PA3_C1_Repaso Presente Perfecto

El presente perfecto
1 / 32
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

El presente perfecto

Slide 1 - Slide

El presente perfecto 
(voltooid tegenwoordige tijd)

  • Om te vertellen over wat je in het (recente) verleden gedaan hebt.
  • In het Nederlands: ik ben geweest, ik heb gedaan.

Slide 2 - Slide

voltooid deelwoord=

participio

   ww op -ar= ado    cant ado 

    ww op -er= ido    com ido   

 ww op -ir= ido       viv ido

let op:

het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord staan altijd bij elkaar!!!!!

hulp-ww

Haber:

he

has

ha


hemos

habéis

han

Slide 3 - Slide

Woordvolgorde
  • De werkwoorden staan meteen achter elkaar: 
  • He comido un bocadillo.
  • Ik heb een broodje gegeten.
  • We zijn vandaag naar de winkel geweest.
  • Hemos ido a la tienda hoy.

Slide 4 - Slide

Presente perfecto

Slide 5 - Slide

Dus de voltooid tegenwoordige tijd gaat als volgt:
hulpwerkwoord HABER + voltooid deelwoord   bijvoorbeeld van hablar:
                   
                    he      hablado        =       ik heb gesproken
                    has    hablado        =        jij hebt gesproken
                    ha      hablado        =        hij /zij/ u heeft gesproken
                    hemos hablado     =       wij hebben gesproken
                    habéis hablado     =       jullie hebben gesproken
                    han     hablado        =      zij hebben gesproken

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

he
hemos
ha
habéis
has
han
Yo
Nosotros
Ella
Vosotros
Ellos

Slide 8 - Drag question

schrijf het voltooid deelwoord op van:
visitar
timer
0:30

Slide 9 - Open question

schrijf het voltooid deelwoord op van:
beber
timer
0:30

Slide 10 - Open question

schrijf het voltooid deelwoord op van:
llover
timer
0:30

Slide 11 - Open question

schrijf het voltooid deelwoord op van:
hablar
timer
0:30

Slide 12 - Open question

Wij hebben een boek gelezen (leer)
timer
1:00

Slide 13 - Open question

Juan heeft een pizza gegeten (comer)
timer
1:00

Slide 14 - Open question

Geef antwoord op de vraag:
¿Qué clases has tenido hoy?
timer
1:00

Slide 15 - Open question

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto.
Esta semana (viajar, yo) a Barcelona.
A
ha viajado
B
he viajido
C
he viajado
D
ha viajido

Slide 16 - Quiz

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto:
(tú, escribir) los deberes

A
has escribido
B
ha escribado
C
has escrito
D
has escribiedo

Slide 17 - Quiz

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto:
Nosotros (comprar) mucha ropa
A
he comprar
B
hemos comprado
C
he comprado
D
hemos comprar

Slide 18 - Quiz

Hoe zeg je in het Spaans:
Zij hebben gezwommen
timer
0:30

Slide 19 - Open question

Hoe zeg je in het Spaans:
Ik heb gegeten
timer
0:30

Slide 20 - Open question

Hoe zeg je in het Spaans:
Wij hebben gedanst
timer
0:30

Slide 21 - Open question

Welk antwoord past bij:
¿Qué has hecho esta mañana?
A
Vamos a visitar a mis amigos.
B
He comprado ropa.
C
No tengo muchas ganas
D
Lo hemos pasado bien.

Slide 22 - Quiz

Welk antwoord past bij:
¿Qué vas a hacer ahora?
A
He ido al supermercado.
B
No lo sé.
C
Quedamos a las tres
D
Lo he pasado bien.

Slide 23 - Quiz

Hoe vraag je in het Spaans:
Heb je zin om naar het strand te gaan?
A
¿Lo has pasado bien en la playa?
B
¿Vamos a la playa?
C
¿Quedamos en la playa?
D
¿Tienes ganas de ir a la playa?

Slide 24 - Quiz

Vocabulario:  sleep de juiste combinaties naar elkaar toe
las montañas
la primavera
el móvil
el invierno
el verano
el otoño
el viento
la toalla

Slide 25 - Drag question

vul het goede participio van merecer is
in:
ha____________

Slide 26 - Open question

Juan + entrar

Slide 27 - Open question

Yo + salir

Slide 28 - Open question

Yo + bajar

Slide 29 - Open question

Ellos + venir

Slide 30 - Open question

Yo + estar

Slide 31 - Open question

Yo +llegar

Slide 32 - Open question