CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Quiz
Terugblik: Cellen en organisatieniveaus
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Quiz
Terugblik: Cellen en organisatieniveaus
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Juan Carlos Fonseca Mata / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een kikker legt eitjes in een sloot. Welk levenskenmerk is dit?
Voortplanting
Groei en ontwikkeling
Reageren op prikkels
Stofwisseling
Eitjes leggen is voortplanting. Verwachte fout: groei en ontwikkeling, omdat uit de eitjes later kikkers groeien.
Vul in
Een cel heeft een celmembraan en cytoplasma. De celkern stuurt de cel aan.
Celmembraan en cytoplasma zijn bij alle cellen aanwezig. Let op: bacteriecellen hebben geen celkern, dit gaat hier om de kern als celdeel.
In welk celdeel slaat een plantencel celvocht op?
Celkern
Vacuole
Bladgroenkorrel
Celmembraan
In de vacuole zit celvocht met opgeslagen water en andere stoffen. Verwachte fout: celkern kiezen.
Waarom is verbranding belangrijk voor een organisme?
Het maakt bladgroen aan
Het levert zuurstof aan de lucht
Het maakt de celwand dikker
Het levert energie voor de cellen
Bij verbranding komt energie vrij die cellen gebruiken. Verwachte fout: zuurstof aan de lucht, dat is fotosynthese.
Welk gas komt vrij bij fotosynthese?
Zuurstof
Koolstofdioxide
Stikstof
Waterstof
Bij fotosynthese ontstaan glucose en zuurstof. Verwachte fout: koolstofdioxide, dat gebruikt een plant juist.
Zet op volgorde, van klein naar groot
Een orgaan bestaat uit weefsels en een orgaanstelsel uit organen. Verwachte fout: orgaan en orgaanstelsel omdraaien.
Wat is een weefsel?
Een groep organen die samenwerken
Een cel met meerdere kernen
Een groep aaneengesloten cellen met gelijke vorm en functie
Een groep cellen met allemaal een andere functie
Weefsel: gelijke vorm en functie, vaak met tussencelstof. Verwachte fout: weefsel en orgaan verwarren.
Vul in
Een orgaan bestaat uit meerdere typen weefsel. Een orgaanstelsel is opgebouwd uit meerdere organen.
Orgaan: meerdere typen weefsel. Orgaanstelsel: meerdere organen. Verwachte fout: cellen invullen bij het eerste gat.
Bij welk orgaanstelsel horen de hersenen?
Zintuigstelsel
Hormoonstelsel
Zenuwstelsel
Spierstelsel
De hersenen en het ruggenmerg horen bij het zenuwstelsel. Verwachte fout: zintuigstelsel kiezen.
Noem twee orgaanstelsels van de mens.
Goed: twee van verteringsstelsel, bloedvatenstelsel, bottenstelsel, zenuwstelsel, zintuigstelsel, voortplantingsstelsel, ademhalingsstelsel, spierstelsel, hormoonstelsel, uitscheidingsstelsel. Verwachte fout: organen noemen, zoals hart of long.
Je rent en gaat sneller ademen. Wat laat dit zien?
Processen in je lichaam werken samen als een geheel
Alleen je longen reageren op het rennen
Ademhaling staat los van de rest van je lichaam
Je organen werken om de beurt
Een organisme is een geheel: ademhaling, bloedsomloop en spieren passen zich samen aan. Verwachte fout: denken dat alleen de longen reageren.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
CELLEN · ORGANISATIENIVEAUS
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kent nu de levenskenmerken, de delen van een cel en de organisatieniveaus van cel tot organisme.
This item has no instructions