Les 10 tekst en ww-tijden
Je kijkt je vertaling van tekst 10 na
Je maakt een overzicht van de werkwoordstijden
Je oefent met de werkwoordstijden
Les 10 tekst en ww-tijden
Je kijkt je vertaling van tekst 10 na
Je maakt een overzicht van de werkwoordstijden
Je oefent met de werkwoordstijden
Nakijken: met rode pen
1 De vier vrienden, Gaius, Marcus, Quintus en Publius, gingen het amphitheater in. Al snel zaten de jongens tussen de toeschouwers. Overal kwamen mensen de tribune op: jongens en mannen, vrouwen en meisjes.
5 De zon scheen. Daarom hingen er zeilen/hing er een zonnescherm boven de tribune en die boden de toeschouwers schaduw.
Slaven verkochten wijn en water. De jongens dronken water en wachtten op het begin van de voorstelling. Eindelijk hoorden ze de trompetten.
Hoe tevreden ben je over je vertaling van alinea 1?
Als je iets fout had: leg hier uit wat je fout had.
Dan de werkwoorden:
welke hebben de letter v na de stam?
r. 2 en r. 9
r. 3-8
alle werkwoorden in de alinea
geen van de werkwoorden in de alinea
Dan de werkwoorden:
welke hebben de letters BA na de stam?
r. 2 en r. 9
r. 3-8
alle werkwoorden in de alinea
geen van de werkwoorden in de alinea
Bekijk je aantekening van de vorige les en maak de sleepvraag
dit is imperfectum
en vertelt dingen die de achtergrond (BA-ckground) zijn van het verhaal
dit is perfectum en vertelt dingen die de stappen in het V-erhaal zijn
r. 2 intraverunt
r. 3-8 sedebant, intrabant, ardebant, pendebant, praebebant, vendebant, bibebant en expectabant
r. 9 audiverunt
Na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
(zet op de juiste volgorde)
Na de V komt bij het perfectum het volgende rijtje:
(zet op de juiste volgorde - dit moet je een beetje gokken)
Rijtjes moet je herhalen.
De sleepvraag komt dus meerdere keren achter elkaar.
Wat je nu weet:
praesens: o s t mus tis nt
imperfectum: bam bas bat bamus batis bant
perfectum: i isti it imus istis erunt
Oefenen: na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na de V komt bij het perfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na de V komt bij het perfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na de V komt bij het perfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na de V komt bij het perfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na BA komt bij het imperfectum het volgende rijtje:
Oefenen: na de V komt bij het perfectum het volgende rijtje:
Nu ken je het hopelijk!
imperfectum (BA-ckground)
v-i
v-isti
v-it
v-imus
v-istis
v-erunt
perfectum (V-erhaal)
ba-m
ba-s
ba-t
ba-mus
ba-tis
ba-nt
Neem dit over op het Werkwoordstijden-blad dat is uitgedeeld. Plak het blad in je schrift op de binnenkant van de kaft.
Details
Pak je hulpboek erbij!
Je hebt voor de volgende vragen p. 90-94 nodig.
Invuloefening: p. 90
Praesens is het rijtje dat je het eerst hebt geleerd. Dit is de tegenwoordige tijd.
Het wordt gevormd door stam + o - s - t - mus - tis - nt.
Imperfectum lijkt qua rijtje het meest op praesens. Het is een verleden tijd, die wordt gebruikt om de achtergrond van het verhaal te vertellen. In het hulpboek wordt dat toestand in het verleden genoemd.
Het wordt gevormd door stam + BA + m - s - t - mus - tis - nt.
Perfectum is het meest anders. Eigenlijk gebruikt het een andere stam dan praesens en imperfectum. Die stam herken je meestal aan de letter v (of soms u). Het is net als imperfectum een verleden tijd, maar nu voor de voorgrond van het verhaal: de achtereenvolgende acties die zijn afgerond. Het wordt gevormd door stam met v/u + i - isti - it - imus - istis - erunt.
eram - eras -erat- eramus - eratis - erant
is vergelijkbaar met het regelmatige imperfectum, want....
fui - fuisti - fuit - fuimus - fuistis - fuerunt
is vergelijkbaar met het regelmatige perfectum, want...
p. 92
Je ziet hier imperfectum en perfectum uitgeschreven voor het werkwoord "vocare" en in de onderste tabel voor het onregelmatige "esse".
Omschrijf de verschillen en overeenkomsten die esse heeft met de regelmatige rijtjes.
p. 94: er komt een vierde tijd bij. Lees de pagina door en noteer de belangrijke dingen over deze werkwoordstijd.
p. 94: check (let op: er zitten afleiders tussen de invulwoorden)
De vierde tijd die je erbij leert is het plusquamperfectum. Deze tijd is de voorverleden tijd. In de tijdlijn komt die dus ook vóór de andere tijden.
Deze tijd wordt gevormd door de perfectumstam (die met v of u), daarna de kenletters -ERA- en dan weer die welbekende uitgangen m - s - t - mus - tis - nt.
Je vertaalt het met "had ge ..." en dat is dus langer geleden dan "heeft ge ....".
Een voorbeeldvorm: vocaverant - zij hadden geroepen.
Tijd om je laptop aan de kant te doen.
Stap 1: vul het hele werkwoordschema in dat je hebt gekregen.
Stap 2: maak de volgende mandata: 17, 18 en 19
Klaar? Ga verder met het vertalen van tekst 10.