2122 M3 wk 3 GL ch.1 - s.o. partie 1, bron E, zelfst.werken.

Week 34 23-08 t.m. week 37 13-09
Leerdoelen:
1. Je kunt een Franse tekst over een bekend onderwerp begrijpen door gebruik te maken van leesstrategie.
2. Je kunt de bezittelijke voornaamwoorden herkennen en toepassen door de grammaticaregels correct toe te passen.
3. Je kunt de woorden van H. 1 voc. A, B en de zinnen van bron D herkennen (FA-NE) en zelf toepassen (NE-FA).
Lezen, luisteren, bekijken:
- bron A leesstrategie (opdr. 4a).
- bron B opdr. 12.
- bron C uitleg opdr. 13a.
Maken, inleveren:
- bron A opdr. 2, 4d, 6, 7a, opdracht leesstrategie (HD)
- bron B opdr. 8a, b, c, 9.
- bron C opdr. 13, 14, 15.
- bron D opdr. 16e, opdr. 18 schrijfvaardigheid (HD)

1 / 16
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Week 34 23-08 t.m. week 37 13-09
Leerdoelen:
1. Je kunt een Franse tekst over een bekend onderwerp begrijpen door gebruik te maken van leesstrategie.
2. Je kunt de bezittelijke voornaamwoorden herkennen en toepassen door de grammaticaregels correct toe te passen.
3. Je kunt de woorden van H. 1 voc. A, B en de zinnen van bron D herkennen (FA-NE) en zelf toepassen (NE-FA).
Lezen, luisteren, bekijken:
- bron A leesstrategie (opdr. 4a).
- bron B opdr. 12.
- bron C uitleg opdr. 13a.
Maken, inleveren:
- bron A opdr. 2, 4d, 6, 7a, opdracht leesstrategie (HD)
- bron B opdr. 8a, b, c, 9.
- bron C opdr. 13, 14, 15.
- bron D opdr. 16e, opdr. 18 schrijfvaardigheid (HD)

Slide 1 - Slide

3 Mavo - première leçon de la semaine - 
Lundi, le 13 septembre.
Je kunt de bezittelijke voornaamwoorden herkennen en toepassen door de grammaticaregels correct toe te passen.
Je kunt de woorden van H. 1 voc. A, B en de zinnen van bron D herkennen (FA-NE) en zelf toepassen (NE-FA).

1. S.O. Chapitre 3, partie 1 (zie doelen).

2. Klaar? Begin met het werk voor WOENSDAG (dlk afwezig):
> maak opdracht 3a+b, pages 42 + 43 WB. 
> lees de tekst, page 44 WB. Noteer uit ELKE zin het werkwoord. In welke tijd staat dit werkwoord? Wat is het hele werkwoord? Vertaal de vorm en vertaal het hele werkwoord.
> maak opdracht 5, pages 44+45 WB. 



Slide 2 - Slide

Les devoirs
(het huiswerk)
DOORLEZEN VOCABULAIRE E EN F.

Slide 3 - Slide

Deuxième leçon de la semaine - 
Mardi, le 14 septembre.
Je kunt Frans gesproken en geschreven taal begrijpen, die voor jou belangrijk zijn: persoonlijke gegevens, gezin, winkelen, woonplaats enzovoorts. 
Je kunt briefjes, e-mails en internetforums over bekende onderwerpen begrijpen
Je kent of herkent Franse woorden, omdat ze veel voorkomen of in andere talen voorkomen. 
Faire:
1.  INLEVEREN OPDRACHT 18 BRON D.
2. FAIRE ensemble: 19A, C, D.
3. REGARDER: petit film 'Colioure' + faire exercices 19e, f. 
4. Faire en duo's ou seul(e): 20a, b.
5. Herhaling kloktijden > faire exercices 20c + 21a, b.




Slide 4 - Slide

Les devoirs
(het huiswerk)
Voor maandag, 20 september:

Lire: kloktijden, pages 200+201 TB.

Faire: 20a, b + 20c + 21a, b WB.

Slide 5 - Slide

WAARNEMINGSLES
Troisième leçon de la semaine - Mercredi, le 16 septembre
Doel:
1. Je kunt in een Franse tekst over een bekend onderwerp de werkwoordsvormen herkennen en herleiden naar het hele werkwoord. 
2. Je kunt de bezittelijke voornaamwoorden herkennen en toepassen door de grammaticaregels correct toe te passen.
3. Je kunt de présent toepassen bij werkwoorden op -er en -ir.

> maak opdracht 3a+b, pages 42 + 43 WB. 
> lees de tekst, page 44 WB. Noteer uit ELKE zin het werkwoord. In welke tijd staat dit werkwoord? Wat is het hele werkwoord? Vertaal de vorm en vertaal het hele werkwoord.
> maak opdracht 5, pages 44+45 WB. 


Slide 6 - Slide

Les devoirs
(het huiswerk)
PAS DE DEVOIRS :).

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Het is le livre.
Hoe zeg je "mijn boek" in het Frans?
A
mon livre
B
ma livre
C
mes livre

Slide 9 - Quiz

Het is le stylo (de pen)
Hoe zeg je "haar pen" in het Frans?
A
ses stylo
B
sa stylo
C
son stylo

Slide 10 - Quiz

Het is la maison.
Hoe zeg je "zijn huis" in het Frans?
A
son maison
B
sa maison
C
ses maison

Slide 11 - Quiz

Het is la fleur.
Hoe zeg je "onze bloem" in het Frans?
A
votre fleur
B
leur fleur
C
notre fleur

Slide 12 - Quiz

Hoe zeg je "hun bloem" in het Frans?
A
leur fleur
B
leurs fleur
C
votre fleur
D
vos fleur

Slide 13 - Quiz

Hoe zeg je "jullie bloemen" in het Frans?
A
leur fleurs
B
leurs fleurs
C
votre fleurs
D
vos fleurs

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video