Wassen

Textiel en wassen
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Textiel en wassen

Slide 1 - Slide

textiel

Slide 2 - Mind map

was sorteren

Slide 3 - Mind map

wassen

Slide 4 - Mind map

Wat staat er op een samenstellingsetiket?

Slide 5 - Open question

Wat staat er op een behandsetiket?

Slide 6 - Open question

Samenstellingsetiket en behandeletiket

Op het samenstellingsetiket staat van welke stof het textiel is gemaakt.

Op het behandeletiket staat hoe je het kledingsstuk moet behandelen (oftewel wassen)

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Dit wassymbool betekent
A
Bleken
B
Drogen
C
Wassen
D
Stomen

Slide 11 - Quiz

Dit wassymbool betekent
A
Stomen
B
Drogen
C
Strijken
D
Drogen op de hoogste stand

Slide 12 - Quiz

Dit wassymbool beteken
A
Niet drogen
B
Niet strijken
C
Niet bleken
D
Niet wassen

Slide 13 - Quiz

Textiel
Textiel kan gemaakt zijn van verschillende vezels:
- natuurlijke vezels
- synthetische vezels
- halfsynthetische vezels

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Wol komt van een
A
Plant
B
Boom
C
Rups
D
Schaap

Slide 18 - Quiz

Zijde komt van een
A
Rups
B
Plant
C
Boom
D
Schaap

Slide 19 - Quiz

Was sorteren
Sorteren betekent soort bij soort doen.
Je let op:
- vezels
- temperatuur
- kleur
- hoe vies is de was?

Slide 20 - Slide

Bonte
was
Donkere
was
Witte
was
Fijne was

Slide 21 - Drag question

Wassen in de wasmachine
Welk wasprogramma je gebruikt is afhankelijk van welke was je gaat wassen.
Centrifugeren betekent dat de trommel snel ronddraaid. Zo wordt er water uit het wasgoed 'geslingerd'.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Wasmiddelen
Er zijn verschillende soorten wasmiddelen.
Er bestaan ook verschillende speciale wasmiddelen om lastige vlekken weg mee te wassen.
Achterop de verpakking staat de dosering van het middel.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Wat heb jij geleerd vandaag?

Slide 27 - Open question