les 4,2 brandvoorwaarden

Deze les
terugblik op 3.9-3.10 en huiswerk
terugblik op verbrandingsvoorwaarden

Doel: 
brand en blusvoorwaarden kunnen benoemen en toepassen



1 / 54
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 3

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Deze les
terugblik op 3.9-3.10 en huiswerk
terugblik op verbrandingsvoorwaarden

Doel: 
brand en blusvoorwaarden kunnen benoemen en toepassen



Slide 1 - Slide

maak een foto van je pragraaf 3.9
alleen opgave 1 t/m 4

Slide 2 - Open question

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

foto van paragraaf 3.10
alleen opgave 1 t/m 8

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Een verbranding is een chemische reactie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

Hiernaast zie je de verbrandingsfactoren.

Welke mist?
A
Ontbrandingstemperatuur
B
Warmte
C
Brandstof
D
Benzine

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Heb je thuis (baking)soda en (schoonmaak)azijn
A
Ja beiden aanwezig
B
Nee, geen van beiden
C
Alleen schoonmaakazijn
D
alleen (baking)soda

Slide 14 - Quiz

0,2 punt extra op pw?
Maak een soortgelijk filmpje waarbij je een kaars dooft. 
Mis je een ingrediënt? Laat me dit weten. Op school hebben we genoeg..

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Zand is ook een blusmiddel. Welke verbrandingsvoorwaarde haal je weg, wanneer je zand als blusmiddel gebruikt?
A
Zuurstof
B
Ontbrandingstemperatuur
C
Brandstof

Slide 17 - Quiz

Je blust een papierbrand met water. Welke brandvoorwaarde wordt weggenomen?

A
Zuurstof
B
Ontbrandings-temperatuur
C
Brandstof

Slide 18 - Quiz

Welke brandvoorwaarde wordt weggenomen bij blussen met een blusdeken?
A
Zuurstof
B
Ontbrandingstem-peratuur
C
Brandbare stof

Slide 19 - Quiz

Je draait de kraan van je brander dicht.
Welke brandvoorwaarde neem je weg?
A
Zuurstof
B
Ontbrandings-temperatuur
C
Brandstof

Slide 20 - Quiz

Bij een bosbrand zorgt het kappen van nog niet aangetaste bomen voor het verwijderen van de volgende brandvoorwaarde:
A
Zuurstof
B
Brandstof
C
Warmte
D
Het helpt niet

Slide 21 - Quiz

Je dooft een waxine lichtje door het in een potje te zetten en dat potje met een deksel af te sluiten
Welke brandvoorwaarde neem je weg?
A
Zuurstof
B
Ontbrandings-temperatuur
C
Brandstof

Slide 22 - Quiz

4,3 verbrandingsreacties 

Slide 23 - Slide


Geef de reactievergelijking voor De verbranding van ijzer waarbij Fe2O3 als enige product ontstaat.

Slide 24 - Open question

Welke producten ontstaan bij de verbranding van CH4
A
CO2 + H2
B
C + H2
C
CO2 + H2O
D
CO + HO

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Volledig
Maximale hoeveelheid zuurstof bindt aan verbrandingsatomen

C in brandstof wordt CO2

Onvolledig
Te weinig zuurstof. 
Minder zuurstof bindt zich aan verbrandingsatomen

Ipv CO2 ontstaat er C of CO bij de andere verbrandingsatomen zie je geen verschil.

Slide 29 - Slide

Koolstofdioxide --> koolstofmono-oxide + zuurstof

Deze reactie is een:
A
Volledige verbranding
B
Onvolledige verbranding
C
Geen verbranding
D
ontledings-reactie

Slide 30 - Quiz

Wat is onvolledige verbranding?
Een verbranding met ........
zuurstof
A
te veel
B
te weinig
C
geen
D
genoeg

Slide 31 - Quiz

Ethanol + zuurstof --> koolstofdioxide + roet + water

Deze reactie is een:
A
Volledige verbranding
B
Onvolledige verbranding
C
Geen verbranding

Slide 32 - Quiz

huiswerk..
Ga naar lessonup en maak de opdracht (filmpje+ vragen)
Maak 4,3 opgaven 1 t/m 6

optie: Maak filmpje waarbij je CO2 maakt en kaarsje blust...

Slide 33 - Slide

H₂ 0 en CO₂ komen vrij bij...
A
Volledige verbranding
B
Onvolledige verbranding
C
Volledige- en Onvolledige verbranding
D
Bij beiden niet.

Slide 34 - Quiz

Welke stof(fen) ontstaan er bij een verbranding?
A
...zuurstof
B
...oxide
C
metaal
D
warmte

Slide 35 - Quiz

Wat is de juiste reactieschema voor de verbranding van kalium?
A
kalium --> kaliumoxide
B
kalium + zuurstof --> kaliumoxide
C
kalium + zuurstof --> kaliumzuurstof
D
kaliumoxide --> kalium + zuurstof

Slide 36 - Quiz

Maak kloppend
...Al(s) +.....O2(g) -->.....Al2O3(s)
A
2-3-2
B
2-2-3
C
4-3-2
D
4-3-4

Slide 37 - Quiz

Wat mag je niet met water blussen?
A
Een stapel brandend textiel.
B
Een brand bij een benzinestation
C
Een brand in een schakelkast.
D
Een brand in een papiercontainer.

Slide 38 - Quiz

Maak kloppend
N2O5(l) + H2O(l) --> HNO3(aq)
A
1-1-2
B
2-2-4
C
3-3-2
D
4-3-4

Slide 39 - Quiz

huiswerk 
donderdag: 4,1 opg 5 t/m 18

Slide 40 - Slide

Verbrandingsvoorwaarden
Er moet een brandbare stof aanwezig zijn
Er moet zuurstof aanwezig zijn
De ontbrandingstemperatuur moet zijn bereikt

Slide 41 - Slide

Werken aan 4,1 
opg 1 t/m 4 klassikaal gedaan
Ga verder met 5 t/m 14
SO 3,6 - 3,8 kloppend maken en formules

Slide 42 - Slide

Aan het einde van de les weet je:
◻ Welke 2 soorten verbrandingen er zijn
◻ Welke stoffen er vrij komen bij de 2 soorten verbrandingen
◻ Hoe je de 2 verbrandingen kunt herkennen
◻ Roet = koolstof
◻ Dat kolendamp (= koolstofmono-oxide) een giftig geurloos en kleurloos gas is

Slide 43 - Slide

Uitleg
2 soorten verbranding
- Volledig
- Onvolledig

Slide 44 - Slide

Uitleg
2 soorten verbranding
- Volledig       = voldoende zuurstof aanwezig
- Onvolledig  = onvoldoende zuurstof aanwezig

Slide 45 - Slide

Uitleg
2 soorten verbranding
- Volledig
- Onvolledig

Slide 46 - Slide

Uitleg
2 soorten verbranding
- Volledig       = voldoende zuurstof aanwezig
- Onvolledig  = onvoldoende zuurstof aanwezig

Bij verbranding van fossiele brandstoffen ontstaan:

Slide 47 - Slide

Uitleg
2 soorten verbranding
- Volledig       = voldoende zuurstof aanwezig
- Onvolledig  = onvoldoende zuurstof aanwezig

Bij verbranding van fossiele brandstoffen ontstaan:
- volledig      --> koolstofdioxide + water(damp) 
- onvolledig --> koolstofmono-oxide + water(damp)

Slide 48 - Slide

Uitleg
Volledige verbranding     
Fossiele brandstof + zuurstof -> koolstofdioxide + water(damp) 

Onvolledige verbranding     
Fossiele brandstof + zuurstof -> koolstofmono-oxide +        
                                                                    water(damp)

Slide 49 - Slide

Uitleg
Volledige verbranding

Zuurstof + brandstof in perfecte verhouding:

Explosie

Slide 50 - Slide

Wat is waar over onvolledige verbranding?
A
Een gele vlam betekent onvolledige verbranding
B
Bij onvolledige verbranding kan koolstofmonoxide vrijkomen
C
Een vlam met onvolledige verbranding maakt veel roet
D
Onvolledige verbranding bestaat helemaal niet

Slide 51 - Quiz

Bij een volledige verbranding ontstaat roet.
A
waar
B
niet waar

Slide 52 - Quiz

Slide 53 - Video

Aan de slag 
Nu: Maken paragraaf 5.3 t/m 5.5 (digitaal)

- Eerst 5 minuten in stilte
- Daarna met muziek?? Alleen als er goed gewerkt is...
- Klaar? Paragraaf 5.1 + 5.2 afmaken
- Huiswerk voor volgende les

Slide 54 - Slide