Je kan de sociale stratificatie benoemen, zoals deze in Nederland vaak beschreven wordt.
Je kan het verschil tussen positietoewijzing en verwerving uitleggen en toepassen.
Je kan uitleggen welke soorten kapitaal je kunnen helpen met stijgen op de maatschappelijke ladder.
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
www.tiktok.com
Slide 3 - Link
This item has no instructions
Sociale stratificatie
Slide 4 - Slide
In Nederland wordt sociale stratificatie vaak beschreven op basis van bezit en inkomenssituatie, macht, status en opleiding hebben daar natuurlijk ook mee te maken.
In India is er sprake van een kastenstelsel. Mensen behoren tot een sociale laag op basis van hun afkomst (pagina 142/143).
Open/gesloten samenleving
Sociale mobiliteit is de mogelijkheid om te stijgen of te dalen op de maatschappelijke ladder:
Weinig mogelijkheden hiervoor noemen we een gesloten samenleving, veel mogelijkheden hiervoor noemen we een open samenleving
Slide 5 - Slide
This item has no instructions
Positietoewijzing
Maatschappelijke oorzaken van buitenaf zijn van invloed op iemands positie in de maatschappij.
Het verkrijgen van maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van een persoon of een groep waartoe hij behoort.
Bijvoorbeeld: kwaliteit van onderwijs
Positieverwerving
Bijvoorbeeld: inzet op school
Hoe zit dat dan in India?
Slide 6 - Slide
In India is vooral sprake van positietoewijzing en weinig positieverwerving. Dit zie je bijvoorbeeld terug in de invoering van quota die ervoor zorgen dat mensen uit verschillende kasten in overheidsdienst kunnen werken.
Kapitaal en positieverwerving
1. Economisch: bezit of inkomen
2. Sociaal: connecties, netwerken, mate van respect.
3. Cultureel: culturele competenties zoals kennis, houdingen, opvattingen en smaak die kenmerkend zijn voor hoge posities.
Kapitaal kan een middel zijn om een betere maatschappelijke positie te verwerven.
Slide 7 - Slide
This item has no instructions
Sociale uitsluiting
Er is sprake van sociale uitsluiting bij meer dan 1 van de volgende bestanddelen:
Beperkte sociale en politieke participatie, beperkte normatieve integratie, niet goed kunnen voorzien in elementaire levensbehoeften, geringe toegang tot sociale grondrechten.