Digibordles niveau B

Digibordles
Begrijpend lezen
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4-8

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Introduction

Begrijpend lezen strategie 1 + 7

Items in this lesson

Digibordles
Begrijpend lezen

Slide 1 - Slide

WELKOM bij de digibordles begrijpend lezen van week 45 - Niveau B.
Wat weten jullie al over piramides?
Vertel het aan je buurman of buurvrouw.

Slide 2 - Slide

Activeer de voorkennis van uw leerlingen. Wat weten zij al over het onderwerp? Laat de leerlingen eerst individueel nadenken. Vervolgens wisselen zij hun informatie uit in tweetallen. Tenslotte kunt u een paar kinderen klassikaal laten vertellen wat zij al weten over het onderwerp van de tekst.





              Lesdoelen
Wat willen jullie weten over dit onderwerp? Schrijf jouw vragen voor jezelf op.

Je leert deze les meer over piramides.
Je maakt een woordveld bij de tekst. Dit helpt je om de tekst beter te begrijpen.

Slide 3 - Slide

Bespreek de lesdoelen met uw leerlingen en vraag hen wat zij graag willen leren over het onderwerp.
Tip! Laat uw leerlingen hun eigen leervragen opschrijven op een oefenblaadje.
Strategie 6

Slide 4 - Slide

Bij de lessen begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas staan zeven strategieën centraal. In deze les wordt strategie 3 ingeoefend. Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij al weten over het onderwerp en noteren dit in een woordveld. Na het lezen schrijven zij in hun woordveld wat zij geleerd hebben door het lezen van deze tekst. Ze schrijven de nieuwe informatie in een andere kleur in hun woordveld. 

Slide 5 - Slide

Bij de lessen begrijpend lezen van Kidsweek in de Klas staan zeven strategieën centraal. In deze les wordt strategie 3 ingeoefend. Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij al weten over het onderwerp en noteren dit in een woordveld. Na het lezen schrijven zij in hun woordveld wat zij geleerd hebben door het lezen van deze tekst. Ze schrijven de nieuwe informatie in een andere kleur in hun woordveld. 
Bekijk het artikel hieronder, maar lees de tekst nog niet.

Slide 6 - Slide

Bekijk samen met uw leerlingen het artikel. Kijk naar:
- de kop
- afbeeldingen
- tussenkopjes
- opvallende woorden en getallen

Lees het intro. 
Kunnen jullie voorspellen waar de tekst over gaat?
moeilijke woorden
piramide van Cheops
De <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">piramide van Cheops</span> is een grote piramide in Egypte.
gevaarte
Het woord <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">gevaarte </span>wordt gebruikt voor een ding dat zo groot is dat je ervan onder de indruk bent.
De tijd heeft er wat van af geknabbeld.
Als de tijd ergens <span style="color:rgb(9, 46, 10);font-weight:bold">iets van af heeft geknabbeld,</span> is het bouwwerk niet meer zo groot als eerst.&nbsp;
experts
Een <span style="font-weight:bold;color:rgb(9, 46, 10)">expert</span> is iemand die heel veel weet over een bepaald onderwerp. Het woord <span style="font-style:italic">deskundige</span> wordt ook wel eens gebruikt en betekent hetzelfde.

Slide 7 - Slide

Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen voor het lezen. Uw leerlingen zullen de tekst hierdoor beter begrijpen. Tevens vergroten zij hun woordenschat. 


Woordveld

Slide 8 - Slide

Vertel uw leerlingen dat zij gaan oefenen met het maken van een woordveld en dat u hiervoor eerst voordoet hoe het gaat. Maak een gedeelte van het woordveld hardop denkend op het bord. Suggestie voor modeling:
  • Ik kijk bij stap 1 in het stappenplan. Ik lees dat ik het onderwerp in het midden van mijn woordveld zet. Waar gaat deze tekst over, denken jullie? Ja, ik denk ook dat de tekst over piramides gaat. Ik schrijf het woord piramides in het midden van mijn woordveld.
  • Ik kijk nu bij stap 2 in mijn woordveld. Ik lees dat ik voor het lezen in mijn woordveld opschrijf wat ik al weet over het onderwerp. Dat is handig, want zo begrijp ik de tekst straks beter. Ik weet al best veel over piramides. Ik weet dat ze vooral in Egypte staan. Dat schrijf ik op. Kijk maar hoe ik dat doe: Ik noteer 'Egypte'. Ik bedenk wat ik nog meer weet over piramides. Ik denk aan mummies. Ik schrijf op 'mummies'. Weten jullie nog meer over piramides zonder dat we de tekst gelezen hebben? Schrijf het maar op je woordveld.
Laat uw leerlingen vervolgens individueel nadenken en opschrijven in een woordveld wat zij al over piramides weten. 
Lees nu het artikel hieronder.

Slide 9 - Slide

Lees samen met uw leerlingen het artikel. Suggesties voor modeling leest u in de lesinstructie.

Slide 10 - Map

Bekijk samen met uw leerlingen waar Egypte ligt. 
Woordveld
Kunnen jullie het woordveld aanvullen?

Slide 11 - Slide

Vertel dat u nu, na het lezen, stap 3 van het stappenplan gaat toepassen. Doe hardopdenkend een aantal dingen voor. Laat uw leerlingen het woordveld vervolgens individueel afmaken. Tenslotte kunt u een aantal woordvelden bespreken. 
Suggestie voor modeling:
Ik heb in de tekst veel nieuwe informatie over piramides gelezen. Ik schrijf dit in een andere kleur in sleutelwoorden in mijn woordveld. Zo kan ik straks snel zien wat ik geleerd heb door het lezen van deze tekst. Kijk maar hoe ik dat doe. Ik lees hier dat de piramide van Cheops een super stevig bouwwerk is. Dat geloof ik wel, want de piramides zijn volgens mij lang bewaard gebleven. Ik schrijf op 'stevig bouwwerk'. Ik lees een stukje verder. Ik lees dat het gevaarte er na duizenden jaren nog staat. Ik weet nu dat de piramide van Cheops duizenden jaren geleden is gebouwd. Ik schrijf in mijn woordveld: 'Piramide van Cheops: duizenden jaren geleden gebouwd. Ik lees steeds een zin en schrijf de nieuwe informatie op in mijn woordveld. Kunnen jullie jullie woordveld verder aanvullen? 

Laat uw leerlingen hun woordveld individueel aanvullen. Tenslotte kunnen zij hun woordveld in tweetallen bespreken en kunnen zij elkaar tips en tops geven. Klassikaal kunt u een woordveld laten zien dat goed is gelukt. Vertel erbij waarom het woordveld goed is gelukt. Welke belangrijke informatie staat erin?

Welke zinnen zijn waar?
Er zijn meerdere antwoorden goed.
Hebben jullie de tekst goed begrepen? Beantwoord de vraag hieronder.
A
Er zijn 2,3 miljoen stenen gebruikt voor de bouw van de piramide van Cheops.
B
De piramide van Cheops is duizenden jaren geleden gebouwd.
C
In de loop van de tijd is de piramide van Cheops ongeveer 9 meter kleiner geworden.
D
Het is een wonder dat de piramide van Cheops na al die jaren nog overeind staat.

Slide 12 - Quiz

Beantwoord samen met uw leerlingen de vraag. 
Tip! Laat uw leerlingen eerst voor zichzelf het antwoord opschrijven op een wisbordje of kladblaadje. Zij houden op uw teken hun antwoord in de lucht. Op deze manier zijn alle leerlingen actief betrokken bij de instructie én kunt u vlot inschatten welke leerlingen de lesstof al goed beheersen en welke leerlingen nog extra hulp nodig hebben.

Slide 13 - Slide

Lees samen met uw leerlingen de achtergrondinformatie over piramides. Laat hen vervolgens hun woordveld verder aanvullen. Ze gebruiken weer een andere kleur pen, zodat ze straks snel kunnen zien wat ze geleerd hebben door het lezen van deze tekst. 
Woordveld
Kunnen jullie het woordveld nog verder aanvullen?
Gebruik weer een andere kleur pen / potlood. 

Slide 14 - Slide

Vraag uw leerlingen hun woordveld individueel verder aan te vullen. Zij kunnen hun woordveld daarna in tweetallen bespreken en eventueel aanvullen.
Bespreek vervolgens een aantal woordvelden klassikaal. Wat maakt dat het woordveld goed gelukt is? Welke belangrijke informatie staat erin? Welke informatie moet er volgens de leerlingen in ieder geval in het woordveld staan?

Welke zinnen zijn waar?
Hebben jullie de tekst goed begrepen? Beantwoord de vraag hieronder.
A
De koning van Egypte werd ook wel een farao genoemd.
B
Grote blokken voor de bouw van de piramides werden met een soort slee vervoerd.
C
De farao werd na zijn dood behandeld met speciale stoffen en in doeken gewikkeld.
D
Piramides werden gebouwd door ambachtslieden en slaven.

Slide 15 - Quiz

Beantwoord samen met uw leerlingen de vraag. 
Tip! Laat uw leerlingen eerst voor zichzelf het antwoord opschrijven op een wisbordje of kladblaadje. Zij houden op uw teken hun antwoord in de lucht. Op deze manier zijn alle leerlingen actief betrokken bij de instructie én kunt u vlot inschatten welke leerlingen de lesstof al goed beheersen en welke leerlingen nog extra hulp nodig hebben.

Heb ik de lesdoelen behaald?

Wat hebben jullie geleerd over het onderwerp van de tekst?

Hoe kun je een tekst uittekenen in een woordveld?

Slide 16 - Slide

Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.
Denk je mee?

Hoe moeilijk vond jij het om de tekst uit te tekenen in een woordveld? 

Denk jij dat er op dit moment nog piramides gebouwd kunnen worden? Waarom wel of waarom niet?


Slide 17 - Slide

Bespreek de reflectievragen met uw leerlingen.
Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.
Begrijpend lezen

Slide 18 - Slide

Dit is het einde van de digibordles. Uw leerlingen maken de opdrachten in het lesboekje (dat in het midden van de krant zit) of digitaal. Let op! Wilt u de les digitaal laten verwerken door uw leerlingen? Plan dan de les voor uw leerlingen in. Meer informatie over het gebruik van de digitale leeromgeving vindt u in de handleiding in de Digitale Leeromgeving. Ga hiervoor naar www.kidsweekindeklas.nl/lesmateriaal. De handleiding vindt u in het mapje begrijpend lezen - extra materialen - handleiding digitale leeromgeving.