8.4b Sin(A) = C en cos(A) = C met C = -1/2√3, -1/2√2, -1/2, 1/2, 1/2√2, 1/2√3

leerdoel
Je kunt vergelijkingen van de vorm sin(A) = C en cos(A) = C met C = -1/2√ 3, -1/2√ 2, -1/2, 1/2, 1/2√ 2, 1/2√ 3 exact oplossen.
timer
5:00

Wat gaan we deze les doen?
- Sin(A) = C en cos(A) = C 
met C = -1/2√ 3, -1/2√ 2, -1/2, 1/2, 1/2√ 2, 1/2√ 3
- oefenen
- huiswerk bespreken
- Aan het werk...
- Afsluiting
Hier gaan we mee starten?
Opgave 61
op je tafel ligt?
- etui
- boek
- schrift
-grafische rekenmachine
Welkom
1 / 14
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 14 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

leerdoel
Je kunt vergelijkingen van de vorm sin(A) = C en cos(A) = C met C = -1/2√ 3, -1/2√ 2, -1/2, 1/2, 1/2√ 2, 1/2√ 3 exact oplossen.
timer
5:00

Wat gaan we deze les doen?
- Sin(A) = C en cos(A) = C 
met C = -1/2√ 3, -1/2√ 2, -1/2, 1/2, 1/2√ 2, 1/2√ 3
- oefenen
- huiswerk bespreken
- Aan het werk...
- Afsluiting
Hier gaan we mee starten?
Opgave 61
op je tafel ligt?
- etui
- boek
- schrift
-grafische rekenmachine
Welkom

Slide 1 - Slide

Sin(A) = C en cos(A) = C met C = -1/2√3, -1/2√2, -1/2, 1/2, 1/2√2, 1/2√3

Vorige les:
Sin(A) = C en cos(A) = C met C = -1, 0, 1
nu uitbreiden met C =  -1/2√3, -1/2√2, -1/2, 1/2, 1/2√2, 1/2√3
voor de rest is het exact hetzelfde.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Voorbeeld
Bereken exact de oplossingen in [0, 2π].
a. 2sin(3x) = √3
b. 2cos(2x -1/3π ) = -√2

Slide 5 - Slide

Aan het werk...
vierkant: 62 + nakijken
cirkel: 62 + nakijken
ster: 62 + nakijken
timer
10:00
62

Slide 6 - Slide

Vragen over het huiswerk?
44, 49, 59 + nakijken

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Aan het werk...
vierkant: 62 + nakijken
cirkel: 62 + nakijken
ster: 62 + nakijken
Huiswerk 38, 58, 64 + nakijken
62
38
64

Slide 11 - Slide

timer
1:00
  • Waar hebben we het vandaan over gehad?
  • Wat was het leerdoel?
Spullen opruimen en blijven zitten

leerdoel
<div>Je kunt vergelijkingen van de vorm sin(A) = C en cos(A) = C met C = -1/2√ 3, -1/2√ 2, -1/2, 1/2, 1/2√ 2, 1/2√ 3 exact oplossen.</div>

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Huiswerk
Maken 44, 49, 59 + nakijken en insturen
SE H8 TW1

Slide 14 - Slide