HS 4 Bron I- Estar + gerundio

Bienvenidos
Op tafel:
boeken en laptop

¿Qué día y qué fecha es hoy?
1 / 26
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bienvenidos
Op tafel:
boeken en laptop

¿Qué día y qué fecha es hoy?

Slide 1 - Slide

El programa de hoy
DE AVENTURA EN PERÚ
Capítulo 4
  1. Toets bespreken
  2. HW controleren
  3.  El gerundio Bron I. TB p. 43
  4.  Zelfstandig oefenen
  5.  (Frases clave Bron E / TB p. 40)

Slide 2 - Slide

Controlar + corregir deberes
WB blz. 15- 18
oef. 12, 13b, 14 (a,b,c)
& 15d 

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van de les...
  1.  ... heb je je toets gechekt. 
  2. ...kun je uitleggen wanneer de Gerundio wordt gebruikt,
  3. ... kun je de Gerundio zelf maken,
  4. (...kun je de zinnen van frases clave E gebruiken en oefen je deze mondeling. )

Slide 4 - Slide

Schrijfvaardigheidstoets bespreken:
  • Wat ging er goed?
  • Wat ging er minder goed?
  • Wat kan ik doen om het de volgende keer beter te doen?
¿Preguntas?


Nue

Slide 5 - Slide

Bron I
TB p. 43
  • Wat is de gerundio?
  • Hoe maak je de gerundio?
  • Uitzonderingen op de regel🙄.

Slide 6 - Slide

Wat is de gerundio?
  • Met de Gerundio kun je zeggen dat iets aan de gang is of dat je ergens mee bezig bent. 

Nederlands: Michiel is aan het bellen.
Engels: John is talking on the phone. 

Slide 7 - Slide

Hoe maak je de gerundio?
Necesitas dos verbos:
(koppelwerkwoord) estar + gerundio
                        [Engels: to be + ww + ing] 

             HABLAR                     COMER                           ESCRIBIR_______
       stam+ ANDO              stam+ IENDO                    stam+ IENDO
Él está hablando.          Él está comiendo.          Él está escribiendo.

Slide 8 - Slide

Gerundio

Slide 9 - Slide

Net even anders...
Bij ww met een klinkerwisseling:
  • dormir [slapen]-  durmiendo
  • *pedir [vragen] -  pidiendo
  • *reír [lachen] -  riendo
Maar ook: 
  • ir [gaan] -  yendo
  • leer [lezen] -  leyendo

Slide 10 - Slide

Wanneer gebruik je de gerundio?
A
dat iets nu aan de gang is
B
dat iemand nu ergens mee bezig is
C
wanneer je iets in de toekomst wil doen
D
wanneer je iets gaat doen maar je weet nog niet wanneer

Slide 11 - Quiz

Welk koppelwerkwoord gebruik je naast de gerundio om te zeggen dat iets nu aan de gang is?
A
ser
B
tener
C
haber
D
estar

Slide 12 - Quiz

Gerundio-vormen kunnen eindigen op...
A
-ando & -iendo
B
-endo & -iando
C
-iendo & -ondo
D
-ando & -indo

Slide 13 - Quiz

de GERUNDIO maak je door...
A
ir + a + hele ww
B
haber + stam ww + ado/ido
C
estar + stam ww + ando/iendo

Slide 14 - Quiz

El gerundio:
¿Qué están haciendo?
A
están comendo
B
son comiendo
C
están comiendo
D
están comen

Slide 15 - Quiz

De "gerundio" van JUGAR is:
A
juegando
B
jugado
C
jugando
D
jugarse

Slide 16 - Quiz

Wat is de gerundio van 'hablar'?
A
hablando
B
hablendo
C
hablado
D
habliendo

Slide 17 - Quiz

ESTAR + GERUNDIO

Mis padres _______________
A
están dormiendo
B
está durmiendo
C
están durmiendo
D
estan dormiendo

Slide 18 - Quiz

Wat vind jij nog lastig aan dit onderwerp?

Slide 19 - Open question

Hoe goed begrijp jij el gerundio nu?
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Zelfstandig oefenen:
HS 4
Bron I 
WB blz. 30- 32 
Oef. 29 + 30 
& JUEGO spreekvaardigheid oef. 31 blz. 33

Slide 21 - Slide

Wat vond je van deze les? 
Wat vond je goed, en wat kan beter? 
Beantwoord de vragen op de volgende slides.

Slide 22 - Slide

Wat vond je goed aan deze les?
Geef concrete voorbeelden.

Slide 23 - Open question

Kijk terug op deze les:
Wat kan beter?
Denk aan lesinhoud, vorm, werksfeer etc.

Slide 24 - Open question

10m - Frases
HS 4, Frases Clave E (TB p.40)

HACER: 
1. Lees de Frases Clave hardop aan elkaar voor.
2. Oefen in tweetallen met oef. 18 WB p. 20


Klaar? 
Trabaja en los deberes y estudia los vocabularios 4.1 y 4.2 WB p. 42

Slide 25 - Slide

Deberes
Estudiar:
• Vocab 4.1, 4.2
• Bron E 
• Herhalen grammatica ‘Gerundio’








Slide 26 - Slide