vergrotingsfactor

Klas 2
Vergroten en verkleinen
vergrotingsfactor
1 / 29
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Klas 2
Vergroten en verkleinen
vergrotingsfactor

Slide 1 - Slide

Los op met de balansmethode:

7b - 25 = 45
A
b = 3
B
b = 5
C
b = 20/7 ( b = 2,86)
D
b = 10

Slide 2 - Quiz

Slide 3 - Slide

Doelen
We leren wat vergroten en verkleinen is
We leren wat een vergrotingsfactor is
We leren de formule om een vergrotingsfactor uit te rekenen.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Wat is de formule om de vergrotingsfactor uit te rekenen?
A
vergrotingsfactor: beeld x origineel
B
vergrotingsfactor: orgineel x beeld
C
vergrotingsfactor: beeld:origineel
D
vergrotingsfactor: orgineel:beeld

Slide 7 - Quiz

Welke som moet ik uitrekenen om de vergrotingsfactor te bepalen? Denk aan de formule.
A
vergrotingsfactor: 10 : 8,75
B
vergrotingsfactor: 10 : 3,5
C
Er is te weinig informatie
D
vergrotingsfactor: 10 : 4

Slide 8 - Quiz

Wat is de vergrotingsfactor?
A
2,5
B
2

Slide 9 - Quiz

Hoe kun je controleren of je het goed gedaan hebt?
A
Door de breedte uit te rekenen. Deze moet ook 2,5 zijn
B
Dat hoef je niet te controleren

Slide 10 - Quiz

Van deze foto wordt een poster gemaakt. De poster wordt 96 cm breed. Met welke som reken ik de vergrotingsfactor uit?
A
vergrotingsfactor: 12 : 96
B
vergrotingsfactor: 96 : 12
C
vergrotingsfactor: 8 : 96
D
vergrotingsfactor: 96 : 8

Slide 11 - Quiz

Wat is het antwoord op de vraag: wat is de vergrotingsfactor?
A
8
B
0,125
C
0,083
D
12

Slide 12 - Quiz

Ik weet nu dat de vergrotingsfactor 8 is. Kan ik dan ook uitrekenen wat de hoogte van de poster gaat worden?
A
Ja 8 x 8 = 64 cm
B
Ja 8 x 96 = 768 cm
C
Nee dat kan niet

Slide 13 - Quiz

Wat is de vergrotingsfactor?
A
vergrotingsfactor: 4,5 x 45 = 202,5
B
vergrotingsfactor: 4,5 : 45 = 0,1
C
vergrotingsfactor: 45 : 4,5 =10
D
Er is te weinig informatie.

Slide 14 - Quiz

Oppervlakte vergroting
Vergrotingsfactor = 3

Oppervlakte =

van 1 naar 9 

Oppervlakte-vergrotingsfactor = 

32

Slide 15 - Slide

Van vergrotingsfactor naar oppervlakte
Van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Slide 16 - Slide

Inhoud en vergroten
Mavo, Havo en Vwo
Van oppervlakte naar vergrotingsfactor
De oppervlakte wordt 16x zo groot.

De vergrotingsfactor = 
16=4
De vergrotingsfactor = 
168667
oppervlakte beeld
_____________________
oppervlakte origineel

Slide 17 - Slide

 Vergrotingsfactor bij oppervlakte

Slide 18 - Slide

Vergroten en oppervlakte
Ik kan met de vergrotingsfactor de oppervlakte van een vergroting berekenen.



Ik kan bij een vergroting van de oppervlakte, de vergrotingsfactor berekenen.

Slide 19 - Slide

De inhoud van de gele balk is 3,6 dm³.




Van vergrotingsfactor naar inhoud

Slide 20 - Slide

Van vergroting inhoud naar de vergrotingsfactor
Het kleine blokje heeft een inhoud van
5 cm3 en het grote blok van 320 cm3.

De vergrotingsfactor van de inhoud is:


Slide 21 - Slide

Wat is de formule om van oppervlakte naar de vergrotingsfactor te gaan?
A
B
C
D

Slide 22 - Quiz

De vergrotingsfactor is 4. Wat is de oppervlakte van het schilderij in het echt?
oppervlakte = 5 cm2
A
20cm²
B
25cm²
C
80cm²
D
100cm²

Slide 23 - Quiz

Als de oppervlakte 25x zo groot wordt, wat is dan de vergrotingsfactor?
A
25
B
12,5
C
5
D
1

Slide 24 - Quiz

Bij een vergrotingsfactor van 4, wordt de oppervlakte ... keer zo groot
A
4
B
8
C
16
D
2

Slide 25 - Quiz

de oude oppervlakte = 25
de nieuwe oppervlakte = 100
Wat is de vergrotingsfactor?
cm2
cm2
A
4
B
2
C
0,25
D
0,5

Slide 26 - Quiz

Stel: Er is een kubus met een inhoud van 27cm³. En de vergrotingsfactor is 2. Wat zou dan de inhoud zijn van de grotere kubus?
A
216cm³
B
54cm³
C
108cm³

Slide 27 - Quiz


Als de vergrotingsfactor 2 is, dan wordt de inhoud ..... keer zo groot
A
2
B
2² = 4
C
6
D
2³ = 8

Slide 28 - Quiz

Stel: Er is een kubus met een inhoud van 27 cm³. En de vergrotingsfactor is 2. Wordt de inhoud dan ook 2x zo groot?
A
ja
B
nee

Slide 29 - Quiz