuur
zoals hersenen, lever, hart en longen

Slide 13 - Slide

Temperatuurregulatie
Tijdens de stofwisseling, waarbij voedingsstoffen worden ‘verbrand’, ontstaat warmte.

Normale situatie:  is de warmteproductie van de lichaamscellen in evenwicht met de warmteafgifte aan de buitenwereld. 

Om de warmteopname en de warmteafgifte in evenwicht te houden moet het lichaam temperatuurveranderingen kunnen waarnemen en in staat zijn de temperatuur te regelen.
casus
Stel je voor op een warme zomerdag ga jij qandelen. Tijdens de inspanning stijgt jouw lichaamstemperatuur door de stofwisseling. Wanneer jij vast komt te zitten in een dicht begroeid gebied zonder luchtstroom, kan jouw lichaam de warmte minder goed afvoeren. Hierdoor raakt jij oververhit, duizelig en zwak. Dit toont aan hoe het falen van het reguleren van de lichaamstemperatuur problemen kan veroorzaken.

Slide 14 - Slide

Waarnemen van temperatuurveranderingen
  • Het lichaam reguleert de temperatuur via thermosensoren in de huid en de hypothalamus in de hersenen.
  • De hypothalamus fungeert als het temperatuurregulerend centrum, vergelijkbaar met een thermostaat.
  • De normale lichaamstemperatuur is ingesteld op 37°C.
  • Temperatuurverschillen worden gedetecteerd in het bloed en aan het huidoppervlak.
  • Schommelingen worden via zenuwen naar de hersenen gestuurd, waardoor het individu direct kan reageren op veranderingen in temperatuur.

Slide 15 - Slide

Meten van de lichaamstemperatuur
Je kunt de lichaamstemperatuur op verschillende manieren meten:

  • rectaal (via de anus);
  • oraal (via de mond);
  • axillair (onder de oksel);
  • via het oor.

De normale temperatuur ligt tussen de 36,5 en de 37,5 C
Bij een temperatuur van boven de 38 C heb je koorts.
Bij een temperatuur boven de 41 C spreek je van hyperthermie. 
Zakt de temperatuur beneden de 35 C, dan is er sprake van een hypothermie.





Slide 16 - Slide

Noem vier manieren om
lichaamstemperatuur te meten:

Slide 17 - Open question

Wanneer spreek je van hyperthermie?

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Video

Koorts
Koorts is een stijging van de kerntemperatuur boven 38 oC

  • Afweermechanisme van het lichaam tegen binnendringende infecties;
  • Koorts ontstaat omdat het temperatuurregulerend centrum in de hypothalamus onder invloed van koorts

Slide 20 - Slide

Koorts
Koortsverwekkende stoffen of pyrogenen zijn onder andere:

  • giftige stofwisselingsproducten van bacteriën (toxinen);
  • bepaalde virussen;
  • stoffen die vrijkomen bij weefselbeschadiging;
  • bepaalde eiwitten die worden gevormd door de witte bloedcellen tijdens een infectie.
Niet alleen pyrogenen, maar ook ziekteprocessen in de hersenen, zoals herseninfectie (encefalitis) en een hersentumor kunnen een ontregelend effect hebben op het temperatuurregulerend centrum.



Slide 21 - Slide

Een hersentumor kan ook een oorzaak zijn van koorts
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

stoffen die vrijkomen bij weefselbeschadiging zijn geen koortsverwekkende stoffen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quiz

Verschijnselen van koorts
  • een toename van de polsfrequentie;
  • een versnelde ademhaling;
  • dorst en een verminderde urineproductie door het vochtverlies ten gevolge van het vele transpireren;
  • zich ziek voelen, moeheid, lusteloosheid, gebrek aan eetlust, spierpijn en hoofdpijn;
  • sufheid, verwardheid;
  • braken;
  • koude rilingen.                                                      paracetamol, ibuprofen en aspirine

Slide 24 - Slide

Noem drie verschijnselen van koorts:

Slide 25 - Open question

Koortstypen
Je kunt de volgende karakteristieke patronen in het verloop van een koortsperiode onderscheiden:

  • intermitterende koorts
  • remitterende koorts
  • continue koorts
  • typus inversus

OPDRACHT: Ga opzoek naar de betekenissen van de bovenstaande termen!

Slide 26 - Slide

Koortstypen
  • intermitterende koorts: hierbij bedraagt het verschil tussen de ochtendtemperatuur en de middagtemperatuur meer dan 1 C, waarbij de temperatuur ’s ochtends normaal is
  • remitterende koorts: Hierbij is het verschil tussen de ochtend- en de middagtemperatuur meer dan 1 C, maar is de temperatuur altijd boven de 38C.
  • continue koorts: De temperatuur is de hele dag boven de 38 C, maar varieert niet meer dan 1 C tussen ochtend en middag
  • typus inversus:  = omgedraaid patroon. Hierbij heeft de patiënt ’s ochtends koorts en ’s middags een normale temperatuur.


Slide 27 - Slide

Leerdoelen
TOT HOEVER BEHEERS JIJ ZE AL?

  • Je kunt beschrijven hoe het lichaam de kerntemperatuur reguleert.
  • Je kunt uitleggen op welke manieren je de lichaamstemperatuur betrouwbaar kunt meten.
  • Je kunt uitleggen hoe je de verschillende koortstypen kunt herkennen.
  • Je kunt uitleggen wat de oorzaken zijn van hyperthermie en hypothermie.


Slide 28 - Slide

Opdracht
Wat? Je gaat opzoeken wat de oorzaken zijn van hyperthermie en hypothermie.

Hoe? Je maakt gebruik van Thieme en doet dit individueel.

Resultaat? Je beheerst nu kennis over de oorzaken van hyper- en hypothermie.

Tijd? 10 minuten.

Klaar? Docent toont de antwoorden op het bord.

timer
10:00

Slide 29 - Slide

Hyperthermie
Bij een lichaamstemperatuur hoger dan 41 C spreek je van hyperthermie.

Oorzaken van hyperthermie zijn:
  • te hoge omgevingstemperatuur;
  • te lange blootstelling aan felle zon;
  • het dragen van te dikke kleding;
  • drugsgebruik, zoals XTC, cocaïne en amfetamine.;
  • als iemand een reeks van epileptische aanvallen kort na elkaar;
  • sommige medicijnen hebben invloed op het warmteregulerend centrum.






Slide 30 - Slide

Hypothermie
Bij een lichaamstemperatuur lager dan 35 C spreek je van hypothermie. Het lichaam is onderkoeld. 
Oorzaken van hypothermie of onderkoeling zijn:
  • koude omstandigheden;
  • pasgeborenen hebben een relatief groot huidoppervlak en een naar verhouding groot hoofd met een groter risico op afkoeling;
  • geneesmiddelen die vaatverwijdend werken of inwerken op het temperatuurregulerend centrum, zoals antipsychotica;
  • alcoholgebruik (vaatverwijding);
  • gifstoffen die inwerken op het temperatuurregulerend centrum in de hersenen.





Slide 31 - Slide

Leerdoelen check
Kan jij nu...

  • Je kunt beschrijven hoe het lichaam de kerntemperatuur reguleert.
  • Je kunt uitleggen op welke manieren je de lichaamstemperatuur betrouwbaar kunt meten.
  • Je kunt uitleggen hoe je de verschillende koortstypen kunt herkennen.
  • Je kunt uitleggen wat de oorzaken zijn van hyperthermie en hypothermie.

Slide 32 - Slide

Noem vier manieren om
lichaamstemperatuur te meten:

Slide 33 - Open question

Wanneer spreek je van hyperthermie? Noem twee oorzaken van hyperthermie:

Slide 34 - Open question

Wat is geen koortsverwekkende stof of pyrogenen?
A
Bacteriën
B
Eiwitten
C
Virussen
D
Schimmels

Slide 35 - Quiz

Noem drie verschijnselen van koorts:

Slide 36 - Open question

Geef een cijfer:
In hoeverre beheers jij de leerdoelen?
010

Slide 37 - Poll

Welk cijfer zou jij jezelf willen geven voor je werkhouding tijdens de les vandaag?
110

Slide 38 - Poll

Welk cijfer zou jij de les willen geven?
110

Slide 39 - Poll

Ik heb de volgende feedback
voor deze les:

Slide 40 - Mind map

HUISWERK
Thieme:

Opdrachten
Titel: Pathologie
Module 3 Infectieziekten
1 Lichaamstemperatuur

Slide 41 - Slide